‘Hoe weet je dat ik niet lieg?’ Wytske Versteeg heeft een verontrustende eerste zin gekozen voor haar essaybundel, Waar — Over de kunst van het (niet) weten. Het boek bevat vijf essays met titels als ‘Het onschuldige oog: waarom mijn waarheid niet de jouwe is’ en ‘Waarheidssprekers, illusionisten: als onwaarheden de wereld overwoekeren’. Dat deze niet door ‘zomaar iemand’ zijn geschreven blijkt al op de tweede bladzijde, waar Versteeg vermeldt dat ze eerder haar proefschrift heeft geschreven over ‘de manier waarop we onderhandelen over wat waar is, wat telt als echte kennis en wat als onzin terzijde kan worden geschoven’. Niet dat ze zelf zou beweren dat dat een reden is om haar op haar woord te geloven.
In het eerste essay zet Versteeg op knappe wijze de toon. Met scherp gekozen resultaten van wetenschappelijk onderzoek zet ze veel gehoorde aannames, zoals het idee dat wetenschap voor veel mensen tegenwoordig ook maar een mening is en waarheid er niet meer toe doet, op losse schroeven. De coronapandemie, bijvoorbeeld, heeft voor de meeste mensen juist geleid tot een stijging van het vertrouwen in de wetenschap, in tegenstelling tot wat je misschien zou denken als je kijkt naar coronagerelateerde complottheorieën. Sceptici kunnen deze uitspraak uitpluizen, de onderzoeken waar die op is gebaseerd staan keurig vermeld in de noten. Waar is geen boek van vlotte of simpele antwoorden. Versteeg spoort je aan om kritisch te lezen en kritisch te denken.
Zelftwijfel en draaglijkheid
Versteegs essays zijn het spannends op de momenten waarop ze bestaande ideeën weerlegt. Ze leiden dan ook eerder tot (zelf)twijfel dan tot vaste overtuigingen. Dat zijzelf zich kwetsbaar opstelt maakt het makkelijker om die twijfel aan te gaan. Het zoeken naar waarheid, de nooit aflatende urgentie ervan, Versteeg kan erover meepraten. In de eerste pagina’s van het eerste essay zegt ze: ‘Mijn eigen obsessie met waarheid begon lang voor mijn proefschrift, is persoonlijker en ingewikkelder. Mijn werkelijkheid is nooit erg constant geweest, mijn waarneming wankelt voortdurend.’ Waar Versteeg precies op doelt, is niet duidelijk. Helemaal aan het einde van het essay lijkt ze erop terug te komen met een alinea over trauma. Hoe dat met waarheid te maken heeft? ‘Een gebeurtenis die als traumatisch of verwondend ervaren wordt, is dat vaak juist omdat de werkelijkheid die je doorgaans ervaart als normaal en vanzelfsprekend, plotseling ruw wordt doorbroken.’ Is dat waar? Een interessante gedachte is het zeker.
Hoe je een tekst uit het persoonlijke trekt laat Versteeg onder andere zien in haar essay over waarnemen en de onzekerheid die daarbij komt kijken. Ze doet dit door aandacht te besteden aan de gevolgen van selectieve waarneming op het niveau van instituties. Haar beschrijving van haar ervaringen aan de universiteit is pijnlijk herkenbaar voor iedereen die zich in een gemarginaliseerde positie bevindt: ‘Mijn eigen stem klonk veel zachter dan die van de gepensioneerde Shell-man voor wie deze studie een nieuwe hobby was en het duurde niet lang voor ik, opgebrand, moest stoppen.’ Ook met haar pleidooi voor het belang van minderheidsperspectieven weet ze te raken: ‘Zodra het perspectief vanuit kwetsbaardere posities verloren gaat, raken aspecten van de werkelijkheid buiten beeld, worden hele werelden plotseling onvoorstelbaar.’ Het gaat hier niet alleen om het effect op individuen die achtergesteld worden, maar ook om de destructieve uitwerking op een samenleving als geheel.
Ongrijpbaar
Essays hebben iets ongrijpbaars. De inhoud ervan wordt bepaald door de gedachtengang van de schrijver en vaak is die niet rechttoe rechtaan. Tegenstrijdigheden, beweringen met mitsen en maren, omtrekkende bewegingen en onverwachte conclusies: het kan allemaal. Hoe weten we dat Versteeg niet liegt? Het is een vraag waar ze in een aantal van de essays op terugkomt, steeds in een net iets andere vorm. Het antwoord laat zich raden. Waarschijnlijk beseft Versteeg zelf ook dat essays geen simpele kost zijn. Aan het begin van ieder essay, net onder de titel, staat in schuingedrukte letters een opsomming van wat er in de tekst eronder aan bod zal komen. Houvast voor de zoekende lezer. Versteeg slaagt erin van het begin tot het eind te boeien, al zijn de wat meer filosofische stukken trager en minder risicovol van aard. Gelukkig volgt er telkens weer een stuk waarin Versteeg haar lezers met scherpe onderzoeksresultaten uitdaagt bestaande zekerheden los te laten. Waar is een boek voor wie niet bang is af en toe even zijn evenwicht te verliezen.









