Met de moed der wanhoop

Recensie door: Bjorn Lichtenberg

In De waanzinpartituur neemt Emma van Hooff ons mee in het hoofd van Am, die is opgenomen in een psychiatrische inrichting. Te midden van een groep medepatiënten, tijdens een groepssessie waarin een ordelijke gang van zaken ver te zoeken is, probeert Am het hoofd koel te houden en ons te vertellen over de gruwelen waaraan zij haar leven lang is blootgesteld.

Haar moeder heeft Am vanaf haar geboorte tot in het obsessieve tegen de buitenwereld in bescherming genomen, en haar ten overstaan van school ziektes op de mouw gespeld waarvan in werkelijkheid geen sprake was. Bijgevolg werd Am te pas en te onpas thuis gehouden en bleef haar wereld beperkt tot het huis aan zee waar niet alleen zij, maar ook haar moeder zelf, is opgegroeid. Van Hooff slaagt er goed in de ernst van Ams situatie voor de lezer invoelbaar te maken; de lezer kan zich voorstellen dat dergelijke omstandigheden een aanzienlijke impact hebben op een kind.

Onbetrouwbare verteller

De waanzinpartituur is een raamvertelling. Am bevindt zich in een groepssessie met andere patiënten in de inrichting en is erop gebrand haar verhaal ondertussen van begin tot eind uit de doeken te doen. In de eerste delen van het boek volgen we Ams eigen gedachten, die echter continu worden onderbroken doordat de een na de andere gebeurtenis tijdens het kringgesprek haar afleidt. In deze eerste delen heeft Am duidelijk een toehoorder in gedachten. Ze spreekt die toehoorder regelmatig direct toe, maar wie dat precies is – de lezer, zijzelf, of een imaginaire derde – en waarom Am dit verhaal wil vertellen, blijft onduidelijk. Daardoor komt de raamvertelling-opzet in deze eerste delen wat zwak uit de verf. In het laatste deel neemt Am in het kringgesprek echter zelf het woord en wendt zich dan hoofdzakelijk tot haar medepatiënten in de inrichting. De raamvertelling krijgt dan een duidelijke functie.

Am is, op zijn zachtst  gezegd, verontwaardigd over haar opname in de inrichting en brengt verschillende argumenten naar voren om duidelijk te maken dat niet zij, maar haar moeder had moeten worden opgenomen. Dat Ams moeder met serieuze mentale problemen kampt, is evident: haar verregaande, verstikkende bezorgdheid, zoals Am die beschrijft, laat daarover weinig ruimte tot twijfel.
Tenminste, als we Am op haar woord kunnen geloven. Maar zij is een onbetrouwbare verteller, haar bevooroordeeldheid staat al vanaf het begin van het boek als een paal boven water en dwingt de lezer ertoe haar verhalen niet voor zoete koek te slikken.

Waar het in feite om blijkt te gaan

Am duidt haar medepatiënten consequent aan met ‘gestoorden’, ‘gekken’ of ‘krankzinnigen’. Van Hooff zet de vijandigheid die Am voelt ten overstaan van haar opname, de inrichting en haar medepatiënten erg dik aan. Dat maakt Am tot een tamelijk onuitstaanbaar karakter, voor wie de lezer maar weinig sympathie voelt. Het negatieve sentiment dat bij de lezer tegenover Am wordt aangewakkerd, doet af aan de leeservaring.

Van Hooff schakelt regelmatig tussen de vertelling over Ams verleden met haar moeder in het familiehuis aan de kust, en de scènes van het kringgesprek in de inrichting. Die laatste verhaallijn is voor de lezer maar weinig interessant: naast Am die haar medepatiënten met grote minachting beschrijft en bejegent, hebben de scènes in de inrichting zo goed als geen spanning of ontwikkeling te bieden. Daardoor voelen ze  als vertragende onderbrekingen van het verhaal over Ams moeder, waar het in feite om lijkt te gaan. Die vertragende werking wordt, in het laatste van de drie delen, op de spits gedreven, waardoor de climax van het verhaal schijnbaar onnodig wordt uitgesteld.

Emma van Hooff bedient zich naar hartenlust van metaforen, die over het algemeen verrassend en goed gevonden zijn. Zo schrijft ze: ‘Ik was een klein mens tjokvol secondes. Ik was de emmer die ze elke ochtend de put in gooide om klotsend weer boven te halen en toen ze me tegen zich aan drukte en haar grijswitte haren over mijn voorhoofd hingen, voelde ik: haar hart is een mierennest waar leven in en uit krioelt.’ Duister en beeldend; zet tot denken aan. Een paar pagina’s verder: ‘[I]k trok alles uit en liet mezelf door de opengesperde bek van de nacht vermalen.’ Wat zintuiglijk, tastbaar en krachtig is.

Onverzoenlijke antipathie van verteller

Toch voelt Van Hooffs schrijfstijl af en toe wat gekunsteld. De onverzoenlijke antipathie die Am voelt tegenover haar medepatiënten, hierboven genoemd, is daar een voorbeeld van. Daarnaast bevat het metaforisch taalgebruik in De waanzinpartituur ook minder geslaagde uitspattingen: ‘Met die angsten van haar heb ik niets te maken, geen idee wanneer zij een aanvang namen in het donkere theater dat haar hoofd is’. Ook wordt haar synesthetische neiging om kleuren met getallen te verbinden, zo geforceerd en onecht beschreven dat die de lezer telkens weer uit het verhaal haalt.

Het perspectief van de onbetrouwbare verteller in De waanzinpartituur is goed uitgewerkt en haakt op overtuigende wijze in op de inhoud. Hoewel trauma, opvoeding en innerlijke strijd bekende literaire thema’s zijn, is ook de specifieke problematiek waar het hoofdpersonage mee kampt redelijk verrassend en interessant. Daar staat tegenover dat Van Hooffs proza-stem in dit boek niet bijster eigenzinnig klinkt. Die wordt namelijk gekenmerkt door een tendens die we in de hedendaagse Nederlandstalige literatuur regelmatig tegenkomen.

De tekst bestaat veelal uit korte zinnen en vragen die steevast op een punt eindigen, waardoor een ritmische, vlakke vertelstijl wordt bewerkstelligd die nochtans maar al te graag wordt aangekleed met de opvallend weelderige en vaak licht provocerende vergelijkingen waarvan hierboven enkele voorbeelden werden genoemd. Het is deze weinig spraakmakende stijl die maakt dat De waanzinpartituur al met al niet als een bijzonder gedurfd boek uit de bus komt. Of dit boek Van Hooffs naam definitief zal vestigen als prozaschrijver valt daarom te betwijfelen. Daar is het misschien net te braafjes voor.

 

 

De waanzin partituur

De waanzin partituur

Emma van Hooff

Uitgever: Atlas Contact (2026)

ISBN 9789025477691

224 pagina’s

Prijs: € 22,99

Kopen bij Libris

Recent