Kees 't Hart – De Rode Olifant

Kees ’t Hart en de essentie van het warenhuis als museum en strijdperk

Recensie door August Hans den Boef 

Wie wil een boek lezen waarvan de verteller een consultant is, die het liefst honderduit over zijn werk zevert en vindt dat zijn betoog geen roman mag worden? Wij allen, mits het De Rode Olifant heet en is geschreven door Kees ’t Hart. 

’t Hart debuteerde in 1988 met de verhalenbundel Vitrines, waarover later. Geen familie van de bestsellerauteur Maarten, schreef een recensent in die tijd. Zevenendertig jaar en zevenentwintig boeken (romans, verhalen, essays, toneel, poëzie) verder zal niemand deze relatie meer leggen. Als er al een verwantschap zou bestaan is dat met collega P.F. Thomése, met wie ’t Hart korte tijd in de redactie van De Revisor zat. Beide auteurs zijn immers zeer bekwaam in het hanteren van zeer uiteenlopende stijlen en genres. Thomése schreef naast zijn ‘serieuze’ werk de drie slapstick-romans met J. Kessels als hoofdpersoon en in 2007 verscheen zijn roman Vladiwostok! met een spindokter in de hoofdrol, over het politieke bedrijf in Den Haag, de bijbehorende media en andere valkuilen.  

Als ’t Hart een historisch roman schrijft over Aagje Deken en Betje Wolff, doet hij dat via een hedendaagse onderzoeker die met e-mailberichten strooit. En Wederzijds (2017) is een relaas waarin keurige Haagse burgers langzaam maar zeker politiek radicaliseren en uiteindelijk tot hun verbazing bij een gewelddadige groep terechtkomen. In De revue (1999) wekt ’t Hart het Amsterdamse theater Carré uit de jaren zestig tot leven via een licht schurend liefdesverhaal.  

Een merkwaardig buitenbeentje

Voordat we naar De Rode Olifant gaan, moeten we het verhaal ‘Warenhuis’ uit zijn debuut Vitrines bekijken. Daarin vertelt een jongen van twintig dolgraag te willen stagelopen in een warenhuis. Zijn opleiding heeft hij niet heeft afgemaakt, maar wel werkervaring in kampwinkels opgedaan.  Bijzonder is zijn motivering: hij hoopt door de aanwezige vitrines en bakken zijn herinneringen te kunnen ordenen tot een samenhangend geheel. Ik stel het nu wat simpel, de verteller houdt vrij gecompliceerde betogen over zijn herinneringen en die van anderen, vervolgens over herinneringen die een hele keten van andere kunnen veroorzaken etc. Hij schrijft sollicitatiebrieven en wordt soms uitgenodigd voor een gesprek. Vergeefs. Door zijn wat criminele vader en zijn broers wordt hij zowel geholpen als tegengewerkt. Ze moeten vooral lachen om het belang dat hij hecht aan een gele corsage.

In dit verhaal zien we al de echte Kees ’t Hart opdoemen. De verteller is een merkwaardig buitenbeentje en blijkt ook onbetrouwbaar, want bijvoorbeeld de brieven zijn niet (alle?) verstuurd en die gesprekken hebben niet (alle?) plaatsgevonden.

Over warenhuizen en winkelcentra

De Rode Olifant begint met een anonieme consultant voor het winkel- en warenhuismanagement, die door ene dr. H. Fritzen per brief wordt gevraagd om eens te komen praten in de Rode Olifant. Een overbekend gebouw in Den Haag. Er bestaat geen hoge dunk van consultants. Ze verdienen te veel met vaag gebabbel in modieus jargon. Bullshit jobs. Maar net als de kleine minderheid van managers die bij het afscheid met huilende werknemers worden geconfronteerd die hen smeken alsjeblieft toch maar te blijven, zo bestaan er ook bekwame consultants. ’t Hart wekt de geloofwaardig indruk dat zijn verteller zo iemand is.

Aan de ene kant is daardoor De Rode Olifant een interessant betoog over warenhuizen en winkelcentra, de essentie van retail business, waar over elk detail dient te worden nagedacht. De trekkers zonder welke winkelcentra niet kunnen floreren en het belang van een display. Logistiek als oorlogvoering, de rituelen waarmee het warenhuis lijkt op een museum. Het verrast ons niet dat de verteller was betrokken bij Westfield Mall of the Netherlands in Leidschendam.

Maar zijn pogingen Fritzen te spreken te krijgen, verlopen moeizaam. Eerst wil de verteller weten wat voor vlees hij in de kuip heeft – ook zijn vriend Pim vindt desgevraagd echter erg weinig daarover. Wel heeft Pim onlangs ene Anna Postvelt ontmoet, die een kantoortje heeft in de Rode Olifant. Een zeer succesvolle standbouwer die alleen nog maar prestigieuze projecten aanneemt als de Arsenale tijdens de Bienale. Behalve in Den Haag heeft haar bedrijf vestigingen in Minneapolis en Parijs. En… zij blijkt ook het jeugdvriendinnetje van de verteller, die haar daarna uit het oog is verloren.

