(N)iemand zijn

Het is middernacht, het huis slaapt. Ik luister naar  Nooit meer slapen, het prettige stemgeluid van Jan Brokken. Zijn woorden rollen rond en vol de ether in, een stem die lokt. Ik schuif van de keukentafel, waaraan ik de laatste pagina’s van Een vrij leven van Mariët Meester lees, dichter naar het toestel. Brokken zegt dat hij het dorp ontvluchtte waar hij opgroeide. ‘Ik was helemaal niets, en niemand.’ Ik denk aan Meesters voorlaatste boek over opgroeien in gevangenisdorp Veenhuizen dat eindigde met, ‘Ik wist niets, ik zag niets en ik hoorde niets (..) ik moest eruit!’

Ze gaat naar kunstacademie Minerva in Groningen waar ze J. ontmoet, ze krijgen een relatie, wonen samen in een klein huisje. Tot J. haar verlaat, op reis gaat. Hoe Meester hem uiteindelijk achterna reist, in tweestrijd met zichzelf: de keuze tussen cultuur en natuur, tussen volgen of laten gaan. In een gesprek met een docent van de academie vertelt ze dat haar doel in het leven ‘vrij worden’ is. ‘Dingen laten. Niet willen hebben of toe-eigenen. Niet groter en meer, juist kleiner en minder.’ Een insteek die van een grote eigenheid getuigt.

Als ze weer in Groningen is schrijven J. en zij elkaar brieven. Op de academie krijgt ze de opdracht het gedicht ‘Zwerversliefde’ van Roland Holst te verbeelden. Ze levert een bundeling van zijn brieven in met een lint eromheen. In haar vijfde studiejaar trekken ze een jaar met paard en (zelfgebouwde) wagen door Frankrijk om het verschil tussen stad en platteland te onderzoeken. Een jaar waarin ze elkaar liefhebben en haten, hun plek bevechten. Het gaat er soms heftig aan toe. Er is de dagelijks zorg om eten te vinden, een goede slaapplek, gras voor het paard. Daartussendoor ontstaan er prachtige kunstwerken als de ‘Gouden geitenkeutels’. Waarvoor Meester grote hoeveelheden geitenkeutels verzamelde, droogde op de kachel, witkalkte, met goudverf beschilderde. Daar ontstaat de rode draad in hun leven, vanuit basaal leven kunst creëren.

Schrijven en beeldende kunst, stad en platteland strijden bij Meester om voorrang. ‘Mocht het me lukken me te ontplooien en meer boeken te gaan schrijven, betere boeken, dan zou deze tegenstelling, die in feite de tegenstelling tussen cultuur en natuur was, daar waarschijnlijk de rode draad in worden.’, schrijft ze als ze eind twintig is en ze er vele reizen met paard en wagen (snelheid 3 km per uur) hebben opzitten.

In Nederland maken ze van een grote salonwagen hun huis in het vrije veld. Op koude winternachten slapen ze op een matras voor de houtkachel zodat ze om de paar uur hout op het vuur konden gooien tegen bevriezing. En dat het dan ook eens klaar is. ‘Na vier jaar in de salonwagen daagde het besef dat we die dwang niet prettig meer vonden, dat streven naar vrijheid kon omslaan in een vorm van onvrijheid.’

Op de radio hoor ik Brokken een gedicht van António Machado declameren.

‘Reiziger, je sporen
zijn de weg die je aflegt,
en zij alleen.
Reiziger, er is geen weg,
de weg ontstaat in het gaan.
Gaandeweg ontstaat de weg,
en als je omkijkt zie je het spoor dat
je nooit meer betreden zult.’

In de stilte van de nacht gaan deze woorden met me op de loop. Ben onder de indruk, denk opeens het licht te zien. Dat het dat is wat Meester en haar J. hebben gedaan. Een weg gegaan die ‘gaandeweg’ ontstond, organisch. Het spoor dat ze achterlieten, werkelijk achterlieten. Nooit omkijken, enkel maar voortgaan. En dat uiteindelijk de liefde voor elkaar, voor de natuur, is wat overblijft. Dat dat genoeg moet zijn.

Brokken stond vaak op het punt te stoppen met reizen vanwege het klimaat. Wat hem daarvan weerhield, ‘was de mogelijkheid tot onverwachte ontmoetingen. Zo’n treffen dat je een andere wereld binnentrekt en dat je van de ene in de andere verbazing doet vallen.’ Dat daarin een balans moet worden gezocht. Dat ik me wil blijven verbazen, meebewegen op een stroom aan verhalen. Waarin Meester steeds nieuwe mogelijkheden ziet om de aarde zo min mogelijk te belasten, haar weg zoekt, een gedreven verteller is. Dat je in voetsporen wilt treden.

 

 


Inge Meijer kan het niet laten te schrijven over wat ze leest.

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Inge Meijer: