Keerpunt in een leven

Recensie door: Kris Mattheeuws

Eens om de zoveel tijd verschijnt een boek dat je als lezer niet precies kan duiden, maar dat je ook om de een of andere reden niet loslaat. Het gezoem van bijna alles is een roman die nog lang blijft nazinderen nadat de laatste bladzijde is omgeslagen. Met dit boek bevestigt Coco Schrijber haar reputatie als een eigenzinnige en bijzonder taalgevoelige auteur. Schrijber is niet alleen schrijver, maar ook een bekroond documentairemaker. Haar documentaire Bloody Mondays & Strawberry Pies kreeg internationaal erkenning en werd zelfs de Nederlandse inzending voor de Oscars. Eerder publiceerde ze ook de roman De luchtvegers, die geprezen werd om zijn poëtische stijl en emotionele intensiteit. In Het gezoem van bijna alles combineert ze opnieuw een filmische blik met literaire verfijning. Haar werk draait vaak rond verlies, herinnering, kwetsbaarheid en de vraag hoe mensen zich staande houden in een wereld die tegelijk hard en wonderlijk is.

De roman vertelt het verhaal van Cato Goudschenker, een vrouw die al jaren gevangen zit in stilstand en verdriet. Negen jaar eerder verloor ze haar twee zoontjes bij een tragisch ongeluk, een gebeurtenis die haar emotioneel heeft verlamd. Sindsdien lijkt haar leven te bestaan uit wachten, drinken en nadenken op een quasi verlaten eiland in het zuiden. Ze zit vaak op een bankje dat vergroeid is met mimosa, alsof ook zij langzaam opgaat in en deel uitmaakt van de omgeving. Wanneer haar buurvrouw Sor Toyota onverwacht sterft, brengt dat een verandering teweeg in Cato. In het ‘gezoem van bijna alles’ – het rumoer van herinneringen, schuldgevoelens, toevalligheden en kleine ontmoetingen – groeit bij Cato opnieuw het besef dat ze ooit beloofd heeft geen lafaard te zijn. Vanuit die gedachte zet ze een reeks gebeurtenissen in gang die niet alleen haar eigen leven veranderen, maar ook dat van anderen. Een vlindereffect met invloed op heel wat levens van de Goudschenkers. Het verhaal ontvouwt zich langzaam en associatief, maar houdt de lezer voortdurend in zijn greep door de intense emotionele lading en de verrassende wendingen.

Poëtische & muzikale stijl

Wat vooral opvalt, is Schrijbers stijl. Haar taal is bijzonder zintuiglijk, beeldrijk en muzikaal. Zinnen lijken soms te dansen over de pagina, vol onverwachte metaforen en observaties die tegelijk vreemd en volkomen raak aanvoelen. Toch wordt het nooit nodeloos ingewikkeld. De poëtische taal versterkt juist de emotionele kern van het verhaal. Schrijber schrijft met grote precisie over verdriet, zonder sentimenteel te worden. Ze durft humor te mengen met tragiek en maakt van kleine details iets betekenisvols. Een glazen oog dat traant in de zuidwestenwind, een bankje dat vergroeid raakt met mimosa, een brief van enkele zinnen die een kettingreactie veroorzaakt: zulke beelden blijven hangen omdat ze tegelijk concreet en symbolisch zijn.

Schrijber wisselt beschouwende passages af met scherpe dialogen en onverwachte inzichten. Daardoor voelt het boek levendig, ondanks het zware thema. De stijl doet traag lezen: sommige zinnen wil je en moet je ook opnieuw lezen omdat ze zo trefzeker of verrassend zijn. Het is literatuur die aandacht vraagt, maar die aandacht ook rijkelijk beloont.

Menselijke kwetsbaarheid

Cato is zonder twijfel het hart van de roman. Ze is een beschadigd personage, maar nooit gereduceerd tot haar trauma. Schrijber maakt van haar geen slachtoffer, maar een complexe vrouw vol tegenstrijdigheden. Cato kan hard en cynisch zijn, maar tegelijk gevoelig en scherpzinnig. Haar verdriet heeft haar afgesloten van de wereld, en toch blijft er onder die verstarring een verlangen naar verbinding sluimeren. Juist die innerlijke spanning maakt haar geloofwaardig en ontroerend. Ook de nevenpersonages zijn zorgvuldig uitgewerkt. De mensen rondom Cato functioneren niet louter als decor, maar weerspiegelen telkens een andere manier om met verlies, eenzaamheid of verlangen om te gaan. Sommigen brengen lichtheid en humor in het verhaal, anderen confronteren haar met wat ze probeert te verdringen. Door die personages ontstaat een roman die niet alleen over één vrouw gaat, maar over menselijke kwetsbaarheid in het algemeen.

De relevantie van dit boek ligt precies daarin. Het gezoem van bijna alles raakt aan thema’s die vandaag bijzonder herkenbaar zijn: rouw, isolement, emotionele verlamming en de zoektocht naar betekenis. In een tijd waarin veel mensen het gevoel hebben overspoeld te worden door prikkels, onzekerheid en onrust, beschrijft Schrijber hoe een mens toch opnieuw verbinding kan vinden met zichzelf en de wereld. Het boek laat zien dat verdriet niet ‘oplost’, maar wel kan veranderen van vorm. Bovendien benadrukt de roman hoe kleine menselijke gebaren – een brief, een gesprek, een herinnering – onverwacht grote gevolgen kunnen hebben.

Wat dit boek extra bijzonder maakt, is dat het ondanks de zwaarte uiteindelijk hoopvol aanvoelt. Niet omdat alle problemen verdwijnen, maar omdat Schrijber toont dat leven mogelijk blijft, zelfs na een onvoorstelbaar verlies. De roman erkent de pijn zonder erin te blijven steken. Daardoor krijgt het verhaal iets troostends. Het gezoem van bijna alles is een rijke, ontroerende en stilistisch indrukwekkende roman. Coco Schrijber bewijst opnieuw dat ze een unieke stem heeft binnen de Nederlandstalige literatuur.

 

 

Het gezoem van bijna alles

Het gezoem van bijna alles

Coco Schrijber

Uitgever: Uitgeverij Querido (2025)

ISBN 9789025318406

320 pagina’s

Prijs: € 23,99

Kopen bij Libris

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *