Deze column, ik krijg niet gezegd wat ik wil zeggen. Het begon met een debatavond over Gaza, ik hoopte er iets te horen waardoor ik schuldgevoel tot daadkracht zou kunnen omzetten. Daar wilde ik het over hebben. En ik lees Een tuin voor verloren benen van de Palestijnse schrijver Mahmoud Jouda. Een verschrikkelijk boek hoorde ik om me heen. Ik dacht, ik wil weten wat verschrikkelijk inhoudt, ik moest er maar eens aan.
De verteller, een journalist, verzamelt verhalen van mensen die tijdens demonstraties bij de grens met Israël zijn neergeschoten met dum-dumkogels. Demonstreren voor het recht om terug te keren naar de huizen waar hun grootouders en ouders tussen 1947 en 1949 uit verdreven zijn, in 2018 begonnen als Mars van de terugkeer. En dat bekopen met amputaties van lichaamsdelen. Als zijn beste vriend Hassan erop aandringt dat hij eens meegaat naar zo’n demonstratie, zegt hij: ‘Ik heb het je al eerder gezegd, Hassan, en ik doe het nu weer: die marsen maken de weg alleen maar vrij voor moord en doodslag. (…) ‘Waarop Hassan zegt, ‘Wat bedoel je daarmee? Dat we ons moeten overgeven en in stilte moeten creperen?’
‘Van de hebbelijkheden van onze tijd is ook het schuldgevoel bekend: daar wordt veel over gesproken en geschreven. We hebben er allemaal last van. We voelen ons betrokken bij een van dag tot dag smeriger wordende zaak. Er is ook sprake van paniekgevoel: ook daar hebben we allemaal last van. Paniekgevoel komt voort uit schuldgevoel. En wie zich angstig en schuldig voelt, zwijgt.’ (1984, Natalia Ginzburg)
Op een nacht droomt de journalist dat hij zijn vriend in een tuin ziet waar hij verloren benen en andere ledematen aan het begraven is, er bloemenzaad over uitstrooit.
Wat ik ook wilde zeggen is dat elk gesprek over genocide in Palestina nogal eens eindigt met de bewering dat alles in golven gaat. Dat de vernietigende krachten waar we nu mee te maken hebben voorbij gaan. Alsof we onze tijd moeten uitzitten. En ook deze keer maakte de gesprekspartner met zijn rechterhand een vloeiende golfbeweging van boven naar beneden. De hand stilhoudend op het dieptepunt, kijk, hier zitten we nu, en hup daar ging die hand weer omhoog, om op de top naar beneden te vallen, onhoudbaar als water uit een gesprongen leiding. Maar wat is de werkelijkheid?
Ik bezocht het Nomadisch Monument voor Gaza. Pilaren van vilt, ruim twee meter hoog waarin ontelbare geturfde streepjes, waarmee we vroeger thuis de stand van een spelletje bijhielden, gebrand stonden. De onwezenlijkheid van dit alles. Elk afgerond turfblokje telde vijf omgekomen Palestijnse mensen, man, vrouw kind, oud, jong. Elke dag werden er nieuwe streepjes ingebrand, Art in Progress. Dat dingen onveranderlijk blijven als er geen aandacht voor is, verhalen niet gehoord worden.
Wist je dat er onderlinge afspraken bij de nieuwsmedia waren niet over Palestina te schrijven? Een journalist vertelde dat toen hij bij een landelijk (opinie) dagblad werd aangenomen, hem en passant werd gezegd dat ze niet over Palestina schrijven. En hij dacht, oké, ik begrijp het. Maar het eigenlijk niet begreep. Dat dit de standaard was, niet over Palestina berichten. Dat alles politiek is. Niemand wil iets opgeven, iets verliezen.
Het boek kent een geweldige apotheose. In een droom is de journalist opnieuw in de tuin met verloren benen. ‘De bloemen waren opgebloeid en hun lange wortels vertakten zich onder de grond. De benen en tenen waren gegroeid en de ledematen waren verstrengeld en hadden zichzelf opnieuw tot leven gewekt.’ Op een dag vielen er duizenden slachtoffers door het Israëlische leger, ‘vrouwen, kinderen, mannen, oude mensen, jonge katjes, vogels, wilde duiven, ezels.’
Het bloed stroomde de tuin voor verloren benen in en ‘de aarde begon te beven en vlak daarna kwamen alle benen, voeten, vingers en ledematen die in de autobanden waren gezaaid omhoog en vormden een groot lichaam: een lichaam met duizenden handen en voeten, hoofden en ogen. (…) Het lichaam begon naar het oosten te lopen, naar de zon, naar de liefde, naar de waarheid. Het ademde de geur van sinaasappels in en de lucht van Haifa en Jaffa, Ashdod, Beersheba en Jeruzalem.’
Dat het onmogelijke zal geschieden, zegt Hassan in die droom.
Tijdens de debatavond zei Aisja Hamed, oprichter en hoofdredacteur van het Palestijnse literair tijdschrift Fikra Magazine, ‘Ik begrijp dat mensen gefrustreerd raken, maar wij hebben geen keuze om op te geven. Wij mogen nooit opgeven.’ Ze zei ook, ‘doe iets revolutionairs’. ‘Geef iets van jezelf op, dan maak je ruimte voor een ander’.
Ruimte om naar Palestijnse verhalen te luisteren, dit boek te lezen.
Tuin voor verloren benen
Djûke Poppinga
Uitgever: Uitgeverij Jurgen Maas
ISBN 9789083381213
192 pages
Prijs: € 21,90
Kopen bij Libris
Een tuin voor verloren benen / Mahmoud Jouda / vertaling Djûke Poppinga / uitgeverij Jurgen Maas













Geef een reactie