Een rijke oogst, Schrijver, verteller en wereldburger Ton van Reen is een kleurrijk uitgegeven vriendenboek voor de 83-jarige Limburger Van Reen. Het eerste deel behandelt leven, werk en opvattingen van Van Reen, deel twee bespreekt zijn werk in Afrika, de inspanningen voor het uitgeven van oorspronkelijk Afrikaanse literatuur en vertelt over zoon David. David zette zich ook zeer in voor de Afrikaanse zaak maar overleed tien jaar geleden op 45-jarige leeftijd. Het derde deel is met zeven hoofdstukken het omvangrijkst en bevat beschouwingen over Van Reens werk. Tien meer of minder bevriende collega’s, de meeste net als Van Reen zuiderlingen, hebben de bijdragen aan dit liber amicorum geleverd. Het resultaat is een mooi overzichtswerk voor ingewijden en een volledige en zeer gevarieerde kennismaking voor lezers die Van Reen en zijn werk (nog) niet zo goed kennen.
In de eerste drie hoofdstukken wordt Van Reen zelf regelmatig aan het woord gelaten. Er wordt teruggeblikt op zijn zeventigjarige loopbaan en op zijn getormenteerde jeugd. De jonge schrijver houdt van verhalen (vertellen), groeit op in een Rijk Rooms leven en zijn tot dan toe vrij onbezorgde jeugd wordt op zijn tiende wreed verstoord door het overlijden van zijn vader en het feit dat zijn moeder daarna niet meer in staat is goed voor de kinderen te zorgen. De sociale cohesie in het dorp of om precies te zijn het vangnet dat sommige oplettende volwassenen om hem heen bieden legt de kiem voor zijn later zeer geëngageerde instelling. Na de basisschool had hij als oudste zoon van het gezin naar het klein-seminarie gemoeten, maar hij is al op zijn tiende van z’n geloof gevallen. Afkeer van missionarissen heeft hij niet: hij ziet ze als ‘avonturiers’ en ze maken hem nieuwsgierig naar het continent Afrika.
Verteller en Afrikaan
Van Reen is van jongs af aan gefascineerd door ‘verhalen’ zoals die van zijn grootmoeder, die een echte vertelster is. Hij komt uit een schrijversfamilie, is ‘geboren met de gave van vertellen’ en heeft volgens zijn moeder van Onze-Lieve-Heer twee porties taal gekregen in plaats van een portie rekenen en een portie taal. Dit blijkt overduidelijk uit het indrukwekkende oeuvre dat hij heeft opgebouwd. In 1965 debuteerde Van Reen met de poëziebundel Vogels en inmiddels heeft hij honderd titels op zijn naam staan: poëziebundels en vele volwassenen- en jeugdromans. Daarnaast hobbyden hij en zijn vrouw al vanaf 1970 met een eigen uitgeverij die in 1976 professioneel werd. Later splitste deze in een uitgeverij voor Afrikaanse titels (uitgeverij Lijster) en een voor Limburgensia en Brabantia (uitgeverij Corrie Zeelen).
Het tweede deel van het boek beschrijft Van Reens liefde voor Afrika. Voor deze liefde lag er al een fundament door een missionaris-familielid en door de vele boeken over Afrika die hij heeft gelezen. Nadat de eigen uitgeverij vanaf de jaren ’70 titels van Afrikaanse auteurs is gaan uitgeven duurt het niet lang meer voor Van Reen zelf naar Afrika gaat. In Ethiopië en Kenia wordt hij gegrepen door de verpletterende armoede en gaat hij zich met een eigen stichting en projecten inzetten voor kansarme kinderen en betere leefomstandigheden. Van Reen ‘voelt zich Afrikaan’, zegt hij zelf. Hij kan zich erg boos maken over de kolonisatie en erfenissen daarvan, het westerse kapitalisme dat Afrika nog altijd leegzuigt, paternalisme en de vernietigende rol van de westerse religie in Afrika door de eeuwen heen. Ton van Reens zoon David wordt aangeraakt door zijn vaders betrokkenheid bij en liefde voor Afrika en hij gaat zich ook inzetten voor de stichting. Het drama van zijn ongeluk en overlijden krijgt een waardig eigen hoofdstuk in het Afrikagedeelte van het boek.
De schrijver Ton van Reen
In het derde deel wordt Van Reens werk besproken. Het wordt in de literaire context geplaatst, Wiel Kusters bespreekt Van Reens poëzie, en de thematiek in zijn romans wordt uitgebreid beschreven in een artikel van Rob Molin dat eerder in de essaybundel Terzijde van de vulkaan (2012) is verschenen. Ben van Melik wijdt een doorwrocht hoofdstuk aan de ‘surrealistische realist’ Van Reen en de jeugdromans krijgen aandacht in een al even overtuigend hoofdstuk geschreven door Adri Gorissen. Van Reens prozadebuut is de roman Geen oorlog die in 1966 verschijnt, volop aandacht van critici trekt en ‘heel veel deuren’ voor hem opent. Hij zit bij uitgeverij Meulenhoff en maakt even deel uit van de literaire wereld van Nederland. Hij werkt eind jaren ’60 korte tijd mee aan radioprogramma’s in Hilversum en komt bij literatuurfestivals, boekpresentaties en recepties. Van Reen voelt zich echter niet thuis in deze wereld, ze ‘was en is mijn wereld niet’, zegt hij. Hij vindt dat veel auteurs ‘alleen maar over zichzelf praten’, heeft niets met de gekkigheid van Reve die de bladen van zijn voorgelezen gedichten als propjes het publiek ingooit ‘en dat soort onzin’, en noemt zich ‘de enige Nederlandse schrijver die nooit bij Café Eijlders en Café De Zwart is geweest’.
Het is jammer dat deze weerzin van Van Reen tegen de gevestigde literaire wereld in Nederland enkele malen verongelijkt terugkomt. ‘Grote prijzen krijg ik toch niet’, stelt Van Reen in het eerste hoofdstuk van de bundel, in gesprek met Adri Gorissen, ‘die worden verdeeld door de redacties van literaire tijdschriften en de recensenten van de grote kranten en bladen.’ De uitverkiezing voor Rijke levens (2018) tot beste katholieke roman ooit vindt hij ‘belachelijk’. ‘Ik had liever de P.C. Hooftprijs gehad, maar die krijg ik toch niet, want die wordt altijd door literaire vrienden onder elkaar verdeeld.’ Als de bundel Een rijke oogst iets laat zien is het wel de rijkdom en kwaliteit van de schrijver. Kusters noemt hem ‘primair een dichter’. Hij ‘ontwikkelt zich nog altijd’ stelt publicist Ben van Melick in zijn bijdrage over ‘de verteller’ Van Reen; ook nu zijn er alweer drie nieuwe titels in voorbereiding. En in 2003 is Ton van Reen benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw vanwege zijn verdiensten voor de Nederlandse literatuur.
Een rijke oogst is uitgegeven in vele kleuren en rijkelijk voorzien van foto’s van de schrijver, zijn familie, Afrika en tientallen boekomslagen op glad, gesatineerd papier door de kleine, sympathieke uitgeverij In de Knipscheer. Deze is opgericht in 1976 en heeft vooral naam gemaakt als kleurrijke uitgever van multiculturele literatuur uit Suriname, de Nederlandse Antillen, Indonesië en Afrika en van de Rainbowpockets. Op haar vijftigste verjaardag op 26 maart 2026 zal In de Knipscheer helaas ophouden te bestaan.










