Toen de man nog sliep, ging ik naar de rivier. De vermoeidheid van een lang ziekzijn moest eruit. Ik liep over de zomerdijk naar de Kapjeswelle. De zon scheen van opzij in mijn linkeroog. Er stond een onverwacht straffe wind, ik had een vestje aan. Voor de brugopgang stopte ik voor een voetgangerslicht. Op de kade stond een damesfiets. Alsof iemand die had weggezet om iets uit de berm op te rapen, verder te fietsen. Er was niemand te zien.
Het voetgangerslicht gaf groen. Ik stak over, liep de twee trappen naar boven, rustig, rustig. Er voer een vrachtboot onder de brug door. Een wandelaar kwam me tegemoet. Ik liep tot het einde van de brug, keek naar het stille landschap in de zon. Naar de ganzen aan de waterkant. Toen betrok de lucht. Er was een man die aan de andere kant van de brug met een groot pakket op zijn rug tegen de wind in fietste. Hij riep, ‘Kutweer. Wat een kutweer!’ Trapte voorovergebogen op de pedalen. Ik dacht aan zonnebloemen. Hoe Sylvia Hubers daar in de nieuwste editie van online magazine Papieren Helden op gebiedende toon over schrijft. ‘Maak de hele wereld één grote zonnebloem. Laat alles in ons hele zonnestelsel beschijnen door een Helianthus.’ Schilder een zonnebloem, ‘Op de gezichten van de mensen die wel een zonnebloem kunnen gebruiken.’ Ik dacht, die man.
Thuis klikte ik Papieren Helden open, schreef zinnen op die ik niet wilde vergeten, (‘Ze keek naar buiten tot hij weer tevoorschijn kwam.’) en (‘het leek veel langer toen ze stond te wachten en naar buiten keek, een koolmees had gezien.’) uit ‘Fragment 4: Processor’ van Ilja Marie. Hoe voorbijgaande tijd beschreven kan worden.
Daarna ging ik de tuin in, scheurde grote zakken tuinaarde open, schudde die leeg op het stuk tuin dat betegeld was geweest. Keek naar de peultjes, tomatenplanten, de andijvie, hoe het groeide. Toen ging ik naar binnen, maakte een koffie, klikte een tekst van Ida Blom open. Ik ben fan van Ida Blom. Ze schreef een dialoog, ‘Zout’. Het begint onschuldig, ‘Een theelepel sumac. / Een theelepel sumac. / Een theelepel kaneel. / Een theelepel kaneel.’ Je leest een recept, tot het bij het villen van de vis het verhaal wordt van krijgsgevangenen die aan hun familie worden teruggegeven. Ida Blom doet dat. Het woord ‘gedegen’ komt in me op. Denk nog wel eens aan haar verhaal ‘Eloise’. Hoe het me ergens ontroerde.
Dan. Die verlaten damesfiets op de kade. Het lage zadel, standaard in spreidstand, fietstassen. Als een teken van iets. Mensen verdwijnen.
Het verhaal ‘De gastheer’ van Jeroen Blokhuis speelt zich af op een compound in Gunjur, op de grens van Gambia en Senegal, gebaseerd op een post op social media account van Ebrina Migrant Situation. Een mensenrechten advocaat die zich inzet voor bootvluchtelingen. Geloven dat een beter leven aan de de overkant ligt, altijd de overkant. Ik denk, wil ik dit weten? Ja, kijk ernaar (de foto), lees:
‘Anderhalf jaar geleden was hij ineens vertrokken. En binnen twee maanden kwam hij weer terug, vermagerd, met een nog stoerdere glimlach dan normaal. Hij was tot Libië gekomen, daar opgepakt, totaal in elkaar geslagen en weet ik wat allemaal. Ontsnapt. Teruggekeerd. We hebben hem gewoon weer laten aansluiten, hem stevig omhelsd, god wat zijn we blij dat je terug bent, sukkel, klootzak, hoe haal je het in je hoofd. Hij stond hier weer gewoon blaadjes uit het zwembad te vissen, gasten rond te leiden door het dorp, langs de schooltjes. Eten maken, afwassen.
En toen niet meer.
Sol: afwezig.’
Een kolkend geschreven, schokkend verhaal. Dat ik ook dat andere verhaal van Blokhuis (dat is het fijne van Papieren Helden, je (sc)rolt van het ene in het andere verhaal, ‘Jezus van Barcelona’ ga lezen.
Van onlangs gedebuteerde schrijvers, onder andere Julien Staartjes (Twijfelwond), Fenna Riethof (Scherp onscherp), Jacky Kuiper (Feniks) is een hoofdstuk uit hun roman te lezen. Het leest zoals een amuse smaakt, daarna wil je alle gangen van het diner verorberen. Verder bijdragen van Elke Geurts, Fester Vogels, Arthur de Zutter, Benoite van der Cruysse, Lies Gallez, Rosa Braber, J.R. Jordens. Weet, er staan verhalen in van meer dan honderdvijftig schrijvers, duik in het archief van Papieren Helden. Niet vergeten, lees eerst de bijsluiter.
Papieren Helden, onder redactie van Gijsje Kooter / Illustraties Koebe












