Wereld van onvermogen

Dat je aan niemand, zo in het dagelijkse leven, kunt zien dat er seks in het spel is. Dat er verlangens zijn. Ik bedoel, de mens, netjes gekleed, goed gekapt, zeg maar, presentabel. Hoe vreemd gedachten kunnen zijn, hoe goed verborgen de dingen kunnen blijven. Alleen ik zelf ken mijn slechtste gedachten. In een boek vinden die hun plaats. Een boek als manier om onverbloemd de waarheid te zoeken.

Wie ik ben, van Levi Jacobs is rauw en dwingend. De ik lijdt aan eenzaamheid. ‘Een eenzaamheid zo diep dat ik erin verdrink.’ Schrijven de manier zichzelf te ontdekken. ‘Ik moet gewoon ergens beginnen. De rest komt later wel.’ Om die eenzaamheid te overwinnen, verlaat hij zijn vriendin. Begint een relatie met een jongere vrouw. Is verslaafd aan porno en drugs. Het wordt er allemaal niet mooier op als hij tijdens een triootje een van de vrouwen tegen haar zin penetreert. Diezelfde nacht een zwerver in elkaar slaat. 

Dit boek voelt als het betreden van een gebied waar vergeten is het bordje ‘Verboden toegang’ bij te zetten. Het is intiem, en heftig. Al is er met de constructie, de intentie van de schrijver, niets aan de hand. Ik lees over de transitie van een jonge advocaat naar schrijver.

Over het verlaten van zijn vriendin zegt hij tegen zijn vader, een gepensioneerde huisarts die in zwijgzaamheid excelleert, ‘Ze belemmerde me. Een schrijver hoort niet in een gerenoveerd appartement in een Haagse yuppenwijk.’

In Why I Write zegt Joan Didion dat ze schrijft ‘om te ontdekken wat ik denk [..] Wat ik wil en waar ik bang voor ben.’

Levi Jacobs raakt aan zijn diepste zelf, iets om te herschrijven. Juist vanmorgen belde ik met een vriendin die zei dat ze een nieuw mensbeeld van zichzelf moest schrijven. Haar zelfbeeld klopte niet meer met hoe ze de wereld om zich heen verdroeg.

Hokwerda’s kind was een heftig boek. Zelfdestructie, mentale verwaarlozing, seksuele uitbarstingen die in vechtpartijen eindigen. Wie ik ben blaast je van je sokken. Levi Jacobs overschrijdt de grens van het toelaatbare. Dat is wat schrijven vraagt, de naakte waarheid.

Hij wil Salinger, zegt hij tegen zijn ex-vriendin als hij met zijn sleutel haar (voorheen hun) huis binnendringt om zijn boeken te halen. Welke boeken zou ik willen als ik huis & haard verlaten had? Ik denk Ginzburg, Zo is het gebeurd, Pruis, die me in het gelid zet, in schrijvende zin. En Braaf meisje van Philip Roth.

Het noemen van schrijvers als Nanne Tepper zijn als een plaatsbepaling van Jacobs  in het literaire veld. Jeroen Brouwers schreef over Nanne Tepper: De avonturen van Hilliebillie Veen is even autobiografisch als De eeuwige jachtvelden […]  men komt er dezelfde ingekookte ikken in tegen en Hillie Veen, […] is geen ander dan Nanne Tepper zelf.’ Ik zou hier kunnen zeggen dat de Levi in Wie ik ben, de ingedikte ik, geen ander is dan de schrijver Levi Jacobs zelf. Ondanks de roman aanduiding.

Als twaalfjarige zet Levi een jongen die hem had afgerost met een afgebroken ruitenwisser, een revolver tegen het hoofd. De macht die hem bij deze overspoelt. ‘Ik Levi, onaantastbaar. Gevreesd. Niemand kan mij wat maken.’ Een beeld dat zijn leven toonzet, hem opbreekt.

Meer over schrijven. Toen hij in Marokko was. ‘Ik struinde wat door Marrakesh, was vrij en gelukkig. Schreef verhalen, at tajine, rookte aan een stuk door’ Het is de enige passage in het boek waar van geluk gesproken wordt. Annie Dillard karakteriseert het maken van een boek als ‘het leven in zijn meest vrije vorm’. Dat we onszelf een beeld maken waarin we geloven, ten goede of ten kwade.

Dan, de onbetrouwbare moeder. Als kind las ze hem voor uit Marga Minco en Mulisch. De jongen wil niets liever dan dat het leven zo blijft. ‘Mama die op me wacht. Mij rondrijdt, haar jongste kind, haar cadeautje, verrassing, haar kroonprinsje, haar liefje.’ Onbetrouwbaar omdat de volgende dag er geen warm welkom is, moeder rokend in haar stoel, haar theemok als asbak. Houdt ongemakkelijke monologen over de wereld die naar de klote gaat. God, wat laat dit zich goed lezen.

Levi voelt de ogen van zijn moeder overal, het stempel dat ze op hem gezet heeft. ‘In alles wat ik deed schemerde haar oordeel door. […] Ik raakte angstig terwijl ik vree, bedacht op het beeld van haar dat zomaar weer kon komen opzetten.’ En dan: ‘Iets in mij is misvormd.’

De moeder: ‘Waarom nemen mijn kinderen me zo serieus?’

Het is nog niet genoeg. Levi is onaardig, een obsessieve mastrubeerder, een fetisjist van dames ondergoed, sokjes, en dat alles kan zijn onpeilbare eenzaamheid niet dempen. Hij wil een raadselachtig figuur zijn, een schrijver. Net las Robert Bolanõ en B. Traven. ‘Ik sla mijn notitieboek open en schrijf dat ik naar het vliegveld moet gaan en een vlucht moet boeken naar Mexico.’ Wat hij niet doet. Er is een wereld van onvermogen die aan zijn voeten ligt.

Wat er doorschemert. Zijn ouders hebben hem gevormd, maar zijn niet verantwoordelijk voor zijn eenzaamheid, het ontbreken van geluk. Dat is wat waard.
‘Waarom, vraag ik me af, waarom moeten we overal woorden aan toekennen?’, denkt Levi als zijn vader bij de uitvaart van diens zus enkel, ‘Lieve zus… Slaap zacht.’, in de microfoon fluistert. Dit is geen biecht, maar een knap geschreven bildungsroman.

 

 

Wie ik ben / Levi Jacobs / 205 blz. / Atlas Contact


Inge Meijer is een pseudoniem. Zij schrijft over wat ze leest en wat haar beweegt.

 

 

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Inge Meijer: