Ik heb een grote doos gevuld met boeken die mijn huis moeten verlaten. Ze zijn gelezen, gewogen en te licht bevonden. Het was geen eenvoudige beslissing: ik hou van mijn boeken alsof het mijn kinderen zijn, maar net als in de dierenwereld, waar vogeljongen door hun ouders over de rand van het nest worden gekieperd om ze te dwingen hun vleugels uit te slaan, hebben ook kinderen af en toe een duwtje nodig om de thuishaven te kunnen verlaten. Deze vergelijking loopt natuurlijk vreselijk mank, want waar het mijn boeken betrof, had ik zelf dat duwtje nodig.
Je kunt niet alles bewaren, had ik mezelf voorgehouden, er komt een moment waarop het huis vol is. Dat die gedachte zelfbedrog is, dat weet ik ook wel. Amper een maand geleden was ik op een boekenmarkt tekeer gegaan alsof ik moest hamsteren voor barre tijden waarin boeken verboden zouden worden.
Uiteindelijk had ik een keuze gemaakt. Wat inhield dat ik in eerste instantie elk afgewezen boek om en omdraaide, doorbladerde, er een stukje uit las. Kortom: ik wikte en woog of het wel verstandig was dit boek weg te doen. Zou ik er geen spijt van krijgen? Zou ik niet na een week de onstuitbare drang krijgen om juist dat ene boek weer eens open te slaan? Was het wel zo’n oppervlakkig lichtgewicht, of verdiende het nog een twee kans om zijn onvermoede diepte prijs te geven? Maar ik had de plaatselijke boekenmarkt voor het goede doel al gebeld om te vragen of ze de doos wilden komen ophalen. Ik kon niet meer terug.
Hoe anders had een vriendin van me gehandeld, toen haar boeken het huis uit dreigden te puilen! Ze had ondanks haar hoge leeftijd een veel groter huis gekocht in België en was blijmoedig daarnaartoe verhuisd met haar vijf katten en al haar boeken. Liever de rompslomp van een verhuizing dan een van haar vele boeken te moeten missen. Ik had haar nog gevraagd wat ze doen zou als ook in het nieuwe huis de beschikbare ruimte op den duur niet meer voldoende zou zijn. Lachend had ze gezegd dat het zo ver niet zou komen, tegen die tijd lag ze net als haar boeken tussen de planken. En wat er dan met haar boeken zou gebeuren, zou haar onbekend blijven, daar hoefde ze zich dan ook nu niet druk over te maken. ‘Als wij er zijn is de dood er niet, als de dood er is, zijn wij er niet.’
Slordige notities (25)
Wat is poëzie
zonder de wind en de regen
en de zon waarin alles weer droogt?
hier is alleen
het betonnen licht
van een lege kelder
Vanmorgen vroeg haalde ik de krant uit de brievenbus en ik was buitengewoon verrast toen ik een grote doos vol boeken in de gang zag staan. Ik werd er op slag blij van. Een fractie van een seconde later besefte ik dat ik vergeten was dat ik die er zelf gisteravond neergezet had. Vandaag wordt hij opgehaald. In een opwelling heb ik er gauw willekeurig een uitgehaald, het waren de verzamelde verhalen van Tennessee Williams, die mogen dan voorlopig blijven. Mijn huis is nog groot genoeg.
(uit: Tirade 200, 1974)









