Toeval bestaat niet. Kort geleden overleed een van de beroemdste Nederlandse schakers, Jan Timman, geboren in 1951, hij werd 74 jaar. Timman, ook bekend om zijn imponerende haardos en zijn reputatie als bohemien en quasi- rockster, heeft model gestaan voor een van de hoofdpersonen in de grote roman (380 p.) van Daan Heerma van Voss, Schijnoffers – zoals bekend een schaakterm. De allerlaatste bladzijde van het boek is een fake overlijdensadvertentie voor die hoofdpersoon, Max de Nobel, geplaatst door zijn ex-vrouw, Ella Leeuwin, en hun zoon David de Nobel-Leeuwin. Herdacht wordt Max de Nobel, 1951-2030.
Heerma van Voss heeft niet alleen een kloek, maar ook spannend boek afgeleverd. Daarvoor verdient hij waardering, iets wat hij bij zijn eerste paar boeken niet royaal kreeg. Twee jaar terug publiceerde hij Geen vaarwel vandaag dat alom goed werd ontvangen en ook de BNG Bank Literatuurprijs won. Schijnoffers zou best eens zijn magnum opus kunnen zijn, de auteur wordt dit jaar veertig.
Schaken, liefde en spionage
Het boek is een roman over schaken, over familie, over Suriname, over Amsterdam, over een spionageaffaire die tientallen jaren duurde vanaf het begin van de Koude Oorlog tot diep in de jaren tachtig, en over de multiculturele samenleving zoals die zich uitte in een multiculti gezin. De vrouw van schaker Max, Ella, is Surinaamse en met de stroom vertrekkers na de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 meegekomen naar Nederland. Als journaliste belandt ze medio jaren tachtig in Mexico, waar topschaker Max de Nobel aan een kandidatentoernooi meedoet als opstap naar de wereldtop. Ter plekke ontstaat een relatie die uitmondt in een huwelijk, een al snel gespannen gezinsleven en een echtscheiding als te voorzien einde. Daardoorheen loopt een plotlijn over een Nederlandse spionageinstelling, het Nederlands Radar Instituut (NRI), dat op karakteristiek Nederlands klungelige wijze samenwerkt met de grote spionageinstituten in het buitenland, de Amerikaanse CIA voorop. Zoon David doet daar onderzoek naar maar is tegelijkertijd doende zijn turbulente jeugd in kaart te brengen en en passant zijn verdwenen vader op te sporen.
Compositorisch zit Schijnoffers knap in elkaar. In korte, energiek geschreven hoofdstukken, komen de hoofdpersonen tot leven, vanuit het heden in Amsterdam en Duitsland (de verdwenen vader), naar Paramaribo begin jaren negentig en medio jaren tachtig in eveneens Amsterdam, Paramaribo en Mexico met het schaaktoernooi waar Max en Ella elkaar leren kennen. De goed gekozen namen van de drie delen – Patroonheiligen, Citroenalfabet en Twee Koningen – vatten de soms ingewikkelde grote lijnen in de twee verhalen goed samen.
Vrees bevestigd
De roman is zowel spannend als ontroerend. Ella tuint, tegen beter weten in zou je denken, in de charmante maar ook wel holle woorden en gebaren van bon vivant Max die zich aan elke normale maatschappelijke plicht of conventie onttrekt met een beroep op de voor hem en voor de positie van de Nederlandse schaaksport in de wereld noodzakelijke prioriteit voor een leven met uitsluitend permanente schaakstudie. Tegelijk weet Ella diep in haar hart wel dat Max weinig verantwoordelijkheidsgevoel heeft plus nog een donkere kant: de schijnbaar onbeperkte financiën waarmee zij zich ook een huis in de peperdure buurt bij het Amsterdamse Vondelpark kunnen veroorloven. Ze heeft de kans verspeeld tijdig naar haar innerlijke alarm te luisteren. In het begin was ze bezig met een kritisch interviewportret van Max, en diens duistere trekken waren eigenlijk toen al enigszins zichtbaar. Onder invloed van de beginnende relatie liet ze het artikel schieten dat hem, zelfs in de jaren tachtig, ten val had kunnen brengen. Maar ze koos voor de liefde, althans haar beeld van of liever wens tot liefde.
