Hettie Marzak
Column

Mensen met dyscalculie, zoals Harry Mulisch en ik, hebben moeite met getallen: cijfers benoemen en rekenen. Het wordt ook wel cijferblindheid genoemd, maar dat is onzin, want al zeggen de cijfers me niets, ik zie ze heus wel. De getallen van een tot en met tien hebben juist ieder hun eigen kleur, want een milde vorm van synesthesie hoort er soms bij.

Naarmate mijn dyscalculie in de loop der jaren erger is geworden, zijn opmerkelijk genoeg de problemen eromheen evenredig afgenomen: de meeste mensen in mijn omgeving houden er rekening mee dat ik niets met cijfers kan. Dat was vroeger wel anders: de wiskundeleraar van de middelbare school verzocht me al gauw om weg te blijven uit zijn lessen en iets te gaan doen dat wel nut had. Een twee op mijn eindexamen trok hij op naar een vier, waardoor ik kon slagen, omdat de cijfers voor talen voor compensatie zorgden. Als de aanleg voor taal en die voor rekenen over verschillende hersenhelften zouden zijn verdeeld, dan zou ik helemaal scheef lopen.

Daarom sta ik helemaal achter dit gedichtje van Erik van Os:

‘1-1

In plaats van de som
leverde ik een gedicht in
bij de wiskundeleraar.

Hij zei: Ik snap het niet.
Ik zei: Dan staan we quitte.’

Nu we kunnen pinnen en online betalen, hoef ik niet meer na te denken hoeveel geld ik uit mijn portemonnee moet nemen en of het ontvangen wisselgeld wel het juiste bedrag is. De geboortedatums van mijn dierbaren zijn door veelvuldig gebruik zodanig ingeslepen in mijn geheugen dat ik ze met enige moeite kan reproduceren (hoewel niet altijd de juiste datum bij de juiste persoon), maar telefoonnummers blijven een vage vlek, vooral als ze me in combinaties worden aangereikt. Want ik draai cijfers altijd om: zo laat ik onbedoeld Dylan Thomas 93 jaar oud worden en Cees Nooteboom op 29-jarige leeftijd sterven. Een getal van drie cijfers kan ik al niet meer uitspreken, laat staan opschrijven. (Ik zei in een telefoongesprek tegen de dokter dat mijn dochter 43 graden koorts had, terwijl ik 40,3 bedoelde. De ambulance arriveerde binnen tien minuten).

Een rekenmachine helpt niet, omdat ik de cijfers niet correct intoetsen kan. Ik kan de tijd niet omrekenen van een digitale klok naar eentje met wijzers en andersom. Dat is lastig als je wilt weten hoe laat de trein vertrekt of wanneer een tv-programma begint, maar er is altijd wel iemand die helpt door te vertellen dat 20.45 uur hetzelfde is als kwart voor negen.

En alles wat onder handbereik ligt, dient als bladwijzer om in een boek te leggen, kassabonnen, afgescheurde stukjes krant, boodschappenlijstjes, omdat ik het nummer van de pagina waar ik gebleven ben nooit onthouden kan.

Sinds 2009 is de stoornis dyscalculie officieel erkend als handicap. Toch ervaar ik het niet zo, ik ben er moeiteloos oud mee geworden. Dyslexie lijkt me veel en veel erger. Het enige minpunt is dat ik zeker weet dat ik elk spelletje Scrabble moeiteloos win, maar omdat ik de score niet kan optellen, kan ik het nooit bewijzen.

 

Uit: Erik van Os, Koe en daarmee koe, 2008.


Hettie Marzak is poëzierecensent en schrijft maandelijks een column voor Literair Nederland

 

 

Columns