Michiel van Diggelen
Column

Een tijdlang was ik verrukt van de titel van Robert Musils romancyclus Der Mann ohne Eigenschaften. Totdat ik erin ging lezen en de inhoud me erg tegenviel. Sommige boeken koop ik blind vanwege de titel. Onverstandig natuurlijk, maar wie kan De zelfmoordclub weerstaan of De man die zijn haar kort liet knippen of De man die in de toekomst springt? 

Als jongen las ik alle delen van de Bob Evers-serie, over de avonturen van de pubers Bob Evers, Jan Prins en Arie Roos. Zij deden alles wat ik nooit zou durven. Schrijver Willem Waterman gebruikte voor de eerste delen van de reeks nog titels als Een overval in de lucht en De jacht op het koperen kanon. Daarna kreeg hij de smaak echt te pakken. Vreemd gespuis in een warenhuis, Trammelant op Trinidad, Heibel in Honoloeloe. Het lezen van de titel alleen al bracht mijn fantasie op hol.  

Zou Willem Waterman lang hebben nagedacht over een titel? Hij allitereerde wat, zocht naar binnenrijm en verbond het meestal met een exotische plaats op de aardbol en klaar was hij. De meeste auteurs wikken en wegen lange tijd over een titel. Daarbij geadviseerd door hun uitgever. Het zoeken naar een titel is onderdeel van de marketing. Uitgevers doen hun uiterste best om een passende en aansprekende titel te bedenken om het boek aantrekkelijk te maken voor de potentiële lezer.

Wie zelf een titel wil bedenken kan op internet terecht. In ‘Zo kies je een goeie titel van je boek’ is volgens schrijfcoach Miriam Wesselink een titel goed als hij de aandacht trekt, nieuwsgierig maakt, blijft hangen, tijdloos en liefst uniek en niet te lang is en kloppend met het verhaal. Ga er maar aan staan. Volgens haar zit de ideale titel ergens in je verhaal verscholen. ‘Haal de essentie van je boek naar voren – hoe kun je die kort weergeven? Of heb je misschien een kenmerkend, zo nu en dan terugkerend stuk tekst (niet te lang!) in je boek? Of probeer je verhaal in maximaal vijf woorden weer te geven; levert dat een mooie titel op?’

Bij biografieën ligt de titel voor de hand. Je noemt de naam van de beschrevene en klaar is Kees. Dat deed ik met mijn Ab Visser biografie. Maar het kan ook anders. Onno Blom gaf door de prachtige titel Het litteken van de dood, de biografie van Jan Wolkers op de omslag al een heldere duiding van de inhoud. Dat deed Trudy van Wijk ook met de titel Geef niet mee voor haar biografie van dichteres Ellen Warmond.

Voor mijn biografie van de verzetsheld Arnold Douwes vond ik de naam alleen niet genoeg. Als werktitel koos ik ‘Geen keus’, het antwoord dat Arnold Douwes gaf op de vraag waarom hij het verzet in was gegaan. Arnold was niet iemand van de zelfreflectie. Hij deed wat hij vond dat hij moest doen zonder al te lang na te denken. Hij besliste op intuïtie. In de VS nam hij het op voor een zwarte man die in een restaurant geen glas water kreeg. Zonder na te denken over de eventuele gevolgen. Hij hield zijn mond niet. Ook niet in de strijd tegen de bezetter terwijl hij daarmee zijn leven op het spel zette.

‘Geen keus’ werd het uiteindelijk niet. ‘Weerbaar’ paste beter. Arnold wist onder alle omstandigheden precies wat hij wilde. Hij had een sterke innerlijke kracht en beschikte over het vermogen voor zichzelf op te komen, grenzen te stellen, en tegenslagen te overwinnen. Hij was veerkrachtig, assertief en barstte ogenschijnlijk van het zelfvertrouwen. Hij verweerde zich tegen iedere vorm van totalitaire dwang en tegen onderdrukking. Iemand suggereerde de titel ‘Strijdbaar’ maar dat vond ik te offensief klinkt. Een strijdbaar iemand kan ook achter de vaandels van anderen aanlopen. Weerbaar. Een biografie van Arnold Douwes (1906-1999) is het geworden. Volgens mij zegt dit alles.

 

 


Michiel van Diggelen publiceerde o.a. Ab Visser – Biografie (2013) en de historische roman Hendrik Peter Scholte. Deze maand verschijnt zijn biografie Weerbaar van verzetsman Arnold Douwes.

 


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *