Vorige maand verscheen Verzeker u, opvolger van Geert Buelens’ debuutbundel Het is uit 2002. Buelens zet sterk in met het openingsgedicht ‘Verlaat’:
VERLAAT
Weet je wat
het is
Het is
onmogelijk
alsof door kamers lopen weemoed bieden kan
aan wat als hoogpolig tapijt je zolen likt
Hier wordt aan stelselmatige afbraak gedaan
je ziet dat niet
maar in het keldergewelf breekt zo een snaar
Alsof je straffeloos elk fundament in vraag kan stellen
Alsof een kruisboog wordt opgehangen
aan een kruis
Ja, dat kan
Stellige beweringen, een stellige bundeltitel ook, veel imperatieven in de gedichten, maar er overheerst toch vooral de taal van een dichter die aftast, zoek raakt, zich bezeert, zich hervindt en het aftasten weer begint.
Draai rond dit boompje nu
een zeer zacht doek
en wrijf het op tot je er je oog
aan brandt
Prik een heel klein gaatje
in dit boek en schud de letters uit
de bladen alsof het mogelijk is je los te maken
uit elk verband
Vermaak je leden met de vrijheid
om altijd uit te slaan
wanneer het jou goed past
Verkleed je aandacht tot plooi, een kaak
die uit de kom schiet
wanneer je dat verwacht
Ga heen in vrede
Keer terug op je stap die stokt
Er valt veel verstandigs en geleerds te zeggen over structuur en ontwikkeling binnen de bundel, over de bijna symmetrische compositie, de fraai verstopte allusies op andermans en eigen eerder werk, de gang van het kwetsbare eerste deel (Represaille) via het verwoeste en verwoestende tweede (Stunde Null) naar het enigszins relativerende spel in het derde (Omgevingsgeluiden), over het slappe koord tussen taalspel & spielerei waarop Buelens soms balanceert, en natuurlijk
– hoewel minder eenvoudig – over wát de dichter ons nu precies op het hart zou willen drukken. Ik raad u aan Verzeker u onverwijld aan te schaffen en na lezing en herlezing al het mogelijke verstandige en geleerde te bespreken met uw naasten, vrienden, buren, die u op uw beurt hetzelfde aanraadt. Zelf laat ik het bij het voor mij wat deze bundel betreft allerbelangrijkste en tegelijk lastigst onder woorden te brengen kenmerk: de toon van Buelens’ gedichten. Wanneer een dichter over een rijk vocabulaire beschikt, daaruit met grote zorgvuldigheid zijn woorden kiest, een sterk ontwikkeld gevoel voor klank en ritme heeft én zoekt naar een zo effectief mogelijke manier om deze eigenschappen in te zetten zonder zich op enig moment tot poëziërige mooischrijverij te laten verleiden, dan kan het gebeuren dat hij waarlijk indrukwekkende regels schrijft:
UUR TWEE
wat rest van deze oplossing
een straal zonder debiet
dat is geen probleem
het is een feit zoals de Negev-woestijn
of Nixon
ook een goeie maar minder persistent
in de geometrie van het moment
verschijnen we als ankers uit de ruimte
geen drift geen verloop
wat waait is onze voorspraak
het gehengel naar een klatergouden nis
waarin het blinken is tot een van beiden
smelt
ook dat is een oplossing
Geert Buelens, Verzeker u
Meulenhoff-Manteau, 2005
NUR 306
€ 17,95








