Literatuurgeschiedenis in de onderbouw van het voortgezet onderwijs

Recensie door: Joke Aartsen

Uitgeverij kleine Uil uit Groningen heeft onlangs het boek Oude teksten voor jonge lezers uitgebracht waarin Joke Brasser acht lessen literatuurgeschiedenis uitwerkt voor met name de onderbouwklassen van het voortgezet onderwijs. Het boek geeft lessuggesties voor het behandelen van een klassiek genre zoals sprookjes en fabels of een canoniek werk uit de middeleeuwse Nederlandse literatuurgeschiedenis als Van den Vos Reynaerde, een Arthurverhaal en Mariken van Nimwegen.

Onderwijs is allang niet meer het domein van de professional, de vakleerkracht, alleen. De overheid legt al sinds jaar en dag meer en meer vast over de beoogde inhoud van toets- en schoolorganisatie en de inhoud van afzonderlijke vakken. De Stichting Leerplan Ontwikkeling, in 1975 opgericht door onderwijsminister Jos van Kemenade, formuleert in opdracht van het ministerie van OCW en in samenwerking met leraren, schoolleiders en andere partners zogenoemde ‘kerndoelen’. Een kerndoel is een wettelijk doel dat beschrijft waar leerlingen mee in aanraking moeten komen of wat ze uiteindelijk moeten beheersen. Kerndoelen geven richting aan het curriculum, het leerplan van een vak. De huidige kerndoelen voor het schoolvak Nederlands zijn sinds 2006 van kracht. Op de site van het SLO is te lezen: ‘Ze zijn globaal geformuleerd en bieden weinig houvast aan scholen en leraren.’ Tijd voor een actualisatie van de oude kerndoelen dus!

Nieuwe kerndoelen

Voor het schoolvak Nederlands is de opvallendste vernieuwing van het curriculum het feit dat historische letterkunde in de nieuwe kerndoelen voorgeschreven wordt voor alle onderbouwleerlingen, dus vmbo klas 1 en 2 en havo en vwo klas 1, 2 en 3. Kerndoel 9c beschrijft dat de leerling inzicht toont in literatuur uit verschillende tijden en in tijd en context. Op dit moment krijgen leerlingen op de middelbare school literatuurgeschiedenislessen vanaf de bovenbouw (vierde klas) van havo en vwo. Met de vernieuwing wordt dit onderdeel voor het eerst wettelijk verplicht in de onderbouwklassen.

Docente Nederlands Joke Brasser, schrijfster van het boek Oude teksten voor jonge lezers, vindt al veel langer dat historische letterkunde ook in de onderbouw moet worden gedoceerd. In december 2020 lanceerde ze de website ‘Klassiekers in de klas’ waarop ze veel en gevarieerd lesmateriaal deelt voor ontwikkelingsgericht literatuuronderwijs van de brugklas tot de bovenbouw en waarop ze blogs schrijft over literatuuronderwijs in de onderbouw. Ook jongere leerlingen moeten wat haar betreft kennismaken met oudere teksten. Ze is geen voorstander van het klassikaal stillezen in een boek, volgens haar de ‘meest ingezette werkvorm in de onderbouw’ van dit moment, omdat leerlingen daardoor klassikale interactie mislopen en het inzicht dat teksten geen losse eilandjes zijn. Haar eerste aanbeveling is dan ook de focus op vrijblijvend leesplezier helemaal los te laten, omdat dat als onderwijsdoel te vaag is, buiten de invloedssfeer van de docent ligt en er geen kader of eis aan verbonden is. Zij vindt het belangrijk dat er meer aandacht is voor een doorlopende leeslijn van basisschool naar middelbare school en met haar boek wil ze daar een aanzet toe geven voor wat betreft het lezen in de onderbouw.

De uitgangspunten van Brasser zijn dat historische literatuur van waarde is voor jonge lezers, dat goed literatuuronderwijs gericht is op een gezamenlijk referentiekader, een canon, en dat oude teksten voor jongeren juist betekenisvol kunnen zijn als er een dialoog met de eigen belevingswereld ontstaat. De overgang van onder- naar bovenbouw markeert een aantal kantelpunten in de leesontwikkeling van een scholier, citeert Brasser onderzoek van de Stichting Lezen en Helma van Lierop-Debrauwer. Jongeren krijgen bij die overgang niet alleen een nieuw boekenaanbod maar ze moeten ook anders gaan lezen. Literaire klassiekers en literair lezen al in de onderbouw aanbieden kan deze overgang vergemakkelijken, betoogt ze.

