Een heer met schoenen

Recensie door: Huub Bartman

Eddy Jharap is opgegroeid op het platteland van Suriname. Zijn vader had twee vrouwen bij wie hij elk tien kinderen had. Met twintig kinderen onder één dak was het geen vetpot thuis. Op de dorpsschool – vier kilometer lopen van huis – werd hij in het begin veel geplaagd vanwege zijn lichte ogen. Zijn meester nam hem in bescherming. Deze kwam elke dag met de bus uit de stad naar het dorp, altijd netjes gekleed met een mooi overhemd en een stropdas, maar het mooiste waren zijn schoenen. De dorpskinderen liepen allemaal op blote voeten, vaak door de modder. Zulke schoenen, dat wilde Eddy later ook.

Op 25 november 1975 wordt Suriname ten tijde van het kabinet Den Uyl onafhankelijk. Ter gelegenheid van vijftig jaar onafhankelijkheid maakt Coen Verbraak voor BNNVARA de docuserie Suriname – 50 jaar tussen zorg en hoop, waarvan dit boek de uitgebreide weerslag op papier is van veertien van de achttien interviews. Het verhaal van de kinderjaren van Eddy Jharap is representatief voor dat van veel Surinamers afkomstig van het platteland. Weinig voorzieningen, veel ziektes en grote armoede. Het zijn de vrouwen die opdraaien voor de opvoeding van de kinderen. Na drie jaar te zijn behandeld in een leprozenkliniek krijgt Eddy de kans om met een beurs geologie te gaan studeren in Leiden. Daar ontwaakt zijn politieke bewustzijn. Hij wordt een vurig pleitbezorger van de onafhankelijkheid. Hij bekeert zich tot het socialisme en wordt actief in de vakbeweging. Als veel Surinamers in 1975 uit angst voor politieke chaos hun land verlaten en hun heil zoeken in Nederland, blijft hij in Suriname. Hij wil meehelpen het land op te bouwen. Als hij Suriname ziet wegglijden in een afgrond van corruptie en vriendjespolitiek, staat hij niet onwelwillend tegenover de militaire staatsgreep van Bouterse. Hij wil de coupplegers helpen het land er weer bovenop te krijgen op voorwaarde dat de democratie hersteld wordt. Als dat niet gebeurt, raakt hij steeds meer vervreemd van het regime.

De militaire coup van Bouterse c.s. in 1980 met in de slipstream daarvan de beruchte decembermoorden van 1982 vormen een markeringspunt in de moderne geschiedenis van Suriname evenals de moordpartij in 1986 op de inwoners van het jungledorpje Moiwana in het oosten van Suriname. Deze gebeurtenissen hebben diepe sporen nagelaten in het bewustzijn van alle Surinamers zoals blijkt uit de gesprekken met Coen Verbraak.

Iedereen is het erover eens dat Suriname een onvoorstelbaar mooi land is, volgens Humberto Tan eigenlijk zelfs een voorportaal van het paradijs, met slechts 600.000 inwoners, rijk aan bodemschatten en een heerlijk klimaat. In potentie moet Suriname een rijk en welvarend land kunnen zijn. Toch is het dat niet. Onder de talrijke oorzaken daarvan speelt de erfenis van het koloniale verleden een belangrijke rol. De plantagehouders en de koloniale overheid hadden niet bepaald de welvaart en het welzijn van de Surinaamse bevolking op het oog. Zo was het onderwijs helemaal op Nederlandse leest geschoeid en weten vooral oudere Surinamers meer van de geografie en geschiedenis van Nederland dan van hun eigen land, al heeft, volgens Cynthia McLeod, het verplichte onderwijs in het Nederlands onbedoeld wel gewerkt als een katalysator voor integratie tussen de verschillende bevolkingsgroepen van Suriname. Ook heeft het slavernijverleden bijgedragen aan een zekere indolentie onder de bevolking om zelf initiatieven te ontwikkelen om vorm te geven aan de toekomst van het land. Nederland heeft er weinig aan gedaan om dit te bevorderen. Joop den Uyl verklaarde gewoon van de kolonie af te willen. Het moment van uitroeping van de onafhankelijkheid werd eenzijdig gekozen door de Nederlandse regering. Zij zag het als een soort boedelscheiding. Al voldeed het wel aan diepgevoelde verlangens van vooral de meer intellectueel geschoolde Surinamers onder leiding van Eddy Bruma, het land als geheel was er toch nauwelijks op voorbereid en al spoedig werd dit duidelijk in de tegenstellingen die er, als naweeën van het slavernijverleden, bestonden tussen aan de ene kant de inheemse en Afro-Surinaamse bevolking en aan de andere kant de Hindoestaanse bevolking. Voor de Surinamers was het een hoogst emotioneel gebeuren en vooral spannend. Zou het leiden tot onlusten en toenemende spanningen tussen de verschillende bevolkingsgroepen? Veel Surinamers hadden hun land uit angst daarvoor al verlaten. Gelukkig viel dit erg mee, al kunnen de latere gebeurtenissen rond de coup van Bouterse, de decembermoorden en de Binnenlandse Oorlog tegen het junglecommando van Brunswijk daarvan niet losgezien worden.

De verhalen van de geïnterviewden zijn nauw verweven met deze gebeurtenissen.

Verhalen

Zo zijn daar de meer analytische verhalen van de halfzusjes Cynthia McLeod en Kathleen Ferrier. Hun vader, Johan Ferrier, is de eerste president van Suriname. Onder hem was in 1955 Keti Koti, het feest ter gelegenheid van de afschaffing van de slavernij, uitgeroepen tot nationale feestdag. Mooi is het verhaal over zijn kinderjaren van kunstenaar Marcel Pinas, een nakomeling van de Marrons, vluchtelingen van de plantages die zich gevestigd hebben in de bossen in het binnenland. De Binnenlandse Oorlog, die honderden mensenlevens heeft gekost, speelde zich voornamelijk af in de buurt van zijn geboortedorp Moengo. Het monument ter herinnering aan het bloedbad van 29 november 1986 aangericht door de troepen van Bouterse in het dorp Moiwana vlakbij Moengo is door Pinas gemaakt. De strijdbare Linda Nooitmeer, wier achternaam wijst op de afschaffing van de slavernij, wijst op het belang van de excuses van de koning en van premier Rutte voor de vele mensen met Afrikaanse roots in Suriname. Humberto Tan spreekt met liefde over zijn moeder die in de Bijlmer van grote betekenis is geweest voor de Surinaamse gemeenschap daar. En dan is er nog het verhaal van de a-politieke Jürgen Raymann, die weigerde op verzoek van Bouterse zitting te nemen in een zogenaamde Waarheidscommissie in verband met de Decembermoorden. Al deze verhalen dragen duidelijk de handtekening van Coen Verbraak. Duidelijk en, als het moet, confronterend, maar altijd betrokken.

Een rode heer met schoenen

Eddy Jharap is de oprichter van de Surinaamse Staatsoliemaatschappij. Het was zijn droom dit bedrijf te runnen op socialistische basis. Toen hijin 1985 door president Wijdenbosch op staande voet ontslagen werd en er een volksopstand uitbrak om hem te steunen, werd hij door de rechter in ere hersteld. Hij was nu weliswaar een heer met schoenen geworden, maar wel een rode heer van het gewone volk.

Suriname

Suriname

Coen Verbraak

Vijftig jaar tussen zorg en hoop

Uitgever: Uitgeverij Alfabet

ISBN 9789021344805

240 pagina’s

Prijs: € 22,99

Kopen bij Libris