In memoriam Wiljan van den Akker 1954-2026

Door Mathijs van den Berg
Mijn oude prof is dood. Het was even schrikken toen ik op neerlandistiek.nl las dat Wiljan van den Akker was overleden, nog maar 71 jaar oud. Piepjong was hij toen hij in 1988 hoogleraar Moderne Letterkunde werd aan de toen nog Rijksuniversiteit Utrecht. Ik was erbij toen hij het goede nieuws vernam: het werkcollege, nog in De Uithof, werd ervoor onderbroken. Het was eigenlijk de beurt aan de zestien jaar oudere Redbad Fokkema, die de functie echter aan Van den Akker gunde. In zijn inaugurele rede roemde Van den Akker diens elasticiteit van geest.

Van den Akker was een inspirerende figuur: een open en toegankelijke docent, waarschijnlijk mede door zijn jeugd, aangezien hij maar tien jaar met zijn studenten scheelde. Iemand die bevlogenheid voor literatuur en met name poëzie uitstraalde; hij heeft me een levenslange liefde voor Martinus Nijhoff (op wiens poëtica hij promoveerde) en J.H. Leopold bijgebracht. Ik kan me heel wat werkcolleges heugen waarop we de bezwerende en mystieke verzen van Leopold analyseerden.

Gelukkig was de faculteit inmiddels verhuisd naar de intieme en sfeervolle, en dus meer bij de literatuur passende Trans (Trans 10); ik kan me herinneren dat we een college in een nabijgelegen bruin café afsloten, Van den Akker met een whisky, al scheen hij volgens de student-assistente geen kroegtype te zijn. Wel rookte hij altijd sigaretten.

Van den Akker was een moderne docent die filmfragmenten in zijn colleges toonde, omdat film en literatuur dezelfde procedés gebruikten, alleen het medium was anders. Hij had oog voor de individuele kwaliteiten van studenten; het maakte blijvende indruk op me dat hij mij complimenten voor de stijl en leesbaarheid van een werkstuk gaf, al had hij inhoudelijk ook wat kritiek te kraken.

Later las ik dat hij ook gedichten schreef, en dat hij schroom gevoeld had deze te publiceren. Geen wonder van iemand die over de allergrootsten uit de Nederlandse poëzie schreef en lesgaf. Zijn laatste grote klus was het kloeke Een nieuw geluid dat hij samen met Gillis Dorleijn schreef over de geboorte van de moderne poëzie in Nederland tussen 1900 -1940 en dat vorig jaar verscheen.

 


Wiljan van den Akker promoveerde in 1985 op een proefschrift over M. Nijhoff en werd in 1986 uitgenodigd de leerstoel moderne Nederlandse letterkunde aan dezelfde Universiteit te bekleden. Van 1988 tot 2003 was hij aan diezelfde Universiteit hoogleraar Moderne Nederlandse letterkunde, later faculteitshoogleraar Moderne poëzie, vicerector onderzoek en vanaf 2016 directeur van het Centre for the Humanities.  Naast zijn wetenschappelijke werk over onder anderen Roland Holst, Van Schendel, Leopold en Lodeizen debuteerde hij in 2008 als dichter met De afstand, waarvoor hij de C. Buddingh’-prijs ontving. ook schreef hij korte verhalen en een roman samen met zijn vrouw Esther Jansma (1958-2025) en vertaalden ze samen poëzie van Charles Simic en werk van Mark Strand. Ook schreef hij in 2015 samen met Esther Jansma onder het pseudoniem Julian Winter de roman Messias. Van den Akker had zitting in diverse literaire jury’s, waaronder die van de P.C. Hooftprijs en de Prijs der Nederlandse Letteren, en was voorzitter van de Stichting Johan Polak.

 

Auteursfoto: Bob Bronshoff
Rechtenvrij beeld via uitgeverij Prometheus

Dit I.M. is ook te lezen op deFactorTaal van Mathijs van den Berg