George Sand (1804-1876) is vooral bekend door haar romans en toneelstukken, zo’n honderd in totaal, haar autobiografie Histoire de ma vie en haar liefdesrelatie met Frédéric Chopin. Ze schreef duizenden brieven en haar vriendenkring omvatte ook andere beroemde mannen: Flaubert, Toergenjev, Alfred de Musset en Delacroix. In het katern met afbeeldingen zijn Sand, Viardot en Chopin afgebeeld, dat spreekt voor zich. Waarom Toergenjev en Alfred de Musset worden afgebeeld is een raadsel: ze worden in de briefwisseling namelijk nergens genoemd.
Thérèse Marix-Spire heeft de briefwisseling tussen Sand en operazangeres Pauline Viardot (1821-1910) uit de periode 1839-1849 gedestilleerd uit de verzamelde correspondentie van Sand die in totaal zesentwintig delen beslaat. De brieven zijn prettig leesbaar vertaald door Rosalien van Witsen die ook het summiere voorwoord schreef.
Hechte vriendschap
Uit de brieven blijkt allereerst de hechte vriendschap tussen Sand en Viardot. En dat is meteen ook het grootste bezwaar dat je tegen deze uitgave kunt hebben: naar schatting bestaat een derde uit zinsneden waaruit blijkt dat ze elkaar zo vreselijk missen, uitnodigingen om op bezoek te komen en passages waaruit blijkt hoe teleurgesteld ze zijn als dat niet lukt. Vervreemdend werkt het dat ze elkaar moeder en dochter noemen (Sand is zeventien jaar ouder dan Viardot) en elkaar koosnaampjes geven. Interessant is wel het carrièrepad dat Sand voor Viardot uitstippelt: eerst in Spanje, Italië, Duitsland, Rusland en Engeland als operazangeres gevierd worden, en daarna pas Parijs veroveren. De vele passages over ovationeel applaus, bloemenhuldes en dankbetuigingen geven blijk van het succes van Viardot, maar ook daarin had – zonder informatieverlies – flink wat bekort kunnen worden.
Sand en Chopin
Tijdens het verblijf van Chopin op Sands landgoed ontvangt hij vele malen de groeten of laat hij deze overbrengen. In de brieven wordt hij vaak aangeduid met bijnamen zoals Fritz, Chipchop, Chipchip, Chopino, Chopinet of Chopinski. Daaruit blijkt een tweede bezwaar tegen deze uitgave: de vele voor- en bijnamen maken identificatie van voorkomende personen in de brieven niet eenvoudig. In het personenregister wordt namelijk gealfabetiseerd op achternaam, maar daarmee vindt de lezer dus niet iemand terug die met voor- of bijnaam wordt aangeduid. Eén voorbeeld: Daure op pagina 60 en 62 is een verbastering van de naam van de graaf Antoine Henri Philippe Léon Cartier d’Aure die onder de D niet in het personenregister voorkomt. Een simpele verwijzing bij Daure, zie D’Aure had volstaan.
Uit de brieven is af te leiden hoe de verwijdering tussen Sand en Chopin ontstaan is, aangesticht en aangewakkerd door Sands dochter Solange en haar echtgenoot, de beeldhouwer Auguste Clésinger. Hij heeft vast ook schilderijen gemaakt, maar hem op pagina 146 als schilder typeren doet hem geen recht. Gelukkig wordt in het personenregister wel vermeld dat hij beeldhouwer was. Zijn bekendste beeldhouwwerken zijn Femme piquée par un serpent en het graf van Frédéric Chopin. Dat eerste werk zorgde in 1847 voor veel ophef op de Parijse salon. Het beeld toont namelijk een ontklede vrouw die kronkelend op de grond ligt na de beet van een slang. Vanwege de erotische lading kreeg het beeld de bijnaam ‘Volupté‘ (‘Wellust’).
Solange en haar echtgenoot verlangen een grotere bruidsschat van Sand, waaraan ze – naar eigen zeggen – niet kan voldoen omdat er dan niets voor haarzelf zou overblijven. Chopin kiest de kant van de dochter en haar man en verdwijnt na negen jaar uit Sands leven. Ze mist natuurlijk de man, maar meer nog zijn muziek.
1848
Sand en Viardot hadden genoeg om over te schrijven in het roerige Frankrijk van het midden van de negentiende eeuw: natuurlijk over hun eigen leven, maar ze waren ook getuigen van de revolutie van 1848, de Tweede Republiek en de staatsgreep van Lodewijk Napoleon waarmee Frankrijk voor de tweede keer een keizerrijk werd. Teleurstellend is dat het grootste deel van de dagelijkse beslommeringen uitgebreid wordt weergegeven en de interessante politieke perikelen maar mondjesmaat in de brieven vermeld worden.
Aan het eind van een brief gedateerd eind maart 1848 vraagt Sand aan Viardot: ‘Verbrand mijn brief’ (pagina 164). Gelukkig heeft Viardot aan die wens niet voldaan. Dat het wel degelijk gevaarlijke tijden waren tijdens de revolutie van 1848 blijkt uit het feit dat Sand bedreigd wordt: in een brief van 8 december valt te lezen dat politieke tegenstanders van Sand haar in La Châtre wilden ophangen (pagina 178).
Van Witsen eindigt haar voorwoord met de opmerking dat de briefwisseling tussen de schrijfster en de nachtegaal ook na 1849 is voortgezet en dat die brieven te vinden zijn in de verzamelde correspondentie van Sand. Jammer dat die brieven niet toegevoegd zijn aan de gepresenteerde correspondentie. Of bevatten die brieven geen nieuwe informatie ten opzichte van de brieven die Sand en Viardot tussen 1839-1849 aan elkaar geschreven hebben?









