Het Midden-Oosten is een smeltkroes van culturen, bevolkingsgroepen en religies. Die is gegroeid door migraties, deportaties, onderdrukking en gedwongen bekeringen. Het is tevens een hogedrukpan van conflicten die daar het gevolg van zijn.
De Nederlandse journaliste Judit Neurink (1957) woonde ruim tien jaar in het Koerdische deel van Irak en schreef intussen in de laatste twintig jaar al veel boeken over haar persoonlijke ervaringen in het Midden-Oosten met als bijzondere thema’s de Koerden, ISIS, radicalisering en vrouwengeschiedenis in dat gebied. Eén van die boeken is de roman De Joodse bruid uit 2014. Daarin is de protagoniste de Koerdische studente Zara die het dagboek van haar oma Rahila ontdekt. Dat zet haar op het spoor van haar eigen Joodse wortels.
Nu is er een vervolg op dat boek, Rahila’s geheimen, dat echter prima kan worden gelezen zonder de voorkennis van de roman uit 2014. In Rahila’s geheimen wordt de ontdekking van het dagboek en de betekenis daarvan voor Zara’s leven herhaald.
DNA-test
In deze nieuwe roman probeert Zara met haar moeder het geweld van ISIS in Iraaks Koerdistan te ontvluchten. Ze landt in Israël omdat ze naar aanleiding van het dagboek van haar oma weet dat ze Joodse wortels heeft. Ze ziet het dagboek tevens als een opdracht van Rahila om die oorsprong te onderzoeken: niet alleen die van haar, maar ook die van nog onbekende verwanten. Veel Koerden, vooral vrouwen, kennen die Joodse oorsprong niet omdat ze ooit als kind zijn geroofd om te worden geplaatst in kinderloze moslimfamilies. Maar voor veel vrouwen was het bovendien raadzaam om onder druk van de islam in Irak hun afkomst voor hun kinderen te verzwijgen, zodat nakomelingen daarover onwetend bleven.
Zara geeft gevolg aan die opdracht – zo voelt zij het – door aan de hand van DNA-testen de stamboom van haarzelf en haar familieleden te maken. Dat gaat niet zonder problemen omdat dergelijke testen in Irak niet te krijgen zijn en in Israël niet zonder toestemming mogen worden gedaan.
Adopties
Zara krijgt bij de vervulling van haar taak de hulp van een magische zwarte kater (Treen) die als een goede raadgever de wijsheid van haar oma vertegenwoordigt. De kater, die sterk lijkt op het dier dat ook op een geschilderd portret van Rahila staat, verbindt haar bovendien met een Joodse kunstenares Orit (de kat die steeds bij Zara binnenloopt is van Orit) die familie van haar blijkt te zijn.
Neurink verweeft in haar boek veel gebeurtenissen die werkelijk hebben plaatsgevonden in het verhaal van de fictieve Zara. Daardoor wordt voelbaar hoe de trauma’s van onderdrukking en geweld doorwerken in persoonlijke levens. Er komen schrijnende voorbeelden voorbij. In Irak werden kinderen geroofd, maar in Israël gebeurde dat ook in de – door de overheid gesanctioneerde – praktijk waarin pasgeborenen werden doodverklaard maar in werkelijkheid werden geadopteerd door stellen die zelf onvruchtbaar waren (een zaak die bekend staat als de Jemenitische kinderroof). En de Iraakse/Koerdische Joden die dachten in Israël hun thuis te vinden merkten dat ze in hun nieuwe land door de Asjkenazische Joden als tweederangsburgers werden behandeld omdat die de staat Israël zagen als hún recht na de Holocaust.
Voorts laat Neurink aan de hand van de werkelijk gebeurde Messen Intifadi in 2015 en 2016 zien hoever de groepsdwang in het terrorisme gaat door het verhaal van de jonge Palestijn Marwan. Hij had besloten nooit meer geweld te gebruiken maar viel daardoor bij zijn vroegere medestrijders in ongenade.
Rapporteur
Rahila’s geheimen is een vol boek. Te vol. Neurink wil zoveel verhalen in de wereld van Zara stoppen dat het boek er topzwaar van wordt, zeker als je bedenkt dat de roman een periode bestrijkt van nog geen twee jaar uit haar leven. Daarin beleeft Zara twee conflicterende intense relaties met mannen, duikt in de talrijke complicaties van familieleden, raakt ook nog eens intensief betrokken bij de bevrijding van twee vrouwen en vier kinderen uit een gedwongen huwelijk en maakt tenslotte een aanslag op haar verloofde mee. Het gaat de lezer op den duur duizelen.
Daar komt bij dat Neurink weliswaar zeer betrokken en deskundig is in de wereld die ze beschrijft, maar meer een rapporteur is in de vermomming van een verteller dan een stilist. De dialogen doen vaak geforceerd aan en bovenal worden alle gevoelens van de personages en hun psychologische effecten ook nog eens overdadig uitgelegd.
Dat is jammer want het sneeuwt een belangrijke verdienste onder. Neurink heeft voor de romanvorm gekozen om voor de lezer in het veilige Nederland voelbaarder te maken hoe het dagelijkse leven in Koerdistan en Israël er uit ziet en hoe verwarrend dat is voor je identiteit als je je met verschillende culturen verbonden voelt. Maar dat gevoel ervaar je pas als je de gedachte loslaat dat je liever een literaire roman in handen had gehad.









