A.F.Th. van der Heijden – Kastanje a/d zee

Een belangrijke nieuwe schakel in De tandeloze tijd

Recensie door August Hans den Boef 

Eindelijk is ook voor de gewone lezer Kastanje a/d Zee, dat in 2016 in een zeer kleine, bibliofiele oplaag verscheen, beschikbaar. Deze keer met een prachtig klassieke omslag van J. Tapperwijn in de stijl van het begin van de cyclus De tandeloze tijd. Plus een uitgebreider nawoord van de auteur, waarin hij Kastanje a/d Zee kwalificeert als ‘een erotische studie van de jaloezie in al haar facetten en verschijningsvormen.’

Het grootste deel van deze roman is letterlijk een ‘Kammerspiel’, met als locatie het Nijmeegse zolderkamertje van Marike de Swart. Zij is een belangrijk personage in De tandeloze tijd, soms staat ze centraal, dan weer duikt ze via een korte passage in een nieuw deel op. Maar daarover later. We zoomen met Kastanje a/d Zee letterlijk in op de relatie van Albert en Marike in het Nijmegen van 1975, afgewisseld met passages uit het Geldrop van de jaren zestig. Misschien ook vanwege het aantal pagina’s, (231) maakt het geheel een strakker gecomponeerde indruk dan de lijviger delen van de cyclus.

In de jaren zestig maken we de kennis met rivaliteit tussen de scholieren Albert Egberts en Hans Krop. De laatste is een knappe atleet, afkomstig uit de lokale goudkust, de wijk Skandia, vol hoogopgeleide ingenieurs die bij Philips in Eindhoven werken. Albert is intelligent en verbaal begaafd, maar woonachtig aan de verkeerde kant van het riviertje de Dommel, met een vader die drinkt en familieleden die in de oorlog aan de verkeerde kant stonden. Krop is ook de leider van een troepje jongens uit Skandia, waarin Albert zowaar wordt toegelaten. Onder de groepsdreiging dwingt Krop hem om zijn huiswerk te maken en ‘steelt’ hij Alberts bijzondere uitspraken om indruk te maken op meisjes als de schoonheid Wilma Allebrandi. Wanneer Albert De deur van Simenon leest, beseft hij wat voor een gecompliceerde wederzijdse rivaliteit er tussen hem en Krop bestaat. En dan blijkt tien jaar later in Nijmegen Alberts vriendin Marike enigszins verliefd op Krop te zijn en laait zijn jaloezie weer op, heviger dan ooit.

Prachtige zinnen en bijzondere metaforen

Van der Heijden gebruikt allerlei varianten van het begrip – minnenijd, ijverzucht, afgunst – en vertrouwt zijn rivaal toe dat hij alle passages uit Othello over jaloezie uit zijn hoofd heeft geleerd. Gezien de thematiek wemelt het in Kastanje a/d Zee van de seksscènes die door Albert van bloemrijk, soms grappig commentaar worden voorzien. Met name bij een NVSH-lezing over ‘vrouwelijke ejaculeren’, waarbij een assistente van de wetenschapper dit ook daadwerkelijk demonstreert.
De roman staat ook weer vol met prachtige zinnen en bijzondere metaforen, waarvoor Van der Heijden nu eenmaal garant staat. Zo blikt de verteller vanuit het Amsterdam van eind jaren negentig terug op dat oude ‘dramma delle gelosia’: ‘Er waren mooiere vrouwen in zijn leven geweest dan Marike de Swart – vrouwen ook aan wie Albert op middelbare leeftijd betere herinneringen bewaarde dan aan haar.

En toch… ‘als hij heel eerlijk was, vooral tegenover zichzelf, moest Albert toegeven dat geen van die vrouwen, ook zijn gouden Zwanet niet, hem fysiek zo diep geraakt had als de op het oog onaanzienlijke Marike. (…) Alleen met Marike de Swart was het in de kaalgeslagen Tuin der Lusten goed verboden vruchten plukken. Buitengewone uiterlijke schoonheid zou haar alleen maar op afstand geplaatst hebben.’ Albert zou er misschien net zo door verlamd zijn als in de tijd van Corinne, die aan de vooravond van haar carrière als fotomodel ‘zijn impotentie ontmaskerd’ had. De verteller besluit met de mededeling dat de oudere Albert op de drempel van de slaap geregeld Marike seks ziet hebben met een rivaal, waarbij ze hem een schuldbewuste blik toewerpt.

En dan de kastanjeboom

Terug naar 1975: De seks in Kastanje a/d Zee is niet altijd lief en aardig, want Albert wil doorgaan tot ‘het hele erge’, het weerzinwekkende. Merkwaardig dat sommige critici Van der Heijden verweten dat hij hierin opereerde als een relict uit de jaren zestig-zeventig. Ten eerste speelt de roman in die tijd en ten tweede verzet de verteller zich expliciet met zoveel woorden tegen de ‘vrijheid-blijheid’ uit die jaren. Ten derde is Alberts voorkeur voor het weerzinwekkende debet aan de enige remedie die hij kan bedenken voor zijn ondraaglijke obsessie met Krop. Namelijk een trio is, waarbij hij zijn rivaal met Marike ziet vrijen. Op Hemelvaartsdag, maar het zou voor Albert een ‘Hellevaartsdag’ worden.

