Pomes Penyeach, poëzie voor een prik
James Joyce, de grootste experimentele prozaïst van de twintigste eeuw, debuteerde in 1907 met een traditionele verzenbundel. Pas twintig jaar later verscheen de kleine bundel Pomes Penyeach. De titel betekent letterlijk ‘Gedichten voor een penny per stuk’. Het werkje kostte één shilling, dus twaalf penny. De spelling ‘pomes’ imiteert de slordige uitspraak van ‘poems’. Omdat het woord klinkt als het Franse ‘pommes’ (appels), kreeg het in Parijs uitgegeven boekje een appelgroene kaft.
Deze tweetalige editie werd vertaald door Paul Claes.
Alleen
Het gouden maaswerk van de maan
Komt ’s nachts haar webben weven
De lampen in het droommeer gaan
Als goudenregen beven,
De sluwe rietzoom fluistert tot
De nacht een naam – haar naam –
Mijn ziel is zwijmelend genot
Waarover ik me schaam.

Geloof in mij
Op fabelachtige wijze vertelt, aldus de flaptekst, Jacob Groot in dit boek het verhaal van Eddie Combo. Hoe deze gefascineerd blijft door het geloof dat hij verloor en op zoek gaat naar een nieuwe devotie, waarbij hij alles op het spel lijkt te zetten. Tenslotte staat hij er alleen voor, in de donkere nacht van de ziel, zoals dat heet. En dan ziet hij in de deur van een zonverlicht klooster opeens de vrouw die zijn leven een ongekende wending zal geven. Het boek heeft als ondertitel ‘een gelijkenis’ een woord dat je niet zo vaak meer hoort. Is dit de wederopstanding van refolit? Het woord ‘geloof’ valt wel na een paar keer schudden in grote hopen uit het boek.

De kunst van fictie
‘Er komt een moment dat je je realiseert dat alles een droom is, en dat alleen de dingen die geschreven zijn een kans hebben om echt te zijn.’
Need we say more? De afsluitende regels van dit boekje van James Salter over schrijven verbeelden een huiveringwekkende gedachte die meteen raak is, zoals veel van wat Salter schrijft. Van deze man wil je wel weten hoe dat moet: schrijven. En vertaald door een groot vertaler: Peter Verstegen.