Honderduit over Zola en Warhol

We krijgen zijn uitgebreide terugblik die in ieder geval duidelijk maakt dat hij volstrekt geen oudere versie is van de jongen uit het verhaal ‘Warenhuis’. Integendeel. Want enig kind, met een brigadegeneraal als vader en na zijn middelbare school in Nijmegen student aan de KMA en de Erasmus universiteit. Alhoewel, zijn interesse in het warenhuiswezen werd gewekt toen hij als scholier een vakantiebaantje had bij de lokale V&D en met zijn ouders kamperend in Frankrijk bracht hij uren door in de grote supermarkten aldaar. 

De andere kant van de roman leren we in tussenzinnen kennen, waarmee ’t Hart de spanning prettig opvoert. Een hoofdstuk eindigt bijvoorbeeld met het zinnetje ‘Niet verstandig.’ Waarom? Verder is er af en toe sprake van een ‘advocaat’, een ‘pleidooi’ en een ‘rechtszaak’. ’t Hart schotelt de lezer hierover telkens kleine brokjes informatie voor, net als over een ex die hem ‘emotioneel instabiel’ noemde, zijn ‘woedeaanvallen’, zijn ‘roes’ en ‘pathos’. Brokjes die vragen oproepen, maar ’t Hart leidt de lezer hiervan listig af door de wijdlopigheid van het verslag en de zelfingenomenheid van de verteller als professional. Honderduit vertelt hij over zijn vak en over Émile Zola’s roman Au bonheur des dames (1883) die hij als een bijbel annex handboek beschouwt. Over de dagboeken van Andy Warhol waarin die het over warenhuizen heeft. Over het schilderij Un bar aux Folies Bergère (1882) van Édouard Manet. Dat krijgen we ook te zien, net als de afbeeldingen van de Rode Olifant, waarmee hij zijn geschiedenis van het gebouw illustreert, begonnen als het Petrolea van Esso en eindigend als het bedrijvenverzamelgebouw Traces.

Man met een opdracht of verovering van een jeugdliefde?

Als hij de geheimzinnige Fritzen eindelijk ontmoet, blijkt hij een opdracht te krijgen: ontwerp een warenhuismuseum in de Rode Olifant. Dit is geen spoiler, want we zijn pas op drievijfde van de roman en hebben nog allerlei avonturen te goed, onder andere in Parijs en Minneapolis. Op een gegeven moment vraagt de lezer zich af waarover de roman eigenlijk gaat: een man die een moeilijke maar prestigieuze opdracht krijgt of een man die na decennia zijn jeugdliefde probeert terug te veroveren?

Dan hebben we onze aandacht laten afleiden van de andere kant van de verteller, die van de terloopse zinnetjes die aangeven dat hij even onbetrouwbaar is als de jongen uit 1988. Veel boeken van retail-deskundigen die hij citeert, kunnen we direct op het internet terugvinden, maar andere heeft ‘t Hart verzonnen. Het bedrijvenverzamelgebouw Traces heet in werkelijkheid Spaces. En mag zijn verslag in geen geval een roman worden? Op nog geen vijfde van het boek vraagt hij al, ‘Zou het, na enige omwerking met andere namen, niet ook als roman kunnen worden gepubliceerd? Kent u mensen uit de uitgeverwereld?’

De afloop – ’t Hart knoopt geloofwaardig diverse verhaallijnen aan elkaar – is vooral te verklaren vanuit de stukjes informatie die drijven in de woordenstroom.

Een in alle opzichten interessante roman, De Rode Olifant. We hebben Herman Heijermans’ toneelstuk De opgaande zon (1908), waarbij het warenhuis uit de titel verwijst naar de bestaande Bijenkorf, zoals Zola’s warenhuis naar als Le Bon Marché verwijst. Maar het stuk van ’t Hart gaat vooral over de galanteriewinkel die wordt bedreigd door het naburige warenhuis. Het is zowaar spijtig dat de consultant zweeg over het echec V&D. En wat zou hij hebben gevonden van de manier waarop het Rotterdamse warenhuis Ter Meulen is getransformeerd?

 

 

Lees ook: Victorien ik hou van je
Theatro Olimpico
Wim Brands en Kees ’t Hart in wederzijds-interview

 

Omslag De Rode Olifant - Kees 't Hart
De Rode Olifant
Kees 't Hart
Verschenen bij: Querido (2005)
ISBN: 9789021488158
256 pagina's
Prijs: € 22,50

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van August Hans den Boef :

Recent

Prachtig verstoorde rust
29 oktober 2025

Prachtig verstoorde rust

Over 'Opera der doden' van Autran Dourado
De complexe zoektocht van een adoptiekind
28 oktober 2025

De complexe zoektocht van een adoptiekind

Over 'Adoptica' van Emily Kocken
Wezenlijk contact via de telefoon
26 oktober 2025

Wezenlijk contact via de telefoon

Over 'Iets meer zoals een zon' van Sarah Jäger
Natte armen wijd open
23 oktober 2025

Natte armen wijd open

Over 'Neem ruim zei de zee' van Sholez Regazadeh
Een smakelijk en met vaart geschreven biografie
20 oktober 2025

Een smakelijk en met vaart geschreven biografie

Over 'Een gat in het hoofd. Leven en werk van Heere Heeresma' van Anton de Goede

Verwant

Score: 2
Score: 2
Score: 2