Alles heeft bestaansrecht

De Deense dichter Inger Christensen (1935-2009) schreef in 1981 de bundel alfabet die haar meesterwerk zou worden. Hierin zijn alle gedichten geschreven in de volgorde van het alfabet van a tot en met n en ook de meeste onderwerpen die erin genoemd worden, beginnen met diezelfde letter:

4.
duiven bestaan: dromers, dolls;
doders bestaan; en duiven, en duiven;
damp dioxine en dagen; dagen
bestaan; dagen, dood en dichten
bestaan; dichten, dagen, dood

Voor de vertaalster, Annelies van Hees, moet dit een geweldige klus zijn geweest: hondsmoeilijk en tegelijk buitengewoon plezierig om aan te werken. Niet alle woorden in het Deens beginnen met dezelfde letter als in het Nederlands, al zijn er zeker overeenkomsten aan te wijzen. Het zal heel wat creativiteit gevergd hebben om met alternatieven te komen die dezelfde betekenis hadden, en soms blijft alleen de letterlijke vertaling van het begrip over zonder met de beginletter rekening te houden.

Het hele alfabet zou een mensenleven kosten

Christensen heeft het zichzelf en de vertaalster nog ingewikkelder gemaakt door de gedichten te schrijven volgens de getallenreeks van Fibonacci, een oneindige reeks die begint met 0 en 1, waarbij elk volgende getal de som is van de twee voorgaande. Geen wonder dat de dichteres gestopt is na de veertiende letter, de n, want om het hele alfabet af te lopen volgens de Fibonacci-reeks zou een mensenleven kosten en een bundel opleveren zo dik als een volledige encyclopedie.

Van de cijferreeks van Fibonacci is het een kleine stap naar de Gulden Snede: wanneer een getal uit de reeks van Fibonacci wordt gedeeld door het daaraan voorafgaande getal, is het quotiënt altijd 1,6. Met dit getal, dat nauwkeuriger achter de komma wordt naarmate je verder komt in de reeks, wordt het verschijnsel van de ideale maatverhouding aangeduid, dat je tegenkomt in de natuur in patronen van bijvoorbeeld schelpen, zonnebloemen, dennenappels en bladnerven.

Er zijn nog meer patronen aan te wijzen die duiden op een vaste structuur: zo wordt elke strofe van de daaropvolgende gescheiden door een enjambement, waarmee elke gedicht tot een vloeiend geheel aaneen wordt geschreven. Door deze patronen aan te brengen verbindt de dichter op een bijzondere manier de wetenschap met de poëzie. Maar ook zonder deze ingenieuze wetenschappelijke opzet zouden deze gedichten indruk maken.

Poëzie verbonden met de natuur

Christensen maakt nog een andere verbinding: die van de poëzie met de natuur. Haar gedichten in deze bundel scharen zich alle onder natuurlyriek, die gaandeweg overgaat in maatschappijkritiek. Want de mens is een bedreiging voor de natuur en het voortbestaan van de wereld.

Het eerste gedicht bestaat uit slechts één versregel: ‘abrikozenbomen bestaan, abrikozenbomen bestaan’. De herhaling klinkt als een echo, alsof zij zichzelf en de lezer wil overtuigen van een gedroomde werkelijkheid. Er spreekt een heftig verlangen uit. Denemarken is een land met een koud klimaat, waarin abrikozenbomen maar moeilijk bloeien. Het gedicht wijst erop dat er andere, zuidelijkere landen zijn waar de fruitbomen uitbundig vrucht dragen. Christensen dicht alsof abrikozenbomen de boodschappers zijn van een andere, betere wereld. Toch ligt er in die herhaling van de strofe ook een onderhuidse dreiging: de pit van de abrikoos bevat cyanide en is dodelijk bij consumptie. De kern van de begeerde schoonheid draagt levensgevaar in zich.

ontbladeringsmiddelen bestaan
dioxine bijvoorbeeld
dat bomen ontbladert en
struiken en mensen en
dieren te gronde richt

bij besproeiing
van gewassen en bossen
krijg je bladval
en dood midden in de
weelderigste zomer;

zo anders de droefheid
op deze van licht vervulde morgen
die juist zo gelukkig was
het gras is verdwenen
en de lucht heeft haar
draadloze gifbaldakijn gesponnen
over bos over strand
over muis over man

Christensen laat zien dat het goede en het slechte altijd naast elkaar bestaan.

Aanklacht tegen alle geweld

Ze bouwt in haar opsomming van alles wat bestaat langzaam de spanning op waarmee het geweld zich aankondigt. In gedicht nummer 10, dat begint met : ‘de juninacht bestaat, de juninacht bestaat’, schrijft ze te midden van haar lofzang op het leven en de natuur: ‘de atoombom bestaat’. Het contrast tussen wat liefelijk is en wat doodt komt niet onverwacht: de dichter heeft door de opbouw van haar gedichten al aangeduid dat alles bestaansrecht heeft en dat we daarmee moeten zien om te gaan. Leven met angst en dreiging zonder de hoop en het geloof  te verliezen lijkt het onderwerp van deze bundel te zijn. Daarmee is deze bundel actueler dan Christensen in 2009 kon vermoeden. Gedicht nummer 11 begint met ‘de liefde bestaat, de liefde bestaat’, maar het klinkt als een wanhopige poging om vast te houden wat verderop in het gedicht aan het verdwijnen is: ‘[…] alles/ verliest, verdwijnt, onmogelijk te herinneren/ groepen ontwortelde mensen’.

Ondanks alle waarschuwingen voor het naderende onheil is dit geen dystopische bundel, al wordt wel het einde van de wereld aangekondigd:

een groepje kinderen zoekt zijn toevlucht in een hol
alleen stom gadegeslagen door een haas

alsof ze kinderen waren in de sprookjes
uit hun jeugd horen ze de wind vertellen

over de verbrande velden
maar kind zijn ze niet

er is niemand meer om ze te dragen

Maar zoals Christensen over de natuur dicht, zo intens en visueel, vormen haar gedichten een verdediging van het leven en een aanklacht tegen alle geweld. Juist de dreiging dat de wereld eindigt maakt haar poëzie zo indringend. De restricties die zij zichzelf heeft opgelegd door zich te houden aan de strenge reeks van Fibonacci, vormen een schild tegen emoties en gevoelens die anders teugelloos de boventoon zouden kunnen voeren. Door haar onopgesmukte, heldere poëzie in sobere bewoordingen maakt deze intelligente en bewonderenswaardige bundel grote indruk.

 

 

Alfabet

Alfabet

Inger Christensen

Translation by: Annelies van Hees

Uitgever: Uitgeverij Koppernik (2025)

ISBN 9789083572420

72 pagina’s

Prijs: € 22,50

Kopen bij Libris

Recent