Al te menselijk

Recensie door: Els van Swol

Het boek Memoir van een antiheld uit 1961 van de Poolse schrijver Kornel Filipowicz (1913-1990) roept meteen aan het begin al hetzelfde soort gevoel op als bijvoorbeeld Siegfried, de zwarte idylle van Harry Mulisch: dat van een zekere afschuw. Het schuurt.

Filipowicz beschrijft via de ik-figuur met grote bewondering de intocht van de Duitse soldaten tijdens de Tweede Wereldoorlog in Polen en met walging de Polen zelf. ‘Hun uitrusting, discipline, beweging, oriëntatie waren verbazingwekkend’ heet het over de Duitsers. De Polen daarentegen waren ‘gewoon … weerzinwekkend. Weerzinwekkend, versleten, smerig en wild’. Dat geldt in het bijzonder de onderwijzeres van de naburige plaatsen van het dorp dat X wordt genoemd, die zich verzet en wordt afgevoerd. Zij ziet eruit ‘als een natte kip. Het idiote mens (…). Het was weerzinwekkend’, terwijl de Duitsers die haar afvoeren ‘een heel rustig, menselijk gezicht’ hebben. Zo, de kaarten zijn geschud.
Toch staat er ook dat de ik-figuur nadenkt, luistert naar het kloppen op zijn deur en wederom nadenkt. Het is de hospita, die ‘een soort kwaadaardige, dierlijke glinstering’ in haar ogen heeft. ‘Vijandig en verbeten.’

Nadenken en nog eens nadenken

Dan ga je zelf óók nadenken. Een Poolse ik-figuur die dit zegt? Is er dan niet eerder sprake van ironie? En staan die omschrijvingen niet in de traditie van de grotesken in de Oost-Europese, negentiende-eeuwse literatuur van een Gogol en Dostojevsky? Net zoals je Siegfried van Mulisch anders kunt lezen: van walgelijk (begin) via een overgang naar menselijk. Al te menselijk. De vraag is dan of dit met doorlezen ook voor Memoir van een antiheld opgaat.

Deels. Er sijpelen mooie passages over bijvoorbeeld het weer door: ‘Het was prachtig weer. De herfst naderde langzaam. De dagen waren zonnig, warm en glashelder. Alleen de nachten werden steeds kouder. Op een ochtend besloot ik mijn nieuwe fiets te proberen.’ Het dagelijkse leven gaat zo goed en zo kwaad als het kan door. Onderweg krijgt de ik-figuur een ongeluk, en wat doet hij als hij weer thuis is? Nadenken. Over zijn veiligheid, zijn bezittingen, geld, het idee om al dan niet te vluchten. ‘Ik wil leven, ik wil goed leven en iemand zijn.’ Waarbij je ‘goed’ op twee manieren kunt opvatten: voluit genieten en/of een goed leven leiden. Het liefst is hij een held, maar dat zit er niet in. ‘Ik voel absoluut geen behoefte om de dood te riskeren.’

Degenen die wel helden zijn, worden afgevoerd naar Duitse concentratiekampen of kleiputten buiten X. De ik-figuur onderneemt actie om zichzelf te beschermen: hij redt de huisbewaarder die nota bene door zijn toedoen is gearresteerd vanwege het bezit van illegaal kalfsvlees. Zo dubbel is het leven en zo zijn de wraakzuchtige en opportunistische kaarten geschud. Het enige dat de protagonist wil, is zijn vege lijf redden. Hij blijkt een Volksduitser te zijn (een etnische Duitser die buiten Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland woont), een grijze muis, die Filopowicz raak weet neer te zetten.

Op een dag wordt de ik-figuur opgehaald door een man in een legeruniform en een man in burger. Hij wordt beschuldigd van samenwerking met de Gestapo en discriminatie van Joden. En later van nog meer, waarna hij tewerk wordt gesteld. Hij komt vervolgens voor de rechter ‘en voelde de warme, vriendelijke blik van het publiek’ op zich gericht. Hoort alle loftuitingen van de getuigen aan en wordt vrijgelaten. Hij keert terug naar huis waar alles is zoals het was, alleen wat stoffiger.

Kornel Filipowicz

Auteur Filopowicz werd in 1913 in Tarnopol (nu Ternopil in Oekraïne) geboren en overleed in 1990 in Krakau. Gedurende de Tweede Wereldoorlog zit hij in het verzet en belandt in verschillende concentratiekampen. Na de oorlog wordt hij bekend als schrijver van onder meer korte verhalen en novellen en als partner van Wisława Szymborska, met wie hij drieëntwintig jaar een LAT-relatie heeft. Memoir van een antiheld is een klassieker binnen de twintigste-eeuwse Poolse literatuur. Het boek uit 1961 is nu voor het eerst door Karol Lesman in het Nederlands vertaald. Lesman kreeg in 2017 de Martinus Nijhoff Vertaalprijs en vertaalde ook werk van onder anderen Olga Tokarczuk.

Memoir van een antiheld is geschreven in een sobere, zakelijke stijl. Een enkele keer gebruikt de auteur geestige vergelijkingen, zoals: ‘Bij elke ademhaling trilde zijn hele lichaam als een pudding.’

In het nawoord van Lesman, die de roman een microroman noemt, komen de reserves waarmee het boek in 1961 werd ontvangen ter sprake, het ongemak dat het opriep en nog oproept. Tenslotte heeft de lezer als altijd het laatste woord en vraagt zich af: is dit nu uiteindelijk een boek over een opportunist? Of over onverschilligheid ten opzichte van het leed van anderen, een gevaarlijke houding die leidt tot amoraliteit? Het is in ieder geval een boek dat, net als Siegfried van Mulisch, tot nadenken aanzet: wat zou ik in soortgelijke omstandigheden doen?

 

Memoir van een antiheld

Memoir van een antiheld

Kornel Filipowicz

Translation by: Karol Lesman

Afterword by: Karol Lesman

Uitgever: Zirimiri press (2026)

ISBN 9789490042288

144 pagina’s

Prijs: € 22,50

Kopen bij Libris

Recent