Dan gaat de boom uit de titel een rol spelen. ‘Ergens aan de Noordzeekust (…) In een van de duingebieden (…) In de voorste regionen. Vlak aan het strand’ bevindt zich een paardenkastanje. Albert werd daar in april 1973 met Marike bedwelmd door de zware geur van kastanjebloesem, vermengd met zilte zeelucht. Spermalucht, denkt Albert. Vooruitziend, want later meent hij te ruiken dat zijn rivaal Krop de geur van ‘Kastanje a/d Zee no 5’ bij Marike heeft veroorzaakt. Op een halfslachtige manier revancheert hij zich tenslotte voor de ‘Hellevaartsdag’, gevolgd door een vechtpartij met Krop op straat die door de politie wordt beslecht.

Belangrijke rol Marike Swart

Marike de Swart speelt met name in de delen Vallende ouders en De gevarendriehoek, waarin gebeurtenissen uit Alberts jeugd in Geldrop afwisselen met zijn dagelijks leven in Amsterdam en Nijmegen, een belangrijk rol. Het is in de ‘Keizerstad’ waar hij Marike leert kennen, ze helpt hem van zijn impotentie af en neemt een paar jaar later in Het hof van barmhartigheid en Onder het plaveisel het moeras met haar partner Gidion Schwantje deel aan seksuele groepsspelletjes waarbij ook Albert aanwezig is.
De verteller van Kastanje a/d Zee, die hierboven terugkijkt vanuit het Amsterdam van eind jaren negentig, ‘verzwijgt’ hier dat Albert in De helleveeg (2013) wederom aan impotentie leed en naar eigen zeggen op bezoek ging bij het meisje dat ‘me vier jaar eerder zo geduldig van dienst was geweest bij het herstel van mijn krachten.’ Maar Marike stuurde hem weg.

Er is nog meer. Decennia later – volgens de tijdrekening van de cyclus – speelt ze als Marique met haar Gidion een hoofdrol in de novelle Schwantjes’s Fijne Vleeschwaren (2019), waarin sprake is van een moord. In Stemvorken (2021) vertelt Alberts echtgenote Zwanet hoe ze ooit getuige was van het seksuele ongemak van Marike, die zij gefascineerd ‘Het Onaanzienlijke Meisje’ noemt. Tijdens haar liefdesspel met Corinne Suwijn voert ze dit verhaal geregeld op. Pas in Zogkoorts (2023) geeft Zwanet de gedetailleerde beschrijving van Marikes lesbische ontmaagding. Een jaar later, in 1975, ziet zij haar weer, in Nijmegen, bij de bovengenoemde NVSH-lezing. Overigens, voor het eerst ook Albert Egberts.

Belangrijke nieuwe schakel

Een complicatie voor sommige lezers van Kastanje a/d Zee is dat ze het personage Krop kennen uit deze twee romans, waarin Zwanet haar overrompelende relatie beschrijft met diens echtgenote Corinne. Ze bevatten daarnaast vooral via Krop, enige sporadische verwijzingen naar Kastanje a/d Zee, onder andere de homo-erotische spelletjes in 1965, Hemelvaartsdag 1975 en de vechtpartij op straat. Die verwijzingen vallen pas op bij herlezing. Voor degenen die nog moeten beginnen aan Stemvorken en Zogkoorts is Kastanje a/d Zee niet alleen een belangrijke nieuwe schakel in de De tandeloze tijd-geschiedenis uit de jaren zeventig. Dit boek bereidt hen ook, op een zodanige manier voor op de twee romans, dat die op hun beurt ook sterker verankerd worden in de cyclus. Het negende deel daarvan, De IJzeren Man verschijnt hopelijk nog dit jaar.

Een voorproefje daarvan verscheen met de novelle Ik zou van de hoge, ik zou in het diepe (2020), over de mooie Geldropse zomer van de jonge Albert met zijn Duits vriendje Stefan. Een schaduw daarover wordt geworpen door een verzetsdaad van Stefans ooms Allebrandi twintig jaar eerder, waarover de waarheid pas weer een halve eeuw later wordt onthuld. De boerderij van de Allebrandi’s kennen we ook uit Stemvorken. In het Geldropse zwembad zien we bovendien een vijandige, jonge Krop, maar ook Alberts allereerste ontmoeting met Corinne Suwijn. En weer een boom – deze keer een grote eik – staat centraal in Ik zou van de hoge, ik zou in het diepe. Hoe Van der Heijden een en ander in de wederom omvangrijke roman De IJzeren Man gaat vormgeven? We zijn benieuwd.

 

 

Omslag Kastanje a/d zee - A.F.Th. van der Heijden
Kastanje a/d zee
A.F.Th. van der Heijden
Verschenen bij: Querido (2024)
ISBN: 9789025318567
240 pagina's
Prijs: € 24,99

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van August Hans den Boef :

Recent

Prachtig verstoorde rust
29 oktober 2025

Prachtig verstoorde rust

Over 'Opera der doden' van Autran Dourado
De complexe zoektocht van een adoptiekind
28 oktober 2025

De complexe zoektocht van een adoptiekind

Over 'Adoptica' van Emily Kocken
Wezenlijk contact via de telefoon
26 oktober 2025

Wezenlijk contact via de telefoon

Over 'Iets meer zoals een zon' van Sarah Jäger
Natte armen wijd open
23 oktober 2025

Natte armen wijd open

Over 'Neem ruim zei de zee' van Sholez Regazadeh
Een smakelijk en met vaart geschreven biografie
20 oktober 2025

Een smakelijk en met vaart geschreven biografie

Over 'Een gat in het hoofd. Leven en werk van Heere Heeresma' van Anton de Goede

Verwant

Score: 2
Score: 1