Marita Mathijsen – Een vrije geest. Het uitzonderlijke leven van Betje Wolff

Het bewogen leven van Betje Wolff

Recensie door Rudy Schreijnders

Marita Mathijsen heeft dit jaar Een vrije geest, de biografie van Betje Wolff (1738-1804) gepubliceerd, voorbeeldig uitgegeven door uitgeverij Balans. Wolff is vooral bekend van de brievenroman Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart die ze samen met Aagje Deken (1741-1804) schreef. Er is natuurlijk veel meer over haar leven en werk te vertellen en dat doet Mathijsen met veel inlevingsvermogen.

Mathijsen begint de biografie van Wolff op het moment dat ze op de boot stapt die haar van haar geboortestad Vlissingen naar de Beemster zal brengen als toekomstig echtgenote van de veel oudere dominee Adriaan Wolff (1707-1777). Dat roept meteen de vraag op waarom ze haar familie verlaat en kiest voor een onzekere toekomst bij een veel oudere dominee. Dat heeft te maken met een gebeurtenis die vier jaar eerder heeft plaatsgevonden: Wolff is er als zeventienjarige vandoor gegaan met een geliefde, de militair Matthijs Gargon (1731-1772). Dat is in haar tijd natuurlijk een schandaal en haar vader haalt haar dan ook terug. De orthodoxe protestanten bepalen dat ze niet meer deel mag nemen aan het avondmaal en dreigen met excommunicatie. Ze is opgelucht dat de veel oudere dominee haar verlost uit haar isolement waar ze na haar liefdesvlucht in terecht is gekomen.

In de Beemster

Het leven van Wolff in de Beemster is saai, maar ze heeft wel tijd voor wat ze het liefste doet: boeken lezen en schrijven, zoals de Zedenzang, aan de menschenliefde, by het verbranden des Amsteldamschen Schouwburgs. Dat schrijft ze nadat op 11 mei 1772 brand is uitgebroken tijdens een voorstelling in de houten Amsterdamse Schouwburg aan de Keizersgracht waarbij achttien doden vallen. Rechtzinnige dominees grijpen de brand aan om het theaterbezoek te veroordelen: de brand is een straf van God en wie op zo’n plaats aan zijn einde komt, kan het eeuwige leven wel vergeten. Sinds haar jeugd in Vlissingen koestert Wolff al een wrok tegen dit soort orthodoxe protestanten en ze prijst juist de helden die om zijn gekomen bij de brand omdat ze geprobeerd hebben anderen te redden.

Het schrijversduo Wolff en Deken

Deken stuurt Wolff op 29 juli 1776 een brief waarin ze zich erover beklaagt dat Wolff kwaad over haar gesproken zou hebben. Diep beledigd is Wolff en ze antwoordt met een lange brief op 4 augustus. Ruim een maand later, op 13 oktober, ontmoeten ze elkaar voor het eerst en worden de misverstanden uit de wereld geholpen.
Na de dood van Wolffs echtgenoot op 29 april 1777 komt Aagje Deken bij haar in de Beemster wonen. Wanneer Wolff later dat jaar de pastorie moet verlaten, verhuizen ze naar De Rijp waar ze leven van Wolffs pensioen waar ze recht op heeft als weduwe van een predikant. De Rijp is echter een ongezonde plek om te wonen: er hangt een penetrante stank van de dierenbotten en -huiden die liggen te rotten om er lijm uit te winnen, en van de traankokerijen waarin het vet van walvissen wordt gekookt. Ze krijgen dan ook te maken met ziektes die veroorzaakt of verergerd worden door de ongezonde lucht.

In 1781 erft Deken ruim dertienduizend gulden en van dat geld kopen ze een kapitale villa in Beverwijk die ze Lommerlust noemen. De ongezonde lucht van De Rijp is nu verleden tijd. Twee jaar later wordt ook Wolff vermogend: haar vader overlijdt en laat haar ongeveer twintigduizend gulden na.

