Reisdoel Kiev! Deze miljoenenstad is, na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, zowel de hoofdstad van het nieuwgevormde land Oekraïne als ook de bakermat van ‘moedertje’ Rusland, waarmee Oekraïne ondertussen op voet van oorlog leeft.
Een miezerig regentje verwelkomt mij bij het verlaten van metrostation Dorohozhychi. Het door de regen grijsglimmend stralende plaveisel van het stationsplein contrasteert mooi met de kleurenpracht van de bloemen- en fruitkraampjes. Diep weggedoken in de beschutte krochten van 
Herinnering
Wat herinnert nog aan die moordpartij? Marc Jansen spreekt in zijn boek Grensland, een geschiedenis van Oekraïne over ‘Lieux sans memoire’ (blz. 207 e.v.) en hij heeft gelijk. 
Speciale aandacht voor de moord op de joden, zigeuners en homoseksuelen tijdens de Tweede Wereldoorlog paste niet in de Stalinistische kijk op de oorlog. Het ravijn werd gebruikt als vuilstortplaats voor de gemeente Kiev. Geen monument, geen tentoonstelling, geen plaquette, geen gedicht. Of toch….? De in een Oekraïens-Joodse familie geboren schrijver-journalist Ilja Ehrenburg schreef in 1944 een gedicht zonder titel. De goede verstaander kon slechts uit het herhaalde gebruik van het woord ‘ravijn’ opmaken dat het hier ging om Babi Jar. Pas veel later publiceerde hij het ook onder die naam. Een fragment:
Waartoe dienen woorden en wat is een ganzenveer
Wanneer deze steen op mijn hart rust,
Wanneer ik, zoals een dwangarbeider
een kogel,
andermans herinnering meesleep?
Ik woonde eens in steden,
En de levenden waren mij lief,
Nu moet ik in vergeten woestenijen,
Graven openen,
Nu is ieder ravijn mij vertrouwd,
En ieder ravijn voor mij een thuis.
Als de dichter Jevgeni Jeftoesjenko samen met zijn collega-schrijver Anatoli Koeznetsovin augustus 1961 aan de rand van het ravijn staat, besluit hij daar een gedicht over te schrijven dat later onsterfelijk is geworden. Een fragment:
Boven Babi Jar, daar staat geen monument.
Een steile helling – de ene ongehouwen grafsteen
Bang ben ik.
Ik ben nu oud, oud als het Joodse volk.
Ik denk nu
Jood te zijn.

‘De mensen belden elkaar op, vertelde mijn moeder, we huilden van geluk dat er nu eindelijk openlijk over het ongeluk werd gesproken. Een Russische dichter had zich het lot van de Joodse slachtoffers aangetrokken, van alle slachtoffers, het leek een wonder. Het leek alsof dat wereldongeluk niet meer dakloos was, alsof de eer van de herinnering was hersteld.’
Sjostakovitsj heeft het gedicht kort na de publicatie in 1961 op muziek gezet in zijn Dertiende Symphonie die kort na de dood van Stalin, tijdens de zogenaamde dooi ten tijde van Chroesjtsjov, verscheen. Het is in dubbel opzicht symbolisch voor de holocaust. In de eerste plaats voor de gruwelen zelf waaraan in het gedicht gerefereerd wordt, maar in de tweede plaats voor het verzwijgen van de holocaust in de tijd daarna. Later, onder Breznjev, werden ook in cultureel opzicht de teugels weer aangehaald en werd Jevtoesjenko gedwongen zijn tekst aan te passen en het niet meer alleen te hebben over het droevige lot van de joden, maar dat van de Russen en Oekraïners samen met dat van de joden. Koeznetsov, die de verschrikkingen als twaalfjarige jongen zelf heeft meegemaakt, wordt door Jevtoesjenko aangemoedigd zijn getuigenis aan het papier toe te vertrouwen. 
Getekend landschap
Het besef te staan aan de rand van het ravijn waar deze verschrikkelijke gebeurtenissen hebben plaatsgevonden heeft iets onwerkelijks. Het vervult niet alleen met weerzin, maar ook met een gevoel van vervreemding. Nu liggen er nog wat sneeuwresten en verkleurde bladeren, restanten van de herfst en de op zijn eind lopende winter. Er is eigenlijk nog nauwelijks sprake van een ravijn, hooguit een verzakking in het landschap. Waarom zoek ik dit soort plaatsen eigenlijk op? Je zoekt veel, maar je vindt weinig of niets en dat weet je vooraf. ‘Schuldig landschap’ noemt Armando dat. Mooier kan ik het niet zeggen. Het leidt tot momenten van introspectie. Tijd en ruimte worden onduidelijke begrippen, evenals zin en betekenis. Om Caspar Janssen te parafraseren: ‘Als je echt weet wat er allemaal is en was, dan gaat het pijn doen om buiten te lopen’ (Volkskrant 02-02-2018). Toch wil ik graag buiten lopen.
Deel 1 verscheen op zaterdag 19 mei, deel 2 op zaterdag 26 mei.









