‘Ze aten als hun koeien, hun kaken kwamen niet tot stilstand voordat alles was verdwenen.’ Koeman van Jan Wester is geen biografie over de trainer-coach van het Nederlands voetbalelftal maar een debuutroman met een agrarisch thema. Vader en melkveehouder krijgt een hartaanval waaraan hij later overlijdt. ‘Hij had naakt op zijn buik in de badkamer gelegen, als een pasgeboren kalf na een bevalling die te lang heeft geduurd.’ Vader was ‘omgevallen’. De agrarische context bevindt zich in het hart van het groene West-Friesland, in Wognum.
Vader zal het na zijn hartaanval niet lang meer maken. Maar voor zijn overlijden zal hij zijn enige, negentwintigjarige zoon Jaap nog toevertrouwen: ’Je kan hier niet voor altijd alleen blijven, Jaap. Er moet straks natuurlijk wel een opvolger zijn voor de boerderij.’ Als er tijdens vaders ziekte een wat timide maar zorgzame en ongetrouwde thuiszorghulp op de boerderij verschijnt, Anne, ontstaat er al een vermoeden van het vervolg van het verhaal. Vader gaat dood. ’Tegen de tijd dat Jaap klaar was met melken was Vader helemaal koud. Hij lag met zijn gezicht tegen de vloerplanken van de stal, starend door de kieren naar de donkere laag stront op de bodem van de gierkelder. 0571 stapte over hem heen. 0499 at van haar krachtvoer. Jaap rolde hem op zijn rug. Tillen had geen zin.’
Meesterlijk verteller
Het einde van de vader is niet erg esthetisch beschreven. ‘Jaap liep naar de schuur en kwam terug op de Liebherr. De machine boog het hoofd voor zijn oude eigenaar. Jaap schoof de palletvork onder het lichaam. De pneumatische arm tilde Vader van de grond en legde hem neer op een zeil op het pad. Jaap vouwde het dicht.’
Tot dan toe lijkt het boek de kant op te gaan van een soort literaire ‘Boer zoekt Vrouw’ met een al dan niet geslaagde zoektocht naar een echtgenote en moeder van de opvolger van het bedrijf. Een op het eerste gezicht wat uitgekauwd thema en eerder geschikt voor een aflevering van het bekende tv-programma dan een (interessant) literair debuut.
Maar schijnt bedriegt. Beeldhouwer en schrijver Jan Wester (30) ontpopt zich als een meesterlijk verteller van een wel zeer bizarre plot. Hij studeerde filosofie aan de UvA en Beeld en Taal aan de Gerrit Rietveld Academie. De auteur schrijft heel precies en beeldend. ‘Vanuit de stal klonk het krijsen van de melkpomp. Anne leverde de dieren uit aan Jaap. Roepend en fluitend dreef hij ze dieper in zijn fuik van buizen en rekken. De machine begon te drinken. Antigone kromde haar rug en zette zich schrap. De zuigmonden bewogen langzaam op en neer, hun rubberen lippen zoenden de roze huid van haar uiers.’
Luisteren naar vrouwen
Knap is die stijl waarmee Jaap als enerzijds zorgzame en anderzijds bijna autistische, en in elk geval monomane, boer wordt beschreven. Anne heeft tal van psychische klachten, verbleef in een psychiatrische inrichting en is daarvan nog niet echt volledig ‘genezen’. Ze staat in contact met een hogere macht, Limos, met wie ze gesprekken voert en die haar raad geeft. Maar die haar ook streng bekritiseert, bijvoorbeeld over het feit dat ze Jaaps vader door slechte zorg de dood in zou hebben gejaagd.
Toch bloeit ze wel op in de nogal afgesloten wereld van de boerderij. ‘Vader was begraven, maar Anne verscheen de volgende ochtend gewoon weer in de stal. Ze verplaatste kopjes en borden in de keuken, legde een nieuwe deken over de bank en veegde het stof van de televisie. Zo was het beter, zei ze, en Jaap sprak haar niet tegen.’ Jaap is een gesloten man van zeer weinig woorden die leeft voor en met zijn koeien op basis van strakke dagschema’s. Veel ervaring met andere mensen heeft hij niet, en al helemaal niet met vrouwen. Ooit heeft hij het advies van zijn vader gehoord dat je naar vrouwen moet luisteren en soms ook goed met ze moet praten, maar in de praktijk brengt hij daar weinig van terecht.
De inleiding op het hoofdstuk zwangerschap en een nakomeling is typerend. ‘Jaap: ”Kun je een kind krijgen?” Anne viel even stil. “Met jou?”. ”Ja.” Ze lachte. Maar iets was anders. Haar mond vervormde. ”Je maakt geen grapje?” Jaap schudde zijn hoofd, hij maakte nooit grapjes. Anne staarde drie minuten naar het tafellaken. Toen stond ze op. “Ik ga naar huis.”’
Op hol geslagen zweefmolen
Het is duidelijk dat deze twee mensen geen hartstochtelijke relatie tegemoet gaan. Toch trekt Anne bij Jaap in en beginnen ze nogal stuntelig hun pogingen tot het verwekken van een kind. Dat gaat, weinig verrassend, niet vlot. Ook de rest van hun relatie is niet direct warm en inhoudsvol. Het zijn duidelijk twee mensen die last hebben van hun verleden, een eenzame en harde jeugd, psychische stoornissen, bij Anne anorexia, maar eigenlijk hunkeren naar warmte. Jaap vindt die bij zijn koeien, maar geeft die niet aan Anne. Niet omdat hij dat niet wil, maar omdat hij het niet kan. Anne mist het vermogen om door de betonnen muur van Jaap heen te breken.
En dan, op twee derde van het boek, is er een plotselinge, zeer heftige plotwending, te maken met de zo gewenste zwangerschap van Anne en Jaaps vertrouwen in koeien boven dat in mensen. Er wordt een kind geboren, al even bijzonder als buitenissig. De roman ontwikkelt zich in snel tempo tot een plastisch geschreven horrorboek, met magisch-realistische trekken en – vooruit, één spoiler – een seriemoordenaar met 49 moorden op zijn geweten. Spannend, ja, maar ook een soort tocht in een op hol geslagen zweefmolen. Je komt er bijna misselijk uit, en ook wat bedrukt door zoveel narigheid.
Is het een goed boek? Ja en nee. Wester schrijft treffend en beeldend zoals pagina’s lang gedetailleerd de heftige scènes in een slachthuis. Het inzicht in autisme waaraan Jaap lijdt en anorexia nervosa waaraan Anne lijdt is waardevol. De plot is even absurd als heftig en dwingt tot doorlezen, al is op een gegeven ogenblik wel duidelijk hoe het afloopt. Fijnzinnig is het boek niet, rijk van taal wel en in ieder geval een hoogst origineel debuut. Benieuwd welke richting Wester hierna op gaat: thrillers of een verdere uitdieping van het agrarisch milieu dan wel weer een combinatie.








