In een essay in De Groene van 27 maart jl. analyseert Daan Heerma van Voss hoezeer de haat tegen vrouwen in de politiek is toegenomen. Ook mannelijke politici krijgen bakken met haat over zich heen, maar ze worden nooit veracht om hun gender: ‘Dat voorrecht gaat over het algemeen aan vrouwelijke politici voorbij: zij worden expliciet gepakt op hun vrouw-zijn’.
Het is vervreemdend om met dat verhaal in het achterhoofd Het persoonlijke is politiek van Hedy d’Ancona te lezen. Dit jaar verscheen van haar boek uit 2003 de tweede druk. ‘Onverminderd actueel’ roept de achterflap. Het boek is nog even lezenswaard als in 2003, maar dan toch vooral als een geschiedenis van het feminisme in Nederland in de periode van de jaren zestig tot de verschijning van het boek in 2003, vervat in een autobiografie van de auteur.
Framing
Het vervreemdende is dat je je realiseert hoezeer de resultaten van hard werken aan een betere maatschappelijke positie van vrouwen tot begin 2000 weer lijken te zijn teruggedraaid nu femicide, tradwives, verboden op abortus, enzovoort zeer regelmatig de kranten halen en gelijke beloning voor vrouwen nog steeds ter discussie staat. Nieuw aan de tweede druk van Het persoonlijke is politiek is alleen een uiterst kort woord vooraf. Daarin noemt d’Ancona de recente ontwikkelingen waarin politici opstappen vanwege racistische bejegeningen en de framing van Amsterdam als antisemitisch na de rellen rond Ajax-Maccabi Tel Aviv. ‘Mijn beide klompen braken’, schrijft ze, de ene om de beledigingen en de andere ‘omdat de mensensoort vrouwen en ook meisjes’ in dit hele verhaal niet lijken te bestaan’. Ze hadden geen tijd om te rellen, maar ‘ze zaten braaf te blokken voor hun profielwerkstuk’.
Het is een wat magere reflectie op haar boek uit 2003. Interessanter zou een nieuw hoofdstuk zijn geweest over hoe zij terugkijkt op haar carrière in het licht van deze nieuwe ontwikkelingen: voelt ze haar werk ongedaan gemaakt? Wat is de staat van het feminisme nu? Is er hoop?
Persoonlijk
Dat wil allemaal niet zeggen dat herlezing van d’Ancona’s boek 22 jaar later niet interessant is. De stelling van de auteur dat het persoonlijke politiek is blijft geldig. Vrouwen kunnen nog zoveel meer in staat zijn persoonlijke keuzes te maken, er verandert pas werkelijk iets als de politiek dat in wetgeving en beleid vertaalt.
Het was de reden dat Hedy d’Ancona van haar feministische acties, zoals de oprichting van Man-Vrouw-Maatschappij (MVM), overstapte naar de Partij van de Arbeid om vervolgens Kamerlid, staatssecretaris, Europees parlementariër en daarna Minister te worden. Haar boek getuigt ervan hoe moeizaam die weg was. Het onbegrip kwam niet alleen van mannen, maar ook van vrouwen. D’Ancona beschrijft bovendien levendig hoe ze zelf meerdere keren voor valkuilen stond in relaties en in de verhouding tussen werk en opvoeding. Ze doet dat in een heel eerlijk persoonlijk relaas doordat ze veel aandacht geeft aan de verhouding tussen haar moeder en haar en die van haarzelf tot haar kinderen, vooral haar dochter Hadassah.
Aangrijpend zijn de passages waarin ze beschrijft hoe ze langzaamaan ontdekt wat er met haar vader, waarvan ze aanvankelijk alleen weet dat hij is gestorven in februari 1945, werkelijk is gebeurd.
Hoop
Het persoonlijke is politiek is opgebouwd uit min of meer losse stukken die op verschillende momenten zijn geschreven. Daardoor kom je nogal eens herhalingen tegen. Dat het boek een (op het Voorwoord na) ongewijzigde uitgave is van dat uit 2003, werkt af en toe bovendien verwarrend, vooral als in een zin het woordje ‘nu’ wordt gebruikt. Geldt dat voor 2003 of voor 2025?
Anderzijds zet zoiets je ook aan het denken, zoals wanneer d’Ancona een lang citaat van Joke Smit uit 1971 (ze verliet toen teleurgesteld de politiek die volgens haar steeds weer terugvalt in oude patronen) laat volgen door haar eigen opmerking: ‘Die laatste regels van Joke blijken na al die jaren, nog niet veel aan actualiteitswaarde te hebben ingeboet’. Dat gold in 2003. Maar dat het ook in 2025 geldt, kun je als lezer wel bedenken. Het is zelfs nog erger geworden.
Is er toch nog hoop?










