IJzersterk eerbetoon aan de taal

Recensie door: Adri Altink

Eind april sprak NRC met Henny Feenstra; zij geeft Friese les op basisscholen in de provincie. Het artikel sluit af met haar uitspraak ‘Taal is ook de grond waarop je loopt’.
Wie de roman Een woord voor van Eva Meijer leest zal waarschijnlijk met die opmerking instemmen. In de knap gecomponeerde roman laat de auteur op een geraffineerde manier zien wat we verliezen als we onze taal kwijtraken.

Het verhaal is gesitueerd in een hedendaags Nederland. Hoofdpersonages zijn Uma en Mik. Uma schrijft gedichten en heeft een heel precies taalgevoel. Mik, die in hun (Mik is non-binair) kunstatelier met hout werkt, en Uma raken verliefd, maar die ontluikende relatie wordt beïnvloed door de verschillende reacties van beiden op de verdwijning van woorden uit de Nederlandse taal. Die woorden vallen plotseling en bovendien alomvattend weg, niet alleen uit ieders geheugen, maar ook uit de spreektaal, boeken, archieven en publicatieborden. Het eerste van die woorden is ‘achteloos’. Dat kiest Meijer niet zomaar. Het geeft precies het proces weer: de woorden verdwijnen plotseling en universeel, maar zonder dat mensen het door hebben. Ze merken het pas als ze erom verlegen zitten.

De meesten missen ‘achteloos’ niet. Van andere woorden valt het eerder op, vooral als er publieke belangen in het geding zijn. Zo ontstaat er in de financiële wereld onrust als ‘geld’ ineens weg is. En er ontstaan twisten tussen regio’s als ‘geel’ niet meer bestaat: sommige groepen gaan het woord ‘zon’ gebruiken, andere ‘stro’ of ‘kanarie’ en dat splijt de maatschappij.
Toch is er maar een kleine kring die zich echt druk maakt over de ontwikkelingen en een beroep doet op de regering om maatregelen te treffen.

Metafoor

Bij veel verdwijningen laat Meijer zien dat elk woord een eigen gevoelswaarde heeft waardoor een synoniem eigenlijk net niet past. Als ‘zeer’ verdwijnt schrijft ze bijvoorbeeld: ‘Omdat er andere woorden voor zijn valt het verdwijnen op de een of andere manier wel mee (…), heel is toch ook prima. Toch is zeer meer dan heel en zelfs dan erg, omdat het iets statigs heeft, iets ouderwetsigs’.
Een bijzonder geval waarin de consequenties van het gemis duidelijk worden is de verdwijning van ‘metafoor’. Het leidt tot een incident in de Tweede Kamer als de Minister van BiZa, niet beseffend dat haar microfoon nog open staat, verzucht dat de leider van FvD een ‘flapdrol’ is. Die kan dat alleen nog letterlijk verstaan en niet als een metaforische verwijzing naar een gedrag.

Hoe gebrekkiger de woordenschat wordt, hoe meer complotdenken opkomt. Is dit een ondermijnende actie van Rusland? Van China? Van de VS? De druk op het kabinet om daadkracht te tonen wordt steeds groter. Dat besluit uiteindelijk (in de roman zijn we dan bijna tot het eind gevorderd), dat we het beste kunnen overgaan op Engels. Er komt geld voor begeleiding voor wie die taal niet machtig is door benoeming van buddy’s.

Criminaliteit

Meijer kruidt haar verhaal met veel humor, vooral als het gaat om de politieke besluitvorming. In de premier, die John heet, zit veel van het DNA van Rutte: John is optimistisch en zeer tevreden met zichzelf, schuift zaken voor zich uit en is vooral bezig met delegeren.
Ook anderen doen aan bekende politici denken. Je ziet Trump bijvoorbeeld voor je als in de roman de Amerikaanse president de Nederlandse premier onder druk zet om met financiële compensatie over de brug te komen omdat Engels in Nederland de voertaal wordt.
Die humor is soms subtiel en grimmig, zoals in de naam van het ‘Ministerie van Criminaliteit en Immigratie’.

Intussen wordt de ontwrichting van de maatschappij steeds erger. Wanneer ineens honderden persoonsnamen wegvallen is er het probleem hoe je iemand die naamloos is strafrechtelijk kunt vervolgen (de naam is immers ook uit de identiteitspapieren en de bevolkingsboekhouding verdwenen). De premier kan overigens John blijven heten omdat die naam in het Engels voorkomt.

Wit

Dichter Uma voert samen met Mik een uitzichtloze strijd voor het behoud van het Nederlands. Ze zoekt naar allerlei manieren om een archief op te bouwen van verdwenen woorden: als het niet met letters kan, dan maar met tekeningen. Ze werken daarvoor samen met een hoogleraar, Agnes Fagot, die verdwenen woorden onderzoekt. Maar zij kan niets bijdragen omdat zij slechts thuis is in vocabulaire dat in onbruik is geraakt.
In het laatste deel van de roman vertellen Uma en Mik en enkele andere personages over hun persoonlijke omgang met de gebeurtenissen. De pagina’s van Uma zijn wit. Haar archief bevat nog maar enkele woorden die overleven. Ze zal als dichter geen taal meer hebben.

Een woord voor volgt qua structuur het verlies van de taalschat. Meijer is immers zelf in de roman gebonden aan wat er aan woorden resteert en hoe verdwenen woorden worden vervangen door (benaderende) synoniemen of door Engelse equivalenten. Dat doet de auteur razend knap en consequent: op het moment waarop ‘dat’ (ook in ‘omdat’), ‘woord’ en ‘lief’ niet meer bestaan wordt een zin: ‘Uma heeft hetzelfde. “Het is logisch die…”, ze aarzelt, zoekt naar het juiste lettercluster, ver      , “love lastig is”, zegt ze. “Omdie het morrelt aan wie je bent, aan hoe je de wereld ziet”’.

Als lezer word je erin meegezogen. Je wilt af en toe zelfs weerstand bieden aan wat er gaande is. Je ontkomt er niet aan jezelf af te vragen wat je persoonlijke verlies zou zijn.
De Friese lerares in NRC zit er niet ver naast: de grond onder je voeten valt weg als je taal verdwijnt.
Een woord voor is een ijzersterk boek dat iedereen moet lezen die van taal houdt of zich ongerust maakt over verlies van identiteit door verengelsing.

 

Een woord voor

Een woord voor

Eva Meijer

Uitgever: Uitgeverij Cossee (2026)

ISBN 9789464522600

240 pagina’s

Prijs: € 23,99

Kopen bij Libris