Het getrouwd samenwonen bevestigt de vrees die zij altijd diep in haar achterhoofd had zitten: kan ze wel op Max rekenen? Hij noemt zich een genie dat boven de banaliteit van het dagelijks leven staat en met wie altijd rekening moet worden gehouden zonder dat hij rekening hoeft te houden met anderen. Dat geldt in grote mate ook voor hun zoon David. Ella is heel gelukkig met hem of doet in elk geval alsof ze dat is. Max negeert hem, behoudens een enkel potje schaak na veel soebatten.
Een mooie wending in het verhaal is dat David, net als zijn moeder, ook journalist wordt. In tegenstelling tot Ella die grotendeel met schrijven is gestopt na haar huwelijk met Max, maakt David er wat van. Zeker als hij via een contact met een voormalige buurjongen op het spoor komt van een spionageaffaire waar hun beider vaders bij betrokken zouden kunnen zijn geweest. David stort zich op dat gegeven en maakt een flinke sprong naar een hogere kwaliteit journalistiek. Dat maakt het boek interessant waar het om het schrijven gaat: moeder stopt, zoon gaat door.
Moeder schrijft nog wel opschrijfboekjes vol voor haar psychiater. De sessies met de psychiater zijn even hilarisch als tragisch. Jaren na de laatste sessie komt Ella hem toevallig tegen. ‘…die week had ik relatief vaak aan mijn psychiater gedacht en nu liep hij daar, langs de schappen met blikgroenten, in het gezelschap van zijn vrouw, een lange vrouw met een pijnlijk slank, haast masochistisch figuur. Automatisch dook ik weg, om me te verstoppen in de aparte koelruimte, afgeschermd door potten kwark en pakken yoghurt. Vanachter een kartonnen uitsnede van een Zwitserse melkkoe keek ik toe. Waar ik in een paar jaar tijd zwaarder was geworden, was hij ouder geworden. Zijn gezicht was mager en gerimpeld, hij had een breekbare tred. Zij had geverfd helblond haar, maar het grijs kwam er doorheen en haar kruin was kalig. Ze praatten zonder elkaar aan te kijken, alsof ze in zichzelf mompelden. Ze zagen er ontheemd en onsmakelijk uit, als vruchten die over de datum waren. Maar misschien gold voor mij hetzelfde.’
Vader gevonden
Prachtig, trefzeker opgeschreven. Dat is, meer nog dan de soms wat ingewikkelde en licht geforceerde plot, wel de grootste verdienste van Heerma van Voss. Hij schrijft vaardig, vlot en raak. Een fantastische passage is gewijd aan de echtscheiding van Ella en Max. ‘De scheiding werd afgehamerd in een zuurstofarm ambtshok, na heel veel aandringen en gezeur stond zijn vermoeide moeder toe dat David erbij was, onder het toeziend oog van een murw kijkende Beatrix. De rechter, een leptosome man die zijn r macaber liet rollen, sprak de naam van Davids moeder verkeerd uit, met die van zijn vader had hij daarentegen geen enkele moeite.’ Je kunt je afvragen wat er zo moeilijk is aan de achternaam Leeuwin, maar de auteur zet hier en passant de rechterlijke macht in de jaren negentig als seksistisch en racistisch neer. De ontmoetingen van David met (ex) BVD en AIVD agenten in een vestiging van Van der Valk zijn eveneens hilarisch opgeschreven, inclusief de treurig stemmende avances naar een serveerster aldaar.
Het einde van het boek stemt niet direct vrolijk. Davids spionageverhaal is gepubliceerd, maar zonder zijn naam eronder. Zijn grote journalistieke doorbraak is er nog niet, wel heeft hij zijn verleden kunnen verwerken en zijn vader die zich in Duitsland schuilhield gevonden. Die is er niet goed aan toe: ’Ze eten zwijgend. Max heeft purperen wallen, zijn lepel trilt, hij eet zonder zijn lippen echt van elkaar te doen. Zonder dat Max het merkt valt een brokje aardappel op zijn hand, David veegt het weg, zijn vader heeft niets gezien.’ Ella heeft haar leven nog het beste op de rit, al is ze veel bezig met het verleden, de gemiste kansen en de twijfels over haar thuisland: Nederland of toch Suriname?
Schijnoffers is een thriller en familieroman ineen, een betrekkelijk zeldzaam genre. Het boek leest prettig en is een verrijking voor de Nederlandse literatuur.









