Het licht tussen onze vingers is de eerste roman voor volwassenen van gelauwerd en veelgeprezen kinderboekenauteur Benny Lindelauf, die dit jaar voor De vrouw en zijn hoofd de Boon Literatuurprijs voor kinder- en jeugdliteratuur ontving. Het licht tussen onze vingers is geen verhaal over of voor kinderen (of misschien indirect ook wel) maar gaat over de ouders die er samen een puinhoop van maken, met als gevolg dat hun kinderen daar de dupe van zijn.
Walter is rij-instructeur. Wanneer in zijn been spasmen opspelen en zijn leerling bijna een ongeluk veroorzaakt wordt hij op non-actief gesteld. Dat vertelt hij niet aan zijn vrouw Nettie, integendeel hij vertrekt ’s morgens met zijn broodtrommel in zijn Subaru naar zijn werk alsof hij de hele dag rijles geeft. In werkelijkheid vult hij zijn dagen met vrijwilligerswerk in een opvangcentrum voor ooievaars. De jonge ooievaars leven op ingevroren kuikentjes. Ontdooid in warm water en in stukken geknipt worden ze aan de vogels gevoerd. Het lieflijke kuikentje op de omslag is daar een wat misleidende verwijzing naar. De ooievaars komen en gaan, broeden op grote nesten op palen in het bos. De jongen worden geringd, vechten met elkaar, gaan dood, vallen uit het nest, worden ook weer gered. Gelijk het echte leven.
Couleur locale
Walter en zijn vrouw Nettie wonen al jaren in de Bloemenwijk die op de nominatie voor sloop staat. De buren worden tegenstribbelend herplaatst naar nieuwe huurwoningen. ‘Het huis van meneer Olivera was een poppenhuis geworden. De grijper van de bulldozer had het front opengetrokken.’ Nettie en Walter moeten er ook aan geloven, maar wijzen steevast ieder nieuw huis af. Wat betekent dat ze met Montgomery, de stekeblinde hond van hun dochter, ongeveer de laatste bewoners zijn, wat een desolaat gevoel oproept. De ooievaarsopvang en de leeglopende woonwijk vormen de couleur locale van het boek.
Walter is een zachtaardige man, een loser, die van dieren houdt, van duidelijkheid en vaste gewoonten. Maar getraumatiseerd door het onverwerkte verlies van zijn verdwenen zoon en de moeizame relatie met zijn dochter werkt hij zichzelf flink in de nesten. Omdat het verhaal vanuit Walters perspectief is verteld, blijven de personages om hem heen wat eendimensionaal en haast karikaturaal. Niemand is echt aardig. Leen en Ida, de beheerders van de ooievaarsopvang bekvechten met elkaar en geven korte, bitse bevelen. Nettie, Walters vrouw is kordaat, zet zich in voor de buren, maar voor haar man heeft ze weinig oog. Of is dat Walters beleving, is hij een beetje bang voor haar gedecideerde oordeel? Gaandeweg blijkt dat ze nauwelijks contact met elkaar hebben, toch voelt Walter nog wel iets van genegenheid voor haar, al verwijt hij haar van alles.
Hun zestienjarige zoon Toop is vijf jaar eerder als vermist opgegeven tijdens een skivakantie. In een interview onlangs met Trouw in zei Lindelauf: ‘Het begon met een artikel over een tiener die op wintersport off-piste is verdwenen. Twaalf jaar na zijn vermissing is hij, ingekapseld in ijs, intact teruggevonden. Een gruwelijk en tegelijk poëtisch beeld. Ik vroeg me af hoe je als ouders met zo’n verlies kunt omgaan, wat het doet met je huwelijk.’
Een ongezien kind
Walters en Nettie’s zoon was verdwenen en dochter Filippa had een eetstoornis waar Walter maar moeilijk mee kon omgaan. Wanneer hij Toops mobiel in gebruik neemt, doet hij een schokkende ontdekking over zijn zoon. Dit, de time-out van zijn werk, de omgang met Leen en Ida, de ooievaars en Dino, een moeilijk opvoedbare jongen die ook in de opvang komt werken, zet zijn wereld op scherp. Walter realiseert zich dat hij niet de vader was die hij had willen zijn. Hij heeft zijn zoon niet gezien en zijn kinderen uiteindelijk niet beschermd. Heel mooi verwoord in een flashback: Ze zijn op vakantie, Walter kijkt een set hulpkaarten met tips voor de verschillende handelingen tijdens een rijles na. Zijn zoon vraagt zijn aandacht. Walter reageert niet meteen, pas na de derde keer dat Toop hem roept, kijkt hij op. ‘En daar staat Toop, op de rand van de steiger, en beweegt zijn handen boven zijn hoofd, vangt het licht van de laagstaande avondzon. En Walter ziet hoe het licht tussen de vingers van zijn zoon verschijnt en verdwijnt, verschijnt en verdwijnt.’ Hij reageert er niet op, vond het maar lastig, toch is hij het moment nooit vergeten. Hij heeft zijn zoon nooit echt gezien toen het nog kon en dat verscheurt hem nu met schuldgevoel.
Lindelauf schuwt naast de tragiek het hilarische niet en schrijft met sterke beelden, vaak ook met verwijzingen naar de natuur. ‘Er valt een zonnestraal op een blad schuin onder hem. De man kan het blad haarscherp zien, elk randje, elk nerfje, alsof er een spot op is gericht. Een spot die niet alleen dit blad naar voren haalt, maar ook de rest naar achteren drukt, onbeduidend maakt’. Het licht tussen onze vingers begint met deze man die ondersteboven in een eik hangt en halverwege het boek worden we nog een paar keer aan hem herinnerd. Er is ook een buurvrouw die zich vastniet aan de notenboom in haar tuin, een mobiel met een datingapp voor mannen die elkaar piemels sturen bij wijze van handdruk. Een blinde hond, een eetstoornis, de tragiek rond de ooievaars, het zijn de sterke beelden die laten zien hoe dodelijk eenzaam Walter is en dat maakt dit boek naast hilarisch ook hartverscheurend tragisch.











