De twaalf verhalen in De ongenode gids van Jan Wijnen draaien om het personage van reisjournalist Martin van Geffen. Hij schrijft artikelen voor een niet nader genoemd blad. De lezer krijgt een intieme blik in het leven van een man die, ondanks zijn avontuurlijke bestaan, worstelt met persoonlijke twijfels en levenskeuzes. Een paar verhalen zijn geschreven vanuit het ik-perspectief van Martin, als hoofdpersoon zet hij zichzelf neer als een wat sneue figuur, niet zonder zelfspot, maar het lijkt of hij wel een beetje klaar is met zijn reizende leven.
In Het thema bijvoorbeeld, het tweede verhaal, reist hij met zijn vriendin Titia, de moeder van zijn dochtertje Evi, door Guatemala. Ze zijn duidelijk op elkaar uitgekeken en de irritaties over en weer zijn voelbaar. ‘Door Titia voelt hij zich geremd, ze ontneemt hem het plezier in zijn werk, net nu hij een nieuwe kans in zijn leven krijgt. Steeds vaker vraagt hij zich af hoe het leven zou zijn zonder haar. Maar ja, Evi.’ Deze gedachte staat halverwege de eerste bladzijde, de uitkomst van het verhaal moge duidelijk zijn. Een bezoek aan een kerkje, waar Titia de fotoregels negeert, symboliseert hun groeiende afstand. Het verhaal balanceert tussen hun relatiecrisis en de kleurrijke, maar oppervlakkig geschetste achtergrond van het dorpje in Guatemala.
Soms is Martin slechts verteller, zoals in De ketting, waarin we de jonge Tiago volgen op zijn busreis van Buenos Aires naar zijn geboortedorp. Hij was door zijn vader weggestuurd vanwege hun diepe armoede. In Buenos Aires heeft hij iets opgebouwd. ‘Tangodansen op toeristenterrasjes in La Boca, lauwe applausjes van de toeristen, munten in het bakje.’ Al zal hij dat nooit tegen zijn vader zeggen. Tot er een brief van zijn vader komt: hij moet terug naar huis komen. Zijn vriend raadt het hem af, hij heeft ervaring. ‘Alles zal kleiner, armoediger en vuiler zijn.’ Tiago gaat toch. We volgen hem tijdens de busreis met rijke beelden en overpeinzingen. Wanneer de jongen thuiskomt, wacht hem een tragische ontvangst.
Ook het eerste verhaal, Yesno, is hartverscheurend, maar Van Geffen, (of Jan Wijnen) houdt de toon nuchter en to the point. In een flashback lezen we het verhaal van de jonge vrouw Yesno, die bij een zinloos ongeluk haar man en baby verliest. Om haar verdriet te verwerken gaat ze terug naar de camping vlakbij de grens met Mexico, waar het ongeluk gebeurde. ‘Dat ze hier weer buiten voor de tent kan zitten, genieten van de roze avondschemering, het drukke gedoe van de vogels, wil dat zeggen dat ze genezen is?’ Een groep gevluchte jonge Mexicanen werd achtervolgd door de grenspolitie, Yesno had één van hen, een kind nog, geholpen te vluchten, wat haar nadien de kracht gaf om verder te leven.
Beslissing die het leven verandert
Dit is globaal de thematiek in alle verhalen. De protagonist neemt een beslissing die zijn leven verandert. In Yesno is dat het moment dat de vrouw ervoor kiest de Mexicaanse jongen te helpen. Het titelverhaal De ongenode gids, een van de minste verhalen dat langdradig en herhalend voelt, speelt zich af op Bali. Martin van Geffen reist naar de vulkaan, hij zit in de bus die wordt bestuurd door een kamikazepiloot. ‘Met personenwagens houdt de chauffeur geen rekening, zelfs met vrachtwagens niet. En dan die arme motorrijders, twee heeft hij er al bijna van de weg gereden. Die gek wil dood.’ In de bus zit ook een Engelse toeriste, Angie, zij wordt gestalkt door Australiër Rodd. Ondertussen worden ze gek van de opdringerige dodelijk arme Balinezen die zich als gids aanbieden. Vooral die ene met hazenlip is erg. De Australiër krijgt zijn liefje niet, zijn larmoyante liefdesverdriet ergert Martin en als Rodd een onomkeerbaar besluit neemt, wordt de gids met hazenlip beschuldigd van moord. Martin besluit hem te helpen om aan de doodsstraf te ontkomen.
De Australiër was overtuigd van zijn liefde voor Angie. Martin ergerde zich aan zijn gezeur en vond het overdreven, tot hij zelf in het volgende en laatste verhaal ook een verloren liefde blijkt te hebben. Met Tanja fietste hij naar de middelbare school. Hij moet een lezing geven in zijn geboortedorp en de herinnering aan zijn jeugd en haar, zijn oude liefde, komt vol naar boven. Net als Rodd ervaart ook Martin sentimentele gevoelens aan zijn verloren liefde. Of dit humor is of een ongelukkig toeval komen we niet te weten.
Wijnens verhalen lezen prettig, maar zijn niet hoogdravend. Ze spelen in tal van landen en het reisaspect is niet oninteressant, de onderwerpen boeien, maar de verhalen hinken op twee gedachten. De psychologie van het menselijk aspect wordt onvoldoende uitgewerkt en de couleur locale van de verschillende landen blijft te veel gezien door de ogen van een gemiddelde toerist en dus wat oppervlakkig. Iets meer diepgang op beide gebieden was boeiender geweest.











