De nieuwste roman van de Belgische schrijver Charlotte Van den Broeck is een wervelende en diepgravende zoektocht naar een uitgestorven diersoort: de Tasmaanse tijger. Die tocht begint in de Antwerpse Zoo waar in 1911 een Tasmaanse tijger, ook wel thylacine genoemd, werd tentoongesteld als een exotisch product uit het verre Tasmanië/Lutruwita.
De thylacine was een gewild dier bij dierentuinen over de hele wereld, onder meer door zijn unieke uiterlijk. Het beest heeft karakteristieke tijgerstrepen maar lijkt eerder op een wolf. De meeste Tasmaanse tijgers haalden de zoo overigens niet, ze overleden onderweg, op zee of na hoogstens enkele jaren in een kooi. De Antwerpse tijger zou een van de laatste zijn. Het beest is vermoedelijk enkele decennia later uitgestorven hoewel enkelen nog geloven dat het beest buiten het zicht van de mens voortleeft. In vijfentwintig hoofdstukken maakt Een vlam Tasmaanse tijgers de mythe van de thylacine plaats voor een verhaal dat zo veel meer is dan het uitsterven van een diersoort.
Onderzoeksinstellingen en natuurgebieden
De lezer gaat met Van den Broeck mee door de archieven, natuurgebieden, musea en onderzoeksinstellingen van Europa tot Australië, op zoek naar de resten van het uitgestorven dier. Met een verfijnde schrijfstijl, waarbij elk woord de juiste plaats heeft gevonden, beschrijft ze de archieven en musea; de lugubere potten met losse lichaamsdelen op sterk water en schimmige documenten over de handel in alle lichaamsdelen van het beest. Ze ontmoet bijzondere figuren die de Tasmaanse tijger omringen. Onderzoekers die het beest willen klonen, zelfbenoemde experts die het zouden hebben gezien en wetenschappers die hun hele leven hebben gewijd aan het onderzoeken van de laatste resten van de thylacine.
Het (vermoedelijk) uitgestorven dier heeft in het heden en verleden een bijzondere groep mensen rond zich verzameld. Zoals Morton Allport, die meer dan honderd jaar geleden zo vrijgevig was om het museum van natuurwetenschappen in Brussel skeletten en een schedel op te sturen. In het museum werd hij uitgebreid geroemd als ‘uitstekend bioloog’, maar recent onderzoek liet zien dat hij de dieren verhandelde voor invloed in wetenschappelijke kringen. In het heden komt Van den Broeck in aanraking met onderzoekers zoals Dr. Sleigtholme, die van de Tasmaanse tijger zijn levensproject heeft gemaakt. In zekere zin lijkt hij alleen nog te leven voor het in kaart brengen van het inmiddels uitgestorven dier. Een nobele maar soms ook manische daad, zo laat Van den Broeck zien.
Constructie van een troostvol verhaal
Tussen al die bijzondere verhalen schetst Van den Broeck een verhaal dat in diepste zin over verlies en de constructie van een troostvol verhaal gaat. Dat de Tasmaanse tijger (waarschijnlijk) is uitgestorven, is te wijten aan de manier waarop de mens met het dier is omgegaan. Het verlies heeft een diep gat geslagen bij lokale bewoners en wetenschappelijke onderzoekers, die allemaal op hun eigen manier die leegte proberen te vullen. Met mythische verhalen, zeer gedetailleerd onderzoek of het onderzoeksinstituut dat de thylacine probeert te klonen. Maar het gaat ook om verlies van ‘agency’. De beesten die tegen hun wil verscheept, mishandeld en gedood werden. De brute wijze waarop dat gebeurde, wordt op indringende wijze beschreven.
Maar ook de ‘agency’ van Aboriginals op Tasmanië / Lutruwita, die helaas niet beter werden behandeld. De oorspronkelijke bewoners werden op systematische wijze uitgemoord. Of de behandeling van vrouwen zoals Alison Reid, de vrouwelijke directeur van de dierentuin van Hobart, de hoofdstad van Tasmanië. Reid werd begin twintigste eeuw niet erkend of betaald voor haar werk in de zoo van haar vader. Haar vader was directeur, maar zij deed ‘de facto’ al het werk. Na zijn dood werd haar de dierentuin ontnomen omdat een betaalde post voor een vrouw ondenkbaar was. Niet veel later stierf in diezelfde dierentuin de laatste Tasmaanse tijger in gevangenschap.
Beeldend geschreven en boeiende dialogen
Van den Broeck traceert steeds een nieuw puzzelstukje dat verbonden is aan de Tasmaanse tijger en legt het op de juiste plaats. Elk hoofdstuk is een geheel en haakt weer feilloos aan in het volgende hoofdstuk. Het is een zeer beeldend geschreven geheel en de dialogen blijven paginaslang boeien. Van den Broeck weet heel goed de lichtvoetigheid te behouden, zonder ooit de ernst van het onderwerp uit het oog te verliezen. De secundaire literatuur, het meta commentaar, lijkt wat losjes aan het hele verhaal verbonden. Bijvoorbeeld de stukken over Donna Haraway doen de lezer verlangen naar meer.
Een van de Tasmaanse-tijger-fanaten, Neil Waters, heeft zich na de dood van zijn dochter vol overgave gestort op de theorie dat het beest nog in leven zou zijn. Alles moest bij hem wijken voor het bewijzen dat het dier nog leefde. Hij zag het zelf wel drie keer en gelooft dat het ook op het Australische vasteland nog leeft en zich kundig weet te verbergen voor de mens. Na het lezen van dit boek begrijp je dit geloof helemaal. Het verlies van de dochter en het collectieve verlies van de diersoort zijn verbonden, ergens is het dezelfde emotie en dezelfde wens: koste wat kost terughalen wat je nooit had willen verliezen.
Een vlam Tasmaanse tijgers is een boek dat alles in zich heeft. Een schijnbaar kleine gebeurtenis, het uitsterven van de Tasmaanse tijger, krijgt een persoonlijke en urgente lading. De Tasmaanse tijger staat voor alles wat we hadden, maar uit het oog verloren zijn en wanhopig proberen terug te krijgen. En dat alles feilloos opgeschreven, lichtvoetig en toch gedragen en literair.









