Aeon van Will Kranendonk is een roman over vier verschillende vrouwen uit respectievelijk 1910, 1965, 1991 en 2023. De grote gemeenschappelijke deler van de vier verhalen is de hoopvolle veerkracht van de vrouwelijke hoofdpersonages die allen slachtoffer zijn van heftig onrecht hun aangedaan door ouders, een (mannelijke) partner en een (mannelijke) werkgever.
De verhalen zijn niet chronologisch gerangschikt. Het eerste verhaal speelt zich af in 1991 en gaat over tiener en later adolescent Alice die slachtoffer is van een tirannieke vader en een onmachtige moeder. Alice wil na de middelbare school wijsbegeerte gaan studeren, maar vader beslist anders en zo belandt ze op kantoor bij de Hoogovens, waar pa zelf ook werkt. Als de nieuwe collega Daniel verschijnt, realiseert Alice zich al snel dat hij een uitweg kan zijn. Het laat zich raden dat ook deze route beslist niet zaligmakend is. Het tweede verhaal speelt in 1910. Hoofdpersonage Marie woont alleen met koe Bella en poes Muis. Haar partner Jan is een jaar eerder overleden en ‘zo lang heeft het [Marie] gekost om een eigen gedachte af te maken’. Die eigen gedachte voert haar naar Duitsland, waar haar enig nog levende kind, dochter Mien, woont. Marie is haar huwelijkse leven lang door haar man mishandeld en heeft daardoor veel miskramen gehad (7!). De weg naar Duitsland is lang, zeker in 1910, maar zoals Marie stelt: ‘Alles is ver weg voor iemand zonder verbeeldingskracht.’
Ontsnappen uit zorgelijke thuissituaties
Lena uit het verhaal dat in 1961 speelt is al 25 jaar in dienst bij de familie Janssen. Ze wordt steeds slechter behandeld en de baas des huizes misbruikt haar. Ook bij Lena duurt het even maar groeit er uiteindelijk zelfbewustzijn en daadkracht waardoor ze kan zeggen: ‘Vandaag heb ik besloten dat ik mag vertrekken.’ De jonge Zehra uit het laatste verhaal (2023) is een eenzaam basisschoolkind. Haar vader heeft ze nooit bewust meegemaakt, haar moeder is niet in staat goed voor haar te zorgen. Zehra verdrinkt ondanks de verwaarlozing in loyaliteit tegenover haar moeder en in zwijgzaamheid over de toestand thuis tegen de Kinderbescherming. Ze vindt gelukkig vriendschap en een veilig thuis bij voormalig vijand want pester Maurice. ‘Het komt allemaal goed,’ mompelt Maurice’ moeder Thea. ‘Tegen mij of tegen zichzelf?’ vraagt Zehra zich af.
Huiselijk geweld in vele soorten en maten speelt een belangrijke rol in de verhalen. Kranendonk beschreef dit thema eerder in de bekroonde graphic novel Vis uit 2023 en ze spreekt uit eigen ervaring. Wat personage Alice uit het eerste verhaal overkomt staat dicht bij wat de schrijfster zelf heeft meegemaakt. ‘Er gebeuren hele heftige dingen in de wereld en we moeten daar soms eerlijk over zijn,’ zegt ze in een VPRO-radio-interview met Eva Koreman. In de roman worden de vier vrouwen uit verschillende tijden verbonden door met name hun minder mooie ervaringen. Er is kracht nodig om te kunnen ontsnappen uit zo’n cyclus van geweld. Dat proces van onmacht, vertwijfeling en lethargie tot moed en daadkracht wordt vormgegeven in de strijdende hoofdpersonages. De innerlijke belevingswereld van daders en slachtoffers wordt niet uitgebreid beschreven, maar nuances worden wel aangebracht: een gaslightende vader kan tegelijkertijd liefdevol zijn of oprecht verdedigd worden door dochterlief omdat hij ‘wel z’n best doet’.
Ironie Virginia Woolf
De gezellige term ‘huiselijk’ geweld is natuurlijk een eufemisme van jewelste. Het gaat meestal om mannengeweld tegen kinderen en vrouwen en zo gezellig huiselijk is dat niet. Maar ook de moeders komen er in sommige verhalen in de bundel niet goed vanaf. Zij hebben soms wel een excuus: ze zitten vast in een systeem van onderdrukking waaruit moeilijk te ontsnappen is en komen voor onmogelijke keuzes te staan waarbij voor zichzelf kiezen nodig is. Dat heeft dan weer vergaande gevolgen voor de moeder-kindrelatie. In dit kader is het geen toeval dat de lege plek op het mandala-achtige omslag van het boek een anatomische baarmoeder verbeeldt.
Schrijfster Will Kranendonk is 32 jaar jong. Voor 65+ -lezers die groot geworden zijn ten tijde van de literaire apenrotstijd, een rots die bewoond werd door louter mannen die elkaar het liefst de tent uitvochten en schreven over ‘belangrijke zaken’ is het wennen: in deze roman wordt vrouwenstrijd uit het dagelijks leven ondubbelzinnig verwoord. ‘Dit is een onbelangrijk boek, want het gaat over de gevoelens van vrouwen in een huiskamer,’ zei Virginia Woolf al ironisch. Waarmee maar gezegd is dat het juist en wél belangrijk is deze thematiek te verwoorden.
Will Kranendonk schrijft toegankelijk en gevarieerd. Passages met zinnen die meerdere pagina’s beslaan worden afgewisseld door vlotte dialogen. Beginnersonzekerheid bij een eerste seksuele ervaring, eigenseks, en broeierig ontluikende aantrekkingskracht worden geloofwaardig beschreven. De natuur speelt een belangrijke rol voor de hoofdpersonen die genieten van frietzakbeker-, gaffeltand- en rendiermos, de moestuin en kruidenperkjes. Soms komt een personage humoristisch uit de hoek, Maurice bijvoorbeeld die op de vraag van Zehra of hun vaders in dezelfde gevangenis zitten, antwoordt: ‘Ik heb mijn cavia gisteren pindakaas gevoerd.’ Kranendonk gebruikt originele beelden zoals dikke mist die als een suikerspin over de duinweg is gelegd, een dropveter als ruggengraat en een personage dat zich een zwembad zonder water voelt.
Het woord ‘aeon’, de titel van het boek, komt uit het Oudgrieks en staat onder andere voor fundamentele levenskracht; de aeontarotkaart staat voor bevrijding, hoop en verlossing. De schrijfster maakt met haar roman duidelijk dat levens en emoties van vrouwen en kinderen in de privésfeer ertoe doen en dat er nog een hoop bevrijd moet worden.












Geef een reactie