Met frisse versvoetjes van de vloer

Recensie door: Adri Altink

Je hebt, onwetend van wat je mag verwachten, het boek in je handen en leest de tekst op het achterplat van Erratapedia van Eric Bindervoet. Het belooft een labyrint in dichtvorm van dwalingen, fouten, vertaalblunders, misverstanden en veel meer. Je raadpleegt de inhoudsopgave: 16 hoofdstuktitels, allemaal voorzien van een voetnoot die vermeldt hoeveel voetnoten elk hoofdstuk op zichzelf ook weer heeft. In totaal zijn het er in het hele boek 555. Het valt je verder onmiddellijk op dat hoofdstuk 1 (‘In den beginne’) bestaat uit een gedicht van 33 woorden met bij elk woord een voetnoot.

In noot 1 wordt meteen verwezen naar het woord ‘errata’ met voorbeelden van de hoeveelheid tikfouten die Slauerhoff (‘Sloddervos’) maakte. Daarna volgen in andere noten correcties en veelvuldig verwijzingen naar fouten die anderen inventariseerden, zoals het boek The Poet’s Mistake van Erika McAlpine, dat vol historische blunders en nooit eerder opgemerkte flaters staat. Net daarboven staat het woord ‘rettekestet’, een tikfout die Bindervoet juist niet corrigeert. En dan valt je ineens op dat de voornaam van McAlpine hier staat met een k; dat moet Erica zijn. Ook dat wordt niet verbeterd.

Luis

Het wordt allemaal nog grappiger – je bent nog steeds het boek niet echt aan het lezen – als je het omslag wat beter bekijkt. Dat bevat een collage van losse briefjes. Een handgeschreven gedichtje van Elsschot bijvoorbeeld waarin hij belooft iemand die nog een fout (‘luis’) in zijn tekst vindt te zullen belonen; en een lijst met errata in gedichten van Van Ostaijen. En daartussen ook een Erratum van de auteur van Erratapedia zelf: zijn voornaam staat verkeerd op omslag, achterplat en rug van het boek. Eric moet Erik zijn.

Wat is dit voor boek?!

Je hebt nog niets gelezen en je bent al één en al oog en oor. Vanaf nu word je op elke pagina overrompeld en verrast met een bibliotheek vol fouten en flaters! Wat een lusthof van originele commentaren, citaten en parafrases daarvan! Wat een prachtige allusies, creatieve woordvondsten en (opzettelijke) dwalingen!  Je kunt Erratapedia, zo besef je, alleen heel gedoseerd lezen: de ruim honderd pagina’s zijn goed voor wekenlang literair amusement.

Linkervoet

Maar hoe beschrijf je dan de inhoud in kort bestek? Misschien het best door dieper in een of twee voorbeelden van de veertien gedichten te duiken. Daar lenen het tweede en derde, ‘Gorter en ik’ en ‘Gorter zonder mij’, zich prima voor.
Ze verwijzen in de beginregel direct naar elkaar: ‘Eens op een dag, zo rond Pasen, / verscheen mij het gezicht van Herman Gorter / op mijn linkervoet’ (het tweede gedicht) en ‘Eens op een Zondagmorgen / verscheen mij (…) / zijn schoon donker godsgezicht / dromend aan mijn voet’ (het derde).

In ‘Gorter en ik’ mijmert Bindervoet over zijn relatie tot Gorter: ‘Hij, Gorter, werd geboren aan de Zaan, in Wormerveer. / Ik, Bindervoet, ben geboren aan de Zaan, in Oostzaan’, waarna veel meer speelse overeenkomsten volgen als: ‘(…) begon moeder Gorter, Jo, geboren Lugt, een pension, / om de eindjes aan elkaar te knopen en te breien. / Mijn moeder, Jenny, née Swier, heeft ook heel wat eindjes / aan elkaar geknoopt en gebreeën en gehaakt en gepunnikt’.

U, nu

Een ander aspect is de lengte van Mei van Gorter. Waarom zo lang? Met tal van verwijzingen naar het eigene van dichtkunst wijdt Bindervoet uit over de vraag wat lengte of beknoptheid eigenlijk betekenen. In de noten verwijst hij naar het kortste gedicht van Vondel (‘U, nu’) en gedichten die uit één woord bestaan (‘Muizenisisminimumeis’ van Chris van Geel), maar strooit hij ook met zelfgemaakte errata die hij niet corrigeert: ‘spetmeber’ in plaats van september, ‘Een puur geheim’ als titel van een essay van Vandevoorde over Gorter dat in werkelijkheid ‘Een duur geheim’ heet. De voetnoten vermelden zelden de bron van een in het gedicht gebruikt citaat (er komen veel regels uit werk van Gorter in voor) maar zijn vooral speelse associaties die door de tekst worden opgeroepen.

Fluitkeels

In het gedicht zelf speelt Bindervoet weer met vormen zoals in: ‘Een haiku kan heel wijdlopig, breedsprakig en langdradig zijn, / hemeltergend traag voorbijkruipen zo’n beetje als / een kersenbloesem / op de rug van een schildpad / gevallen vervoerd’ waarin de laatste drie regels voldoen aan de voorschriften voor een haiku (5, 7, 5 lettergrepen).
Daarnaast is er het spel van klanken. In de titel van het gedicht ‘Gorter zonder mij’ hoor je ‘Mei’ en een zin als ‘het weeeë gebeente van een scherpslijper’ moet je beslist hardop lezen. En er zijn de woordgrappen als ‘fluitkeels’ en ‘Kloos is een kolos, maar Gorter is groter’.

Het derde gedicht, ‘Gorter zonder mij’, bestaat voor het overgrote deel uit zinnen die afkomstig zijn uit werk van deze dichter. Heel wat van die citaten staan ook al in ‘Gorter en ik’, maar hier net in een ander verband en zonder de parallellen met het leven van Bindervoet.

Gorter schreef, zo lees je in Erratapedia ‘met de frisse versvoetjes van de vloer / dansend voor God / dansend voor Spinoza / dansend voor Marx (…)’.
Hierna volgen nog elf gedichten, waaronder één prozastuk (‘Brief aan de cursisten’). Het zijn stuk voor stuk frisse versvoetjes, met heerlijke annotaties. Te leuk om ze lezend af te raffelen. Dus dans. Maar hou maat.

 

 

Erratapedia

Erratapedia

Erik Bindervoet

Uitgever: Uitgeverij De Harmonie (2026)

ISBN 9789463362368

118 pagina’s

Prijs: € 24,50

Kopen bij Libris

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Recent