Waarnemen met nieuwe ogen

Recensie door: Adri Altink

Iemand zit met een mok dampende koffie op een stoel voor zijn beeldscherm. Hij probeert zijn vuist in zijn mond te proppen.
Die situatie blijft onveranderd gedurende de hele lengte (117 pagina’s) van Je zit op een stoel van Bob Vanden Broeck. Toch gebeurt er ontzettend veel. Al na een paar pagina’s ben je ondergedompeld in een continue stroom van gedachten en gevoelens van het personage die je gevangen houden. De woordenstroom is zo pulserend, absurd, hallucinatoir dat je niet ontkomt aan doorlezen. Of misschien beter: ondergaan.

De structuur van de roman werkt eraan mee. De tekst begint op pagina 9 en eindigt op pagina 117 zonder enige witregel of nieuwe alinea.
Wie is ‘je’ uit de titel? Is hij of zij wel een personage waarover je leest of pakt het verhaal jou als lezer onherroepelijk bij de kladden; ben jij de ‘je’? Zoals Vanden Broeck als motto een zin uit Kosmos van Gombrowicz nam (‘Ik zat op die boomstam als op een koffer, wachtend op een trein’), zo nestelt de openingszin ‘Je zit op een stoel’ zich al na enkele regels in de lezer zelf.

Spiegelbeeld

Een zin die een keer of vijf in het boek voorkomt is dat het onmogelijk is ‘om wat er is, de feiten, en wat je ervaart, de gevoelens, van elkaar te onderscheiden’. Dat is wat geldt voor de ‘je’, zittend op zijn stoel in een cascade van lijfelijke belevingen, herinneringen, angsten, waarnemingen, fantasieën en dromerijen. Zo maakt hij een reis door zijn lichaam van het hoofd tot ‘de afgeplukte eelt op je voeten’, beweegt zijn hand naar het scherm en terug, bedenkt manieren waarop hij de mok kan optillen (met enkel de duim lukt het niet), ontdekt op welke manieren je een vlieg kunt doden, registreert hoe de muren in de kamer er uit zien en projecteert er beelden op, hoort en ziet door het raam wat zich buiten afspeelt, maar reflecteert ook op zijn spiegelbeeld in de ruit, enzovoort. Al die tijd lijkt hij een gevecht te leveren met zichzelf over het zitten op de stoel: wil hij opstaan, maar heeft hij de kracht niet? Moet hij zich daar schuldig over voelen?

Nee wordt ja

Opvallend is het gebruik van het woord ‘nee’ als een tussenwerpsel in zinnen waarin twee (of meer) keren hetzelfde wordt gezegd; een ‘nee’ dus, waar de lezer in semantische zin een ‘ja’ zou verwachten. Zoals in: ‘…en je hoort je ziel, nee, je ziel hoor je…’.
Dat ‘nee’ duikt in het begin vaak, maar in de loop van het verhaal allengs minder op. En dan, vanaf pagina 87, wordt het ineens steeds een ‘ja’: ‘…jouw zwaaiende hand bungelt, ja, jouw handen zwaaiend in de oneindige ruimte…’.
Wat betekent dit? Is de ‘je’ tot die 87ste pagina in verzet tegen zijn gestolde zitten op die plek en accepteert hij die situatie uiteindelijk wel? Geniet hij er zelfs van?
Het heeft er alle schijn van als hij tegen het einde bijna uitbundig overgaat in een taalspel met alsmaar veranderende woordvolgorde in dezelfde zinnen: ‘in deze oneindige ruimte zit je op een stoel, ja, je zit stoel een op, ja, op je stoel zit een, ja zit je op een stoel, ja, je een op stoel zit, ja’ (enzovoort, enzovoort).
Daarvoor heeft ‘je’ al eens geconstateerd: ‘…de ware ontdekkingsreis, denk je, bestaat niet uit het zoeken naar nieuwe landschappen, maar uit het waarnemen met nieuwe ogen, echte reizigers zitten op een stoel’. Dat lijkt een belangrijke stap van het ‘nee’ naar het ‘ja’.

Traandruppels

Wie zich op de – soms raadselachtige – gedachtestromen laat meevoeren leest een verslavende roman. Met prachtige poëtische zinnen bovendien als: ‘…zoals er herfstdagen zijn die barsten van verlangen als bloesemende magnolia’s, dagen waarop dikke druppels zich als transparante, van glas geblazen planeten aan de aardse bladeren hechten zoals de traandruppels op het gezicht van Maria Cleophas in de Kruisafneming van Rogier van der Weyden…’ (Vanden Broeck is ook kunsthistoricus en dichter).

Laat je meevoeren en bekommer je niet teveel om je eigen logica. Of om ‘je’ zelf nog eens te citeren als hij zegt dat ‘… het niet uitmaakt of je de tekst begrijpt, maar dat je mee wordt gevoerd door een ritme dat zich lijkt los te zingen van de woorden…’.

Je zit op een stoel

Je zit op een stoel

Bob Vanden Broeck

Uitgever: Uitgeverij Koppernik (2026)

ISBN 9789083616261

120 pagina’s

Prijs: € 22,50

Kopen bij Libris