Verhalen die een onuitwisbare indruk maken

Recensie door: Ronald Bos

Niemand zal ergens om vragen bevat twaalf korte verhalen en is het eerste literaire proza van de Oekraïense dichter, schrijver, zanger en activist Serhi Zjadan na de Russische inval. Verhalen uit het dagelijks leven van mensen in zijn stad Charkiv. Het eerste verhaal speelt zich af op 2 maart 2022, een week na de Russische inval en het laatste verhaal speelt op de Oekraïense Onafhankelijksheidsdag 2023. De verhalen zijn door Zjadan zelf geïllustreerd met kleine zwart-witte pentekeningen van Charkiv, Luhansk en Donetsk.

Serhi Zjadan (1974) publiceerde vanaf 1995 dichtbundels, romans en verhalen. Zijn werk is in twintig talen vertaald en hij ontving meerdere internationale literaire prijzen. Tegenwoordig woont hij in Charkiv en heeft hij zich aangesloten bij de 13e Brigade van de Nationale Garde. Van de vooroorlogse romans van Zjadan zijn er twee eerder in Nederlandse vertaling verschenen: Vorosjylovgradterug naar de woeste velden van Oost-Oekraïne (2018) en Het internaat (2022). In 2019 was Zjadan te gast op het Crossing Border Festival waar hij vertelde dat hij de oorlog met Rusland, die in 2014 begon met de bezetting van De Krim, niet had zien aankomen. Aldus Michel Krielaars in het voorwoord van Niemand zal ergens om vragen. Zjadan schreef altijd al in het Oekraïens, en na de bemoeienis van Rusland met zijn land weigert hij om nog maar één woord Russisch te spreken. De eerste publicatie van Zjadan na de inval verscheen in 2022 in het Duits. Himmel über Charkiw bevat berichten over hoe te overleven in de oorlog, die hij vrijwel dagelijks plaatste op sociale media. Voor zijn boek kreeg hij de Friedenspreis 2022 van de Duitse boekhandel. Na het begin van de oorlog kon Zjadan nog geen gedichten schrijven. Pas na een paar maanden kwam zijn poëtische taal terug, volgens Zjadan in het nawoord van zijn in 2023 verschenen dichtbundel Chronik des eigenen Atems, waarvan het eerste deel voor de oorlog met Rusland is geschreven en het tweede deel erna.

Betekenis titel in het Oekraïens

De titel van de bundel in het Oekraïens is Arabesken. Zjadan heeft die mogelijk gekozen als verwijzing naar de gelijknamige bundels van twee andere van oorsprong Oekraïense schrijvers. Arabesken van Nikolaj Gogol (1809-1852) verscheen in 1835 met de satirische en absurde verhalen Dagboek van een gek, Het Portret en De Neus, en in het Russisch geschreven met veel Oekraïense uitdrukkingen en zinswendingen. Gogol werd wel een Oekraïener in vermomming genoemd. De Arabesken van de voornamelijk in Oekraïne bekende Khvylovyi verschenen in 1924. Khvylovyi was een ‘incarnatie van de Oekraïense wil om weerstand te bieden of te sterven in de strijd’, aldus zijn biograaf.

Zjadan schrijft niet over de oorlogshandelingen na de Russische inval, maar over de trieste gevolgen van de oorlog voor gewone mensen. Zoals hij dat ook al deed in zijn romans. In het verhaal ‘Ik zal het licht achter iedereen uitdoen’, lopen geestelijk verzorger Misja en een fotograaf door een kerk om die af te sluiten. ‘We deden allemaal alsof we het niet koud hadden, alsof we niet bang waren, ons niet eenzaam voelden, alsof de  aanwezigheid van de dood, even nabij als overdadig, ons niet deerde. Ze praten over depressies en bij een begrafenis over de (on)rechtvaardigheid van de dood.’

