Midden in het bos in het binnenland van Noorwegen, een eindje van de bewoonde wereld vandaan, bevindt zich een grote, oude boerderij met een brede oprijlaan; we schrijven ergens midden tot eind twintigste eeuw. Als je goed kijkt is achter het raam op de eerste verdieping van de boerderij een ongeveer tienjarig meisje zichtbaar. Ze heet Urd, en ze kijkt hoe haar moeder opstaat uit haar stoel voor het huis en het bos in loopt.

Samen met Urd en haar ouders wonen er nog zeven broers en zussen in het huis. Urd heeft veel affiniteit met de natuur die haar omringt, maar de liefde en het comfort dat zij vindt in haar natuurlijke omgeving, moet zij ontberen bij haar familie. Haar broers en zussen verlaten een voor een het nest, vader is het grootste deel van de tijd van huis en de liefde van de moeder is als brandstof voor een warm thuis al jaren geleden opgebrand. Een raar kind, zoals Urd is wel het laatste waar zij zich mee bezig wenst te houden.

Perspectief van het kind

Sjablone (vertaald door Liesbeth Huijer) wordt verteld vanuit het perspectief van Urd, die in dit boek tussen de acht en de twaalf is; de vertelling bestrijkt zo’n drie, vier jaar. Urd doet vlotte en relevante observaties over de wereld om haar heen, maar is nog niet in staat die te interpreteren en contextualiseren zoals wij, volwassen lezers met meer wereldkennis, dat doen. Wanneer Urd haar moeder bijvoorbeeld vanuit haar slaapkamer het bos in ziet lopen, en zij een uur later terugkeert terwijl er een plakkerige substantie vanuit haar kruis aan de binnenkant van haar been naar beneden druipt, heeft Urd geen idee wat die substantie is; als lezers kunnen wij ons daar wel enig beeld van vormen.

Wat betreft het perspectief van het kind dat gelaten de wereld om zich heen waarneemt en ondergaat, lijkt Sjablone op het in 2024 door Uitgeverij Das Mag uitgegeven De tweelingentrilogie door Ágota Kristóf. In dat boek sorteert dit perspectief een sterk effect bij de lezer: door het contrast tussen de gruwelijkheden waarvan het kind getuige is en de tamelijk droge, gelaten manier waarop die worden waargenomen, wordt de lezer des te meer van afschuw vervuld. In Sjablone wordt de potentie van het perspectief van het kind niet op zo’n manier ten volste benut.

Onbenutte kansen

Het onbenut laten van de kracht van het kind-perspectief is een voorbeeld van hoe Rønning veel kansen tot het vergroten van de impact die het boek in theorie had kunnen maken, aan zich voorbij laat gaan. Een ander voorbeeld is dat de spanning die wordt opgebouwd door de bedrukte sfeer in huis, vooral veroorzaakt door een uitgeputte en ongelukkige moeder, uiteindelijk niet tot een climax komt.

Het is het overwegen waard of de kracht van Sjablone misschien schuilt in de mijmeringen over de menselijke conditie en natuur die het hoofdpersonage Urd zo nu en dan formuleert. Die overpeinzingen getuigen van een interpersoonlijk inzicht dat indrukwekkend contrasteert met de anders zo naïeve, observerende stijl. Zo lezen wij:

Mensen hebben alleen plek voor zichzelf vanbinnen, en voor iets wat licht is en iets wat donker is. Maar ik heb meer, ik heb alle dieren, mijn lichaam is een landschap en daar wonen ze in, in verschillende ruimtes […] Ik voel alles in mijn eigen lichaam. Ik voel het als ze elkaar opeten.’

Urd legt zich gelaten neer bij de kloof die zij tussen haar en de mensen om haar heen waarneemt en die bepalend is voor de manier waarop zij haar omgeving ervaart. Toch zijn deze mijmeringen net iets te zeer gelinkt aan de wat idiosyncratische belevingswereld van het hoofdpersonage, waardoor passages als deze toch niet écht blijven hangen.

Moeten we de kracht van dit boek dan zoeken in het contrast tussen de grote emotionele afstand tussen Urd en haar familie enerzijds, en het comfort dat zij vindt in de natuur anderzijds? Van alle elementen waaruit dit boek is opgebouwd, is dit contrast het nadrukkelijkst in de roman aanwezig. Hoewel op zich interessant, is die tegenstelling echter nou ook weer niet zo vernieuwend, en beide aspecten zijn met maar weinig diepgang uitgewerkt.

Het zijn allemaal vlakken waarop Sjablone literair potentieel, waarmee het boek anders tot grootse hoogten had kunnen stijgen, ongebruikt laat. Geen enkel element springt echt in het oog of vat écht de aandacht van de lezer. Individueel zijn die onbenutte kansen te vergeven, maar samen zorgen zij voor een wat oppervlakkige en vergeetbare leeservaring.

‘Het mooiste woord dat ik mama heb horen zeggen’

Misschien is de belangrijkste literaire verdienste van dit boek wel de mysterieuze titel Sjablone, Skabelon in het oorspronkelijke Noors. Urd hoort haar moeder dit woord slechts één keer zeggen, en weet meteen dat het het mooiste woord is dat ze heeft gehoord, maar het is onduidelijk wat ze ermee bedoelt. Het valt te betreuren dat dit soort wonderlijke, niet helemaal te duiden elementen niet rijker gezaaid zijn in Sjablone. Dergelijke elementen geven de lezer in het werk van andere Noorse schrijvers zoals Tarjei Vesaas of Knut Hamsun namelijk de indruk dat er achter de tekst een diepgang en rijkheid schuilgaat waaraan in de tekst zelf, oppervlakkig gezien, slechts zelden expliciet uitdrukking wordt gegeven. En het is de sensatie dat een boek net wat ongrijpbaar is die maakt dat de tekst bij de lezer resoneert.

Sjablone is teder en ontwapenend geschreven en verdient om die reden alle lof die het boek in Noorwegen ten deel is gevallen, en waar het bij het Nederlandse publiek vermoedelijk ook op zal kunnen rekenen. Maar het gebrek aan diepgang maakt dat het lezen van Sjablone toch geen onvergetelijke ervaring is.

Sjablone

Sjablone

Malin C.M. Rønning

Translation by: Liesbeth Huijer

Uitgever: Uitgeverij Oevers

ISBN 9789493290679

216 pagina’s

Prijs: € 23,99

Kopen bij Libris

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Recent