Sommige schrijvers dromen van een eigen tijdschrift. Sommigen hebben deze droom ook waargemaakt. Multatuli had zijn Ideeën, E. du Perron verspreidde onder vrienden zijn Cahiers van een lezer, Willem Frederik Hermans maakte een begin met Mandarijnen op zwavelzuur en Jeroen Brouwers publiceerde tussen 1996 en 2018 een tiental afleveringen van zijn eigen periodiek Feuilletons.
Nieuwe feuilletons van Jeroen Brouwers komen er niet, want hij is in 2022 overleden. Het goede nieuws is dat er wel een Stichting Jeroen Brouwers bestaat, die op zich heeft genomen deze periodieke taak van de schrijver voort te zetten. In beginsel verschijnt ieder jaar op 30 april – zijn geboortedag – een ‘Cahier Jeroen Brouwers’. In 2025 kwam de eerste aflevering uit, eind april 2026 verscheen nummer twee.
Wat het eerste opvalt aan het Cahier Jeroen Brouwers is het formaat: met afmetingen van ruim 22 bij ruim 28 cm en 12 mm dik komen we al aardig in de buurt van een glossy. Natuurlijk: het papier is anders, evenals de uitstraling en het heet goddank niet de Jeroen – maar toch. Het binnenwerk prijkt met tientallen foto’s en kleurendruk. Kosten noch moeite zijn gespaard zo te zien, al was het wel in lijn met Brouwers’ bij leven gepubliceerde werk geweest als de Cahiers in katernen genaaid gebonden waren uitgevoerd en niet, zoals nu, garenloos gebrocheerd.
Naast foto’s van Jeroen Brouwers en talrijke collega’s, bevatten de cahiers ook veel afbeeldingen van documenten. Geen wonder voor een auteur die zich vaak over het werk van andere schrijvers heeft uitgelaten en zich daarvoor doorgaans goed documenteerde. Het zijn intrigerende voorbeelden van Brouwers eigen befaamde archief, dat zelf ook op enkele foto’s te zien is en een indruk geeft van de mogelijkheden voor nog meer Cahiers in de toekomst. Brieven, affiches, manuscripten, drukproeven… het is uitermate veelbelovend allemaal.
De artikelen zelf zijn bovendien minstens zo aanstekelijk. Voornamelijk geschreven door de redacteuren van het blad: cultureel ondernemer Roos Custers, docent moderne Nederlandse letterkunde (en Brouwers’ weduwe) Gwennie Debergh, antiquaar René Franken, redactrice Anita Roeland, literair journalist Johan Vandenbroucke en letterkundige Lodewijk Verduin. De onderwerpen variëren van polemiek en niet verschenen boeken tot filmactrices in het werk van Brouwers en zijn dagboeken. Aflevering 2 van de Cahiers – nog dikker dan nummer een – betreft voor meer dan de helft het contact tussen Brouwers en Joost Zwagerman, en bevat een veertigtal brieven van Jeroen aan Joost.
Uiteraard is dit alles gemaakt door liefhebbers, naasten en vertrouwelingen voor hen, die ook na Brouwers’ dood niet genoeg van hem kunnen krijgen. Het lijkt me geen probleem; wie van dit alles geen kennis wil nemen of hagiografische bezwaren heeft, late de Cahiers ongelezen. Men mist dan wel een aansprekend, levendig en solide gedocumenteerd stuk Nederlandse (en Vlaamse!) literatuurgeschiedenis, dat eigenlijk geen belangstellende zich zou moeten laten ontgaan.
Prijs: € 25,- / Voor meer gegevens en bestellen: zie www.jeroenbrouwers.be