In ieder verhaal komen andere personages voor, behalve in het eerste en laatste verhaal. Daar zijn het Artem en Knekel die in een busje rondrijden en mensen helpen, telefonisch geïnstrueerd door ene Kolja die met zijn moeder naar onbekende bestemming is vertrokken. In ‘Roep me naar deze poort’ gaat het over een ‘omaatje’ dat een tijdje niet meer is gezien. Met hulp van een buurman vinden ze haar op het bed in haar appartement, gestorven. Ze brengen haar weg met het busje. In het laatste verhaal ‘Niemand zal ergens om vragen’ zoeken Artem en Knekel een groot gezin om dozen met hulpgoederen te brengen. Ze rijden door de lege stad. ‘Zo zonder mensen leek de stad op een muziekkoffer waar het instrument uit was gehaald – ze lag er opengeklapt en nutteloos bij.’ Ze vinden de kinderen van het gezin, laten de dozen achter en Artem maakt een foto van de kinderen en de dozen als bewijs. ‘Ik kan er maar niet aan wennen, zegt Artem, ‘de lege stad. Kinderen die om conserven vragen.’ ‘Ze vragen er niet om’,  antwoordt Knekel.

Over geliefden

In drie verhalen figureren alleen een naamloze hij en zij. Het zijn tragische verhalen van voormalige en nieuwe geliefden. In Zij die je 's nachts warm zal houden zijn het twee frontsoldaten die elkaar in een hotel ontmoeten om een nacht samen door te brengen na een toevallige ontmoeting en online contact. Zij zegt, na een misverstand over een telefoontje met haar dochtertje: Luister, laten we wat slaap pakken. Wanneer krijgen we nog zo’n kans? De grote wijzer gaat over ex-geliefden die elkaar vijf jaar na de scheiding nauwelijks
nog hebben gezien. Hij komt bij haar op bezoek, hun zoon ligt te slapen. Ze zijn moe, na een jaar oorlog. Ze praten wat, zonder veel interesse voor elkaars verhalen. De zoon moet de volgende dag weer naar het front. Hij zegt uiteindelijk, ‘Laat hem nog wat slapen. Ik wacht wel.
Het begin van het verhaal ‘En de zon zal niet in staat zijn om alles te verlichten’ zet de toon. ‘Ze hadden elkaar in geen tijden gezien, waardoor hij haar niet meteen herkende. Zij komt bij hem op bezoek, met een bos bloemen. Ze had van klasgenoten gehoord dat hij in de stad was, maar hij herinnerde zich niets van vroeger. Ook niet dat hij haar de liefde heeft verklaard. Als ze weggaat, geeft ze hem haar telefoonnummer en hij geeft haar de bloemen weer mee naar huis. Aan het eind van het verhaal wacht hij op de verpleegster die hem naar zijn kamer terug zal brengen, het oorlogsslachtoffer in een rolstoel.

Onuitwisbare verhalen
Niet alle verhalen zijn kort weer te geven, hier nog twee voorbeelden: -De 12-jarige Tocha en zijn oudere neef Bohdan die op een laptop naar voetbal en een film kijken. Bohdan moet de volgende morgen vroeg naar het front. Hun laatste woorden, ‘Ik hou van je.’ ‘En ik van jou.’ -Een paar soldaten bezoeken een bruiloft van een twintigjarige maat en zijn bruid, ook onder de wapenen. Zijn ouders zitten in bezet gebied. Een lange rij gasten. Een cameraman voor een groepsfoto. De bruid glimlacht, de bruidegom wordt zenuwachtig. Hij raakt haar buik voorzichtig aan. Kijkt vol trots.

In deze verhalenbundel vertelt Zjadan in sobere taal over het dagelijks leven van Oekraïners in de buurt van de frontlinie. Hartverscheurende verhalen over liefde, vriendschap en moed, soms laconiek en soms humoristisch verteld. Verhalen die een onuitwisbare indruk maken door de gewoonheid van het alledaagse leven in een uitzonderlijke oorlogssituatie.

 

 

Niemand zal ergens om vragen

Niemand zal ergens om vragen

Serhi Zjadan

Translation by: Tobias Wals en Roman Nesterenco

Uitgever: De Geus (2026)

ISBN 9789044551587

144 pagina’s

Prijs: € 19,99

Kopen bij Libris

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *