Michiel van Diggelen
Column

‘Aan het einde zullen er, net als in het begin, alleen de doden zijn.’ Deze zin is een van de treffende zinnen in de geweldige historische roman van Antonio Scurati over het leven van Mussolini. Dit is waar het om draait. Het fascisme vestigt zich met geweld. Op de golf van angst en frustratie onder het volk. Uiteindelijk keert het volk zich weer tegen de leider en de verlosser, als de leider niet meer ‘levert’. Dat laat Scurati zien in de maar liefst vijf delen die zijn roman telt. Verlosser Mussolini wordt uiteindelijk zelf het slachtoffer van hetzelfde volk dat hem eerst verafgoodde. Dat kon omdat Mussolini slechts uitvoerde wat het volk wilde. Het volk wil altijd duidelijkheid, een kant-en-klare oplossing, waarna het paradijs op aarde kan beginnen. Het volk schreeuwt om redding, om iemand die waarmaakt wat het wil, het liefst met geweld. Het krijgt de leider die het zich wenst.

Scurati baseert zijn verhaal over Mussolini ­– zoals dat hoort bij een historische roman – op de feiten. Maar hij doet dat wel op een heel nadrukkelijke manier. Hij laat de lezer achter ieder hoofdstuk lezen op welke stukken brontekst zijn roman is gebaseerd. Hij wil geen dikke-duim-proza schrijven, maar de werkelijkheid in alle facetten tonen. Die werkelijkheid is verbazingwekkender dan welke fantasie ook. Zijn boek blijft spannend, tot het eind. Daarin beschrijft hij als een forensisch patholoog hoe Mussolini om het leven is gekomen. Hij is door een stelletje partizanen afgemaakt. Zo beschrijft hij: ‘Het stoffelijk overschot van Mussolini is doorboord door negen kogels: een door zijn rechter onderarm; een andere is van boven naar beneden onder zijn riem doorgedrongen en bij de bilspier er weer uitgekomen; drie anderen hebben in de buurt van de rechterschouder de nek getroffen; de laatste vier, die dodelijk waren en in de kleine radius van een kort salvo op de linker bovenhelft van de borstkas gericht, hebben de aorta vermorzeld.’ Scurati wil exact laten zien hoe het allemaal is gebeurd. Het is een gewelddadig en afgrijselijk verhaal.

Mijn afkeer van Mussolini wordt onder het lezen almaar sterker. Als het volk hem in 1943 als een baksteen laat vallen, is hij een zielig mannetje, dat vooral medelijden met zichzelf heeft. Hoe kan dat ondankbare volk hem zo in de steek laten! Och arme! Het fascisme eet zijn eigen kinderen op. Het boek eindigt schokkend met de ontering door het volk van de dode lichamen van Mussolini en zijn geliefde Clara Petacchi, direct na hun liquidatie. Hun lichamen worden bespuwd en bescheten en beplast. Niets wordt de lezer bespaart. Na enkele dagen worden de lijken van Benito, Clara en enkele andere partijbonzen schoongespoten en omgekeerd opgehangen aan een benzinestation, zodat iedereen ze kan bekijken en de ontering verdergaat. Deze scènes in het boek maken op mij meer indruk dan de bekende foto’s van de tentoonstelling der lichamen. Ze zijn sprekender dan welk beeld dan ook. Scurati formuleert beeldend en trefzeker.

In een Nexuslezing beschreef Scurati het verschil tussen fascisme en populisme. Er zijn veel overeenkomsten. Het verschil is dat populisten geen geweld gebruiken. Nog niet tenminste, zegt Scurati. Zijn roman laat zien hoe belangrijk geschiedschrijving kan zijn om het heden te begrijpen.


Michiel van Diggelen publiceerde o.a. Ab Visser – Biografie (2013) en de historische roman Hendrik Peter Scholte. Dit jaar verscheen zijn biografie Weerbaar van verzetsman Arnold Douwes.


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *