In de ban van leegte

Recensie door: Anna Husson

Het vlees van David Szalay, het boek waarmee hij in 2025 de Booker Prize won, opent opvallend terughoudend. In plaats van een dramatische gebeurtenis of een expliciete psychologische inleiding presenteert Szalay een opeenvolging van alledaagse momenten, nauwelijks ingekaderd en zonder duidelijke spanningsboog. Die keuze is wezenlijk voor de roman. Door het verhaal vrijwel zonder richting te laten beginnen, dwingt Szalay de lezer om het leven van zijn hoofdpersonage, István, te ervaren zoals het zich voor hem ontvouwt: als een aaneenschakeling van situaties waarin hij zelden zelf sturend optreedt. De Hongaarse flatwijk in de jaren tachtig waarin hij opgroeit vormt daarvoor een logische achtergrond. Het is een omgeving waar perspectieven schaars zijn, waar gezinnen onder druk staan en waar jongeren vooral leren te verdragen in plaats van te sturen. In zo’n wereld is het niet vreemd dat Istváns jeugd bestaat uit gebeurtenissen die hem overkomen. Zijn passiviteit is geen karakterzwakte, maar het resultaat van omstandigheden waarin initiatief weinig oplevert.

Dat wordt pijnlijk zichtbaar in de scène waarin hij, vijftien jaar oud, een seksuele relatie krijgt met een oudere buurvrouw. Szalay vertelt het zonder sensatie, alsof het een alledaagse gebeurtenis is. Voor de lezer ontstaat daardoor een ongemakkelijk gevoel. Je weet dat het niet normaal is, maar het wordt zo gepresenteerd. De focus ligt op Istváns reactie: een mengeling van afkeer en nieuwsgierigheid, zonder protest, zonder volledig besef van wat er gebeurt. Zijn ‘oké’ is veelzeggend. Het is geen instemming, maar een houding die het patroon van zijn hele leven samenvat: meebewegen, aanpassen, verdragen. Dit moment vormt geen traumatisch breekpunt, maar een vroege aanwijzing voor wie István is en hoe beperkt hij zich voelt door de verwachtingen van anderen en de grenzen van wat hij durft te voelen of te zeggen.

Een leven in stappen die hij niet zelf kiest

Over een periode van ongeveer veertig jaar volgt de roman Istváns ontwikkeling – of beter gezegd: zijn verschuivingen. Szalay kiest bewust niet voor een klassieke ontwikkelingslijn. De stappen in Istváns leven hebben geen duidelijke opbouw en komen niet voort uit ambitie of besluitvorming. Ze komen in sprongen: militaire dienst, werk als uitsmijter, klusjes in de beveiligingssector, en uiteindelijk een onverwachte entree in de wereld van de Londense superrijken.

Belangrijk is dat Szalay steeds laat zien hoe deze sprongen tot stand komen. Niet omdat István iets nastreeft, maar omdat anderen hem verplaatsen. Een sergeant die hem opmerkt. Een werkgever die hem ergens neerzet. Een vrouw met geld en invloed die hem betrekt in haar wereld en hem kansen geeft die hij zelf nooit zou hebben gezocht. Zijn latere werk als vastgoedontwikkelaar wordt daardoor geen bewijs van bekwaamheid, maar van afhankelijkheid. Hij bezit geen visie, maar passeert door deuren die anderen openzetten. Zo laat Szalay zien hoe succes soms weinig zegt over zelfsturing en veel over beschikbaarheid en toeval.

István als stille lens

Wat István vooral kenmerkt, is zijn manier van in de wereld staan. Hij verklaart zichzelf nauwelijks, hij denkt weinig hardop, en hij reageert vaak aarzelend of ondoorgrondelijk. Dat maakt hem geen traditioneel romanpersonage dat de lezer via innerlijke monologen of conflicten leert kennen. In plaats daarvan fungeert hij als een lens. Doordat hij zelf weinig initiatief neemt, vallen de bewegingen van anderen des te meer op.

In de flatwijk is hij iemand waarop mensen projecteren: familieleden die hem zien als een last of hoop, leeftijdsgenoten die hem als doelwit gebruiken, volwassenen die hem proberen te kneden volgens hun verwachtingen. In Londen verandert dat mechanisme niet; de context wordt groter, de huizen ruimer, de macht zichtbaarder, maar Istváns positie blijft die van iemand die observeert en wordt waargenomen. Zijn stille houding maakt hem tegelijk zichtbaar en onzichtbaar. Zichtbaar als lichaam dat aanwezig is, onzichtbaar als persoon met een eigen wil.

Dat zijn zoon langzaam hetzelfde gedrag vertoont, onderstreept de herhaling van patronen. Szalay toont hiermee hoe een manier van leven – gedreven door aanpassing, stilheid en gebrek aan zelfvertrouwen – kan worden doorgegeven zonder dat iemand expliciet leert of kiest. Het komt voort uit wat men ervaart, niet uit wat men besluit.

Het lichaam als drager van ervaring

Szalays stijl is doelbewust sober. Hij werkt met korte, precieze zinnen en scènes die vaak breken op het moment dat een gevoel of gedachte zich zou kunnen uitkristalliseren. Door die keuze ontstaat ruimte voor lichamelijke details. Een hand die te lang blijft liggen, een blik die ongemakkelijk is, een schouder die wegdraait. Het zijn precies die momenten die de betekenis dragen. Niet wat István zegt, maar hoe hij fysiek reageert; niet wat anderen verwoorden, maar wat hun lichaam prijsgeeft.

De titel Het vlees krijgt daardoor een dubbele lading. Enerzijds verwijst het naar lichamelijkheid en seksualiteit, die door het hele boek terugkomen als bronnen van verlangen én macht. Anderzijds benadrukt het hoe het lichaam functioneert als een soort geheugen. Waar István mentaal weinig vastlegt of doorvoelt, onthoudt zijn lichaam alles: spanning, onderwerping, afkeer, aantrekkingskracht. Zo maakt Szalay voelbaar dat een leven niet alleen bestaat uit gedachten en keuzes, maar evenzeer uit aanrakingen, nabijheid en ervaringen die zich in het lichaam nestelen.

Het contrast tussen Hongarije en Londen versterkt dit effect. In de kleine, krappe appartementen in Hongarije beweegt István tussen de bewoners door, aanwezig maar nauwelijks opgemerkt; hij maakt geen deel uit van hun leven. In de grote, luxueuze huizen in Londen is hij zichtbaar tussen de mensen, maar slechts als figurant. Hij leeft mee aan de rand van hun wereld, fysiek onder de mensen maar emotioneel en sociaal afgescheiden. Zijn aanwezigheid is het enige constante, zijn plek in de wereld blijft onzeker. Szalay laat zo zien dat sociale verschillen niet alleen abstract bestaan, maar voelbaar worden in hoe iemand wel of niet onderdeel kan zijn van de ruimtes en levens om zich heen.

Aandacht voor het minieme

Het vlees is uiteindelijk geen verhaal over groei of bevrijding. Het is een roman die laat zien hoe omstandigheden iemand kunnen vormen, beperken en opsluiten in patronen. Szalay toont hoe een jeugd zonder goede begeleiding, zonder duidelijke grenzen of steun, iemand een leven lang kan achtervolgen. István is soms onaantrekkelijk en vaak onbegrijpelijk, maar precies daardoor geloofwaardig. Hij staat voor velen die geen grote gebaren maken, maar vooral proberen te overleven in de omstandigheden die ze krijgen.

De spanning in het boek komt voort uit stiltes, uit details, uit het ongemak van kleine momenten. Een blik kan een hele relatie veranderen, een aanraking kan een machtsverhouding blootleggen, een korte misser kan een levenspad verzegelen. Szalay vraagt de lezer om aandacht voor het minieme. In die kleine details schuilt de ware lading.

Een roman die blijft nazinderen

Het vlees vraagt geduld, omdat het weigert de lezer te belonen met een climax of een ommekeer. Maar juist dat maakt het boek krachtig. Het toont een leven dat grotendeels in de marge wordt geleefd, maar dat daardoor een scherp licht werpt op hoe afhankelijk mensen zijn van hun omgeving en van andermans wil. Szalay confronteert de lezer met vragen die zich niet laten afschudden: hoeveel invloed hebben we werkelijk op ons leven? Hoeveel van wat we doen is keuze, en hoeveel is reactie?

István is geen gids of voorbeeld, maar een spiegel. Hij toont hoe een leven eruitziet wanneer richting verdwijnt, wanneer gebeurtenissen elkaar opvolgen zonder dat iemand ze naar zich toetrekt. En juist daardoor blijft de roman lang hangen: het is een verhaal dat weinig zegt, maar veel laat zien.

Recent