‘Multatuli (pseudoniem van Eduard Douwes Dekker, 1820-1887) neemt in dit handboek een cruciale positie in, getuige “Het Pak van Sjaalman”, de verzameling fictieve manuscripten die hem tot het schrijven van de Max Havelaar (1860) zou hebben gezet’. Verzamelingen van verzonnen documenten of boeken waren er ook al voor Multatuli. De beroemdste is de catalogus van de Middeleeuwse abdij Saint-Victor. Hij staat vol niet-bestaande titels en werd bedacht door François Rabelais in zijn Pantagruel uit 1532. En er zijn nog meer voorbeelden van dergelijke fakes.
Het citaat over Multatuli komt uit Het Carnaval van het Zijn. Handboek ‘Patafysica van Matthijs van Boxsel. Maar het Sjaalmanpak is niet de enige reden waarom Multatuli volgens hem een goed voorbeeld van een ‘Patafysicus is. Er is ook zijn Idee 158 dat door Van Boxsel uitvoerig wordt geciteerd en kernachtig kan worden samengevat in de stelling dat de wereld haar eigen karikatuur is. Dat is één manier om duidelijk te maken wat ‘Patafysica is.
Eerst maar eens de verklaring van de naam ‘Patafysica. Van Boxsel geeft er omschrijvingen van in allerlei varianten, waarvan deze misschien de helderste is: ‘De ‘Patafysica omhelst alle theorieën, wetenschappelijk of niet, als evenzovele min of meer mislukte pogingen in het reine te komen met de idiotie van het bestaan’. Het is een mengeling van wetenschap, kunst, geloof en humor, maar het is daarnaast een houding: ‘De wereld is feitelijk de ware Academie voor ‘Patafysica. Alles en iedereen is patafysisch’. Dat beseft echter niet iedereen en daar heeft de ‘Patafysica zijn apostrof voor de P aan te danken. Die staat voor mensen die dat door hebben.
Jarry
Door een stel geleerden werd in 1948 in een Parijse boekwinkel het Collège de ‘Patahysique opgericht; de naam was ontleed aan de schepper van deze levensbeschouwing, Alfred Jarry (1873-1907) die in zijn Roemruchte daden en opvattingen van Doctor Faustroll, patafysicus de naam muntte. Hij is ook degene die het leven omschreef als ‘Het Carnaval van het Zijn’.
In de jaren na de stichting van het Collège werd dit geleidelijk geformaliseerd. Er kwamen statuten, een embleem bestaande uit een spiraal met de tekst eadem mutata resurgo (hetzelfde keert altijd weer, maar dan anders), een eigen jaartelling, een eigen kalender (waarin elke dertiende van de maand op een vrijdag valt) en een lijst met rangen (regenten en satrapen – Maurits Escher is de enige Nederlandse satraap) en ordes als die van Smeerolie, de Blaasmachine en de Vuurgangvlampijpketel, elk met een eigen kleur kwast.
Fumisme
De ‘Patafysica breidde zich uit met een nieuwe tak, het Fumisme, een systeem van mystificaties ‘bedoeld om de hypocrisie aan de kaak te stellen en de bluf door te prikken’ (fumisme is misschien te vertalen als het opwerpen van rookgordijnen). Het leidde volgens Van Boxsel enerzijds tot de emancipatie van de humor en was anderzijds een ‘vorm van methodische domheid’. Onder deze stroming vallen klankgedichten zoals we die in Nederland kennen van Jan Hanlo (Oote oote oote / Boe) en van fantasiewoorden zoals van Cees Buddingh’ (de Blauwbilgorgel). Maar het Fumisme uit zich ook in karikaturen, schertsbladen, relativering van de kunst (Marcel Duchamp onder andere) en cabarets zoals dat van de petomaan Joseph Pujol, die zijn publiek onderhield met het laten van scheten in allerlei toonaarden en lengtes. Alles ter illustratie van de bewering dat cultuur is: ‘het product van een reeks min of meer geslaagde pogingen de schijn op te houden’.
Circonflex
De ‘Patafysica sloeg ook in Nederland aan. Hier werden vanaf 1972 het NIP (Nederlands Intstituut voor ‘Patafysica) en het NAP (de Nederlandse Academie voor ‘Patafysica) opgericht. Er kwam een eigen naam, de Bâtafysica waarin het Bataafse doorklinkt. De apostrof voor de beginletter is vervangen door een circonflex op de eerste a. Prominente leden waren en zijn Van Boxsel zelf, Atte Jongstra, Maxim Februari, Rudy Kousbroek en Wim T. Schippers. De ware bâtafysicus is volgens de auteur, een antropoloog in eigen land die in staat is het inheemse als exotisch te zien. Dat gezelschap is in Nederland bijzonder groot. Van Boxsel rijgt de voorbeelden aaneen en dan nog blijft hij in zekere zin beknopt. Het Simplisties Verbond bijvoorbeeld moet het louter met een vermelding doen.
Wat ook opvalt is dat de indruk wordt gewekt dat ‘Patafysica zich voornamelijk in Frankrijk en Nederland manifesteert. Slechts zijdelings vallen Angelsaksische namen en uit landen ten oosten van Duitsland verschijnt niemand ten tonele. Geen Monty Python dus en geen Hrabal, die toch niet misstaan zouden hebben. Andere continenten passeren evenmin.
Koprollen
Die Frans-Nederlandse inkleuring is sterk zichtbaar in de drie delen van Het Carnaval van het Zijn. Het eerste gaat over het ontstaan van de ‘Patafysica en de organisatie ervan in beide landen en het tweede over het Fumisme. Het derde deel is getiteld Protobâtafysica en laat met tal van voorbeelden zien dat er ver voor Jarry de naam bedacht in de Nederlanden al heel wat ‘patafisici avant la lettre waren. Denk aan de rederijkers in de late Middeleeuwen en dada in het begin van de 20ste eeuw. Van Boxsel serveert de meest bizarre voorbeelden zoals de Amsterdammer Karel Pieters die in 1920 naar Parijs liep met een blok hout aan zijn been of zijn stadgenoot Charles Takkenberg die in 1923 al koprollend de tocht naar Marseille begon (en aankwam).
Matthijs van Boxsel heeft met Het Carnaval van het Zijn een Handboek ‘Patafysica geschreven dat onmogelijk in een korte bespreking recht is te doen. Want naast alle voorgaande voorbeelden hebben we het hier niet eens gehad over leven en werk van Alfred Jarry (Ubu roi vooral) en allerlei organisaties als OuLiPo (en in Nederland het Opperlans), ‘Openbaar Kunstgebit’, ‘Barbarber’ enzovoort. Het vijfhonderd pagina’s dikke Handboek is een heerlijke stortvloed van voorbeelden in tekst en illustraties waarin de idiotie van ons bestaan aan de kaak wordt gesteld. Het had nog uitgebreider gekund (zie hiervoor) en jammer is ook dat er wel een personenregister maar geen zakenregister is opgenomen, maar ach, waarom zouden we dat Van Boxsel aanrekenen bij alles waaraan we ons dankzij hem wel kunnen laven. Pak dat boek ter hand en treedt toe: ‘De Nederlandse Academie voor ‘Patafysica is geen vrijmetselarij, geen liefdadigheidsinstelling of Rotary. Iedereen kan lid worden zonder drieslag, besnijdenis of piercing. De enige inspanning die men moet verrichten is ruimhartig geld storten’. Dan is € 39,99 voor deze ‘Patafysicabijbel alvast een goed begin.