Lesideeën

In haar boek bespreekt Brasser in acht hoofdstukken ‘hoe je vanaf de brugklas oude teksten onderwijst naast jeugdliteratuur en poëzie’. In het eerste hoofdstuk wordt Annet Schaaps Lampje als klassieker geïntroduceerd, het tweede gaat over sprookjes. Brasser laat zien dat bij de bekroonde jeugdroman de betekenis tot stand komt door dialoog tussen lezer en tekst en tussen tekst en traditie. Zo wordt Lampje en sprookjes lezen de instap naar metanarratief lezen, naar intertekstualiteit en naar kennismaking met moreel-ethische dilemma’s. Het boek kan gekoppeld worden aan zeemeerminnensprookjes, sprookjes op hun beurt aan werk van Roald Dahl en Toon Tellegen. Brasser benoemt in haar boek regelmatig welke kerndoelen bediend worden. In dit geval bijvoorbeeld kerndoel 9, zoals zij het verwoordt: ‘Het herkennen en verwoorden van universele thema’s in sprookjes en sprookjesbewerkingen door de tijd heen, het beschrijven van verschillen en overeenkomsten tussen oudere sprookjes en hedendaagse literatuur en het beschrijven van verschillen en overeenkomsten tussen verschillende versies van sprookjes.’

In volgende hoofdstukken wordt de Middelnederlandse literatuur als uitgangspunt en inspiratiebron voor onderbouwlessen gebruikt: Reinaart kan al in de brugklas gedoceerd worden, Van Maerlants fabeldieren kunnen leerlingen leren over verwondering en betrouwbaarheid van bronnen, een ridderroman als over de zwarte ridder Moriaan van koning Arthurs ronde tafel kan elke leerling laten nadenken over identiteit (en zichzelf), de roman over de reiziger Sint Brandaan is goed te behandelen met een moderne bewerking, de thematiek in Mariken van Nimwegen, een deugdzaam, wanhopig meisje dat wordt lastiggevallen door een enge man, is van alle tijden. Van de meeste Middelnederlandse werken is een keur aan originele, toegankelijke en goede (jeugd)bewerkingen beschikbaar. Op een later moment, zegt Brasser, kunnen dan eventueel de oorspronkelijke teksten behandeld worden. Sommige hoofdstukken in het boek eindigen met een overzicht van tekstbewerkingen en edities geschikt voor het onderwijs en een enkele keer worden romans met een vergelijkbaar onderwerp of vergelijkbare thematiek aangestipt. Het laatste hoofdstuk bespreekt het herlezen van jeugdliteratuur in de bovenbouw, waardoor oudere jongeren gelaagdheid, dubbele geadresseerdheid, leren zien.

Inspiratie

Oude teksten voor jonge lezers is meer dan een lesboek. Het is geschreven in een ik-stijl; Brasser verhaalt over haar ervaringen en die van collega-docenten met de lessen en leerlingen. Ze is een warm pleitbezorgster van het vormgeven van de nieuwe kerndoelen, heeft een uitgesproken mening over het huidige leesonderwijs in de onderbouwklassen en doet soms nogal boude uitspraken: ‘Ons curriculum lijdt onder kapitalistische ideeën van efficiëntie en productiviteit.’ Ze stelt dat onderwijs niet gaat om overdragen van kennis maar om het selecteren en leerlinggeschikt maken van het materiaal. Docenten kunnen in tekstkeuze en didactiek ruimte maken voor zachte en inefficiënte leerdoelen als verwonderen en verbazen.

De onderwijspraktijk is weerbarstig. Vogels van verschillende pluimage geven Nederlands in de onderbouw van het voortgezet onderwijs: universitair en hbo-opgeleide neerlandici, maar ook pabo-opgeleiden of in noodgevallen, die er veel zijn bij het schoolvak Nederlands, docenten die een bevoegdheid hebben voor een ander vak (‘niet bevoegd, wel bekwaam’). Deze docenten hebben in hun opleiding geen of heel weinig literatuurgeschiedenis genoten en voor hen zal de vernieuwing beslist een uitdaging zijn. Links en rechts verschijnt er al lesmateriaal, zoals in de apriluitgave van het vakblad voor (moderne vreemde) talendocenten Levende Talen Magazine. Brassers boek biedt docenten die daar behoefte aan hebben handvatten en inspiratie voor het geven van literatuurgeschiedenislessen in de onderbouwklassen. Haar enthousiasme en bevlogenheid zijn bewonderenswaardig en aanstekelijk. Moge deze route de opmaat zijn naar een eindexamen Nederlands voor alle leerlingen waarin kennis over de Nederlandse literatuurgeschiedenis en literatuur als seismograaf van de maatschappij centraal staat!

 

 

Oude teksten voor jonge lezers

Oude teksten voor jonge lezers

Joke Brasser

Uitgever: Kleine Uil (2026)

ISBN 9789493323674

216 pagina’s

Prijs: € 32,50

Kopen bij Libris