‘Geen plot, maar zeer korte verhalen waarin net zoveel kan gebeuren als in een complete roman’. Daarin ligt volgens Arjen Lubach de kern van de zkv’s van A.L. Snijders. Dat klopt. De Amerikaanse vorstin van de short story, Lydia Davis, noemt ze in De schoonheid van weerbarstig proza ‘puntige filosofische vertellingen’. Klopt ook.
Lubach koos er 206 voor een selectie in de alsmaar groeiende fraaie serie ‘Gedundrukt’ van Uitgeverij Van Oorschot onder de titel Zeer kort. Op het buikbandje de typische Snijders-foto: gefronst voorhoofd, bebaard en besnord, je doordringend aankijkend met de bril op de punt van de neus. Velen kenden zijn sonore stem uit duizenden als hij op zondagmorgen op Radio 4 een verhaal voorlas en heel wat abonnees openden eveneens op zondagmorgen vol verwachting hun mailbox waarin hij zijn zeer korte verhalen dropte.
A.L. Snijders is de schrijversnaam van Peter Müller. Hij zou hem ooit hebben verzonnen toen hem aan de telefoon werd gevraagd snel een pseudoniem te bedenken. Maar op die oorsprong varieerde hij wel eens als hem er tijdens optredens naar gevraagd werd. Het paste bij Snijders, die jarenlang lesgaf op middelbare scholen en de politieacademie en zijn zkv’s graag de door hem gewenste draai gaf: ‘Het is zeker dat ik verschillende verhalen vertelde over dezelfde gebeurtenis. Een leraar die steeds hetzelfde verhaal vertelt, kwelt zichzelf. Dan wordt het onderwijs masochisme. Ik wil er zelf ook een beetje plezier van hebben’.
Het is een citaat uit het vermakelijke ‘Facisme’, waarin hij vertelt over de keer dat hij met de verfkwast de leus ‘Weg met het facisme’ op een viaduct te lijf ging om vóór de letter c een s te schilderen. Hij werd opgepakt vanwege het bekladden van overheidseigendom terwijl hij alleen maar een taalfout had willen verbeteren. Daarmee geeft hij zelfs in één zkv twee versies van het gebeurde.
Sprongen in de tijd
Over taalfouten gaat het in meer stukken. In ‘Vraag en antwoord’ zegt hij zijn leerlingen op de politieschool dat Hun zijn groter als mij een onberispelijke zin is, maar dat ze in sollicitaties Zij zijn groter dan ik moeten schrijven. In ‘Gemeentegrens’ legt hij een klas uit dat in de zin Jan wordt geslagen door Piet Jan grammaticaal het onderwerp is, maar gevoelsmatig lijdend voorwerp.
Hoeveel variëteiten een verhaal ook kan hebben, ze vertellen allemaal samen wel degelijk veel over het leven van de schrijver zelf. Vooral Amsterdam en Klein Dochteren, de belangrijkste woonplaatsen van Snijders, en zijn ervaringen en ontmoetingen daar, zijn prominent terug te vinden. Verreweg de meeste verhalen maken sprongen in de tijd. Een ontmoeting, een nieuwtje, het weer: ze zijn goed voor een sprong terug in de tijd van soms enkele decennia, plotseling opduikende herinneringen. Een dichtregel van Lucebert brengt hem bij een ijzeren ei dat hij dertig jaar geleden maakte (in ‘Het ei’). De weersvoorspelling roept een herinnering op aan de kachel van zijn grootvader (in ‘Winter 2’).
Massey Ferguson
Een enkele keer komt een herinnering meerdere keren voor. De opvallendste is die over zijn moeder die als kind in 1912 uit het raam viel en dat overleefde door een opstuiterende hor (in ‘Jaartallen’ en opnieuw in ‘Vondelpark’). In ‘Dienstmeisje’ maakt huishoudhulp Greetje in 1949 een dodelijke val uit het raam: ‘Mijn moeder heeft gezien hoe haar levenloze lichaam in de ziekenauto werd getild’ – hier dan juist weer geen vermelding van moeders eigen val in 1912. En dan zijn er nog Snijders’ opa en diens jongste zoon die op hoge leeftijd beiden stierven door een val van de trap (in ‘De geur van het ontbijt’).
Ook de tractor van Snijders, een Massey Ferguson, doet hem een paar keer het beeld oproepen van de Balkanoorlog toen je die trekker vaak in reportages zag (in ‘Kraantje’ en ‘Winter 2’). Maar in het verhaal dat het merk van de tractor als titel heeft staat die verwijzing dan weer niet.
Het teruggrijpen in de tijd legt Snijders als volgt uit in ‘De libelleman’: ‘Wat veertig jaar geleden plaatsvond, hoeft niet eerder verteld te worden dan de gebeurtenissen van gisteren’.
Banaliteit van het kwaad
Dat doende legt hij verrassende verbanden, zoals in ‘Ansichtkaart’. Daarin stuurt ene F. hem een groet vanaf Texel waarin hij schrijft dat hij Hannah Arendt leest, terwijl een landbouwmachine te zien is van het merk Mengele LW 390: ‘Hoe lang zullen mensen nog schrikken van Hannah Arendt en Mengele samen op een ansichtkaart? De geschiedenis trekt langzaam de gordijnen dicht en bijna niemand zal meer iets weten over de banaliteit van het kwaad’. Na een dergelijke kernachtige omschrijving van hoe we in elke nieuwe generatie weer verhalen kwijtraken kun je niet meteen naar het volgende zkv.
Snijders had weinig woorden nodig om een wereld te omspannen. In 2010 kreeg hij de Constantijn Huygensprijs: ‘een prijs voor een grote berg takjes, zkv’s’, zegt hij zelf in ‘Aap’.
Op 7 juni 2021 zat Peter Müller voor het laatst als A.L. Snijders aan zijn laptop, klaar voor een nieuw verhaal, toen hij een hartstilstand kreeg. Misschien draaide er wel muziek op de achtergrond, minimal music, zijn voorkeur. Treffend voor een zkv-schrijver.










