Mark Schaevers – De levens van Claus, biografie

Schaevers als aangename gids door de turbulente levens van Hugo Claus

Recensie door René Leverink

Van nare pestkop, heulend met de Duitse bezetter, tot uitgedoofde dementiepatiënt – dat zijn nog maar twee van de levens die in de biografie van Hugo Claus door Mark Schaevers besproken worden. Zijn onderwerp wekt niet veel sympathie op bij de lezer. Gelukkig maakt Schaevers het niet mooier dan het is en krijgen we in De levens van Claus een zuiver en volledig beeld van een van de grootste naoorlogse Nederlandstalige schrijvers. 

Hugo Claus’ zelfgekozen dood vond plaats op 19 maart 2008. Het was zijn eer te na de ziekte van Alzheimer haar fysieke en geestelijke sloopwerk te laten afmaken, ‘hij wilde niet in duisternis sterven, maar waardig in het licht,’ aldus Bezige Bij-redactrice Suzanne Holtzer, die bij de euthanasie aanwezig was. Claus’s einde en de deerniswekkende maanden van aftakeling die eraan voorafgingen, worden door Schaevers zeer uitvoerig beschreven. De vraag die Schaevers zich te weinig stelt is of alle bijeengegaarde biografische details even relevant zijn. Zo vermeldt hij wat Claus in zijn dagboek schrijft na een etentje bij een bevriend advocaat: ‘Ik at: 1 meter geroosterde darm, gevuld met gerookte tong, ham en hart (na 3 vodka’s) met vijf glazen wijn, daarna wat gebakken darmen (die te keurig geschrobd waren, het beestachtige was totaal zoek) toen gebakken grouse (Schotse sneeuwhoen of korhaan) met frites en appelmoes en een halve liter Gevrey-Chambertin, daarna twee flinke stukken vla (gemaakt van mastellen en peperkoek) en een flinke brok geflambeerde pudding. […] Vanmorgen broeierig en broos in het hoofd.’

Onmatig karakter van een brute jongen

Tijdens de verbouwing van (alweer) een nieuw woonadres in de Provence logeren Claus en zijn vrouw Veerle de Wit, ‘in Le Mas de Curebourse, een achttiende-eeuws koetshuis in de boomgaarden bij L’Isle-sur-la-Sorgue. De keuken was er prima – heel Frans, kokkin met de toque op de kop’. Zou het eerste citaat nog kunnen gelden als indicatie van Claus’ onmatige karakter, het tweede lijkt pure bladvulling. 

Maar goed, Schaevers pakt het werk nauwgezet aan en presenteert een nuchter, chronologisch feitenrelaas. Van de levens die hij beschrijft liegt het eerste, over Claus’ jeugd tijdens de oorlogsjaren, er niet om. Een klasgenoot: ‘Claus was een onaangename kerel. Hij was ambetant. Hij nam mijn potlood af. En hij had een reukske, zijn kleren stonken.’ Een buurmeisje noemt hem later een ‘lokale verschrikking’. ‘Hij was een brute jongen met veel geweld in zijn lijf.’ Als stoere puber in een Vlaams-nationalistisch en daarom Duitsgezind gezin zou hij graag naar het oostfront zijn gegaan, maar daarvoor was hij te jong. In plaats daarvan trad hij toe tot de NJSV, een uiterst rechts, radicaal-nationalistisch scholierenverbond, vergelijkbaar met de Hitler Jugend. Het is niet de fraaiste fase in het leven van Claus. Erg open is hij dan ook nooit geweest over zijn oorlogsverleden. Zoals hij trouwens graag mythes, vaagheden en aperte leugens over zichzelf rondstrooide.

Schaevers citeert de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren, die het mythologiseren van het verleden ‘zelfs een van [Claus’] belangrijkste drijfveren’ noemt. Claus beleefde zijn wereld volgens Schaevers ‘als een claustrofoob universum’. ‘En was erover schrijven niet de beste manier om te pogen zich van alle klemmen te ontdoen?’ Het resultaat is een versnippering van zijn persoonlijkheid, of – in Claus’ eigen woorden – ‘een bombardement van veranderingen’, met als resultaat ‘een man in scherven’. Ook qua activiteiten: dichter, romanschrijver, kunstcriticus, dramaturg, regisseur, librettist, vertaler, filmer, scenarist, tekenaar, schilder.

Verandering van koers na de oorlog

Claus schakelt na de oorlog wonderlijk snel over naar dat heel andere facet van zijn persoonlijkheid, het kunstenaarsschap. Ook de biograaf lijkt opgelucht te zijn de zwarte oorlogsbladzijden om te kunnen slaan. Claus werpt zich op de beeldende kunst en schrijft zijn eerste serieuze verzen. Als prille twintiger vertrekt hij naar Parijs, waar hij aansluiting vindt bij een opwindend gezelschap van avant-garde kunstenaars als Corneille, Karel Appel, Remco Campert, Simon Vinkenoog, Lucebert en Hans Andreus. Hij maakt er kennis met het surrealisme, publiceert zijn eerste verhalen en waagt zich aan het schrijven van toneelstukken. Het verblijf in Parijs en zijn omgang met al die boeiende, eigenaardige geestverwanten wordt mooi door Schaevers beschreven, zoals hij überhaupt de hele dikke biografie door een aangename gids door de turbulente levens van Hugo Claus is. Schaevers is een ingewijde die zich nochtans niet op zijn persoonlijke nabijheid bij zijn onderwerp laat voorstaan en op een prettige manier op de achtergrond blijft. 

Eenmaal erkend als buitensporig talent en veelzijdig kunstenaar gaat het hard met de carrière van Claus. Als dichter breekt hij door met De Oostakkerse gedichten, geworteld in zijn West-Vlaamse geboortegrond (‘land van mest en mist’), zoals die in feite in heel het oeuvre van Claus zijn weerklank vindt. Zo komt zijn proza pas echt goed op gang als hij de zangerigheid van de streektaal erin verwerkt. Toch verloopt Claus’ carrière als kunstenaar bepaald niet zonder horten en stoten. Regelmatig voelt hij zich geblokkeerd of ‘uitgebloed’ – door te hoge ambities, een hardnekkig gevoel van miskenning, gebrek aan inspiratie en een fatalistische levensvisie. Claus is een moeilijk mens, die hoge eisen stelt aan zichzelf en aan anderen. Hij brandt de debuutroman van zijn (toen nog) vriend Simon Vinkenoog radicaal af: ‘Er spreekt geen sensibiliteit uit, geen perceptie, aanvoelen van dingen, woorden, mensen. Er is alleen jij, Simon, die klaagt, jankt om iets dat je niet aan kan.’

Schaevers voegt hieraan toe dat Claus’  conclusie ook iets zegt over wat hemzelf voor ogen stond als schrijver: ‘…wat wil je dat het mij kan schelen als het niet dwingend en heet als een schreeuw op mij afkomt?’ Hoewel kritisch op zichzelf kon Claus slecht tegen kritiek van anderen. Ook al deed hij voorkomen alsof het hem niet raakte, ‘in werkelijkheid leed hij eronder dat hij zo’n dunne huid had’, aldus Schaevers. Claus maakt een hele lijst ‘van de zgz progressieven die mij met al hun rancune – want anders kan het niet zijn – bespat hebben’. Zo noopt Claus in de loop van zijn leven vele collega’s, getrouwen en vrienden afstand van hem te nemen. 

Imponerende en charismatische verschijning

Hoewel rancuneus, onberekenbaar, onevenwichtig, ijdel en recalcitrant was Claus ook charmant, trouw en onderhoudend genoeg om altijd het middelpunt te zijn van een grote vriendenschaar. In het boek staan foto’s van Claus in gezelschap van Harry Mulisch, Cees Nooteboom, Fons Rademakers, Remco Campert, Kees van Kooten, Tom Lanoye, Henny Vrienten, Guy Mortier en de Belgische premier Guy Verhofstadt. Claus’ imponerende verschijning en zijn magnetisch charisma zogen alle aandacht naar hem toe, waar hij ook was. Hij had op vrouwen een onweerstaanbare aantrekkingskracht. De levens van Claus doet zijn vele amoureuze allianties (vaak meerdere tegelijk) uitvoerig uit de doeken. Makkelijk was het niet altijd om levensgezellin te zijn van de overweldigende auteur. Net zo onbestendig en onrustig als in zijn vele relaties was Claus ten aanzien van zijn woonsituatie. Tientallen verhuizingen komen in de biografie voorbij, en vele daarvan uitgebreid beschreven. 

Die uitvoerigheid, ook in andere onderwerpen, is een aspect dat het boek soms parten speelt. Zeker, De levens van Claus is een boeiende, goed geschreven, meeslepende biografie. Maar Schaevers heeft een beetje hetzelfde euvel als Claus zelf: onmatigheid. Hij ontspoort hier en daar in zijn zucht naar volledigheid. Gerrit Komrij schreef over Claus’ roman Schola Nostra, ‘Het lezen ervan maakte op mij de indruk van het moeten uitzitten van Wagners Ring der Nibelungen.’ Zo erg is het zeker niet, maar enig kordaat redactioneel snoeiwerk zou de biografie beslist ten goede gekomen zijn. 

 

 

Omslag De levens van Claus, biografie - Mark Schaevers
De levens van Claus, biografie
Mark Schaevers
Verschenen bij: De Bezige Bij (2024)
ISBN: 9789403161617
975 pagina's
Prijs: € 49,99

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van René Leverink:

Recent

Prachtig verstoorde rust
29 oktober 2025

Prachtig verstoorde rust

Over 'Opera der doden' van Autran Dourado
De complexe zoektocht van een adoptiekind
28 oktober 2025

De complexe zoektocht van een adoptiekind

Over 'Adoptica' van Emily Kocken
Wezenlijk contact via de telefoon
26 oktober 2025

Wezenlijk contact via de telefoon

Over 'Iets meer zoals een zon' van Sarah Jäger
Natte armen wijd open
23 oktober 2025

Natte armen wijd open

Over 'Neem ruim zei de zee' van Sholez Regazadeh
Postmodern meesterwerk uit Schotland
21 oktober 2025

Postmodern meesterwerk uit Schotland

Over 'Arm ding' van Alasdair Gray

Verwant

Score: 1
Score: 1
Score: 1