De brievenroman Sara Burgerhart van het schrijversduo Wolff en Deken verschijnt in 1782 bij Isaac van Cleef. Het boek is meteen een succes: binnen drie maanden is de eerste druk uitverkocht en in 1786 verschijnt al de vierde druk. Ze geven een Hollandse draai aan het genre van de brievenroman, omdat het milieu en de personages zo door en door Noord-Hollands zijn. Hun volgende brievenroman, Historie van den Heer Willem Leevend, bestaat uit acht delen van in totaal zo’n 3.100 pagina’s en komt uit in 1784 en 1785. Dit boek is een stuk minder succesvol dan Sara Burgerhart: tijdens hun leven wordt het niet herdrukt.

Patriotten en orangisten

De denkbeelden van Wolff en Deken over burgerparticipatie en opvoeding sluiten goed aan bij die van de patriotten, burgers uit gegoede huize die het landsbestuur willen democratiseren. Ze eisen hervormingen, bewapenen zich en dringen aan op verkiezingen voor het stadsbestuur. Tegenover de patriotten staan de orangisten: enerzijds regenten die profiteren van hun bevoorrechte positie, en anderzijds het lagere volk dat ervan uitgaat dat de stadhouder door God aangesteld is om het land te leiden. De orangistische regenten maken gebruik van ‘het Oranjegepeupel’ om patriotten te bedreigen.

De tegenstellingen tussen patriotten en orangisten hebben ook hun weerslag op het leven van Wolff en Deken: ze voelen zich met hun patriottische denkbeelden bedreigd in de Republiek en verhuizen in 1788 naar Trévoux, dat 25 kilometer ten noorden van Lyon ligt. Het is een lieflijk, kalm en overzichtelijk stadje en brengt aanvankelijk de idylle waar de dames op hopen: ze wonen in een prachtig gelegen buitenhuis en genieten van de natuur. De Franse Revolutie van 1789 werpt echter alle zekerheden omver. De Franse koning wordt op 21 januari 1793 publiekelijk in Parijs onthoofd. Rond juni begint de terreur waarbij vijanden meedogenloos worden uitgeschakeld: wie ook maar het minste teken van koningsgezindheid of contrarevolutionair denken vertoont, komt onder de guillotine.

Wolff en Deken zelf komen in 1794 in hun nieuwe woonplaats onder vuur te liggen: iemand heeft verraden dat de Hollandse dames suiker verborgen houden en dat is verboden. Suiker moet namelijk ter beschikking gesteld worden aan het leger en de ziekenhuizen. Hun huis wordt onderzocht, er worden inderdaad vijf suikerbroden gevonden die in beslag worden genomen. Er volgt geen veroordeling omdat hun voorraden graan, aardappelen, bonen, linzen, meel en noten binnen de vastgestelde normen liggen.

De Bataafse republiek

Wanneer Frankrijk bezig is zijn gebied uit te breiden zien de patriotten daarin kansen: de revolutie die in Frankrijk heeft plaatsgevonden, kan zo geëxporteerd worden naar de Republiek. Ze formeren het Bataafs Legioen en trekken met de Franse troepen op naar de Republiek. In 1795 ontstaat de Bataafse Republiek waar niet alleen zeggenschap is voor de burgerij, maar ook godsdienstvrijheid en vrijheid van drukpers. Wolff en Deken staan nu voor de keuze: in Frankrijk blijven of terugkeren? Ze kiezen voor het laatste en vertrekken naar Den Haag. Mathijsen schetst met veel empathie de toestand waarin Wolff en Deken verkeren, wanneer ze daar in 1797 aankomen. Ze zijn als welgestelde dames in 1788 naar Frankrijk vertrokken, ze keren in armoede terug. Ook van hun literaire roem is niet veel meer over. Daardoor zijn ze afhankelijk van vrienden die hun af en toe wat geld toestoppen. Met de nodige zelfspot spreken ze over die vrienden: dankzij het feit dat ze financieel krap zitten, leren ze namelijk hun echte vrienden kennen.

Een pijnlijk einde

Wolff ligt vanaf 1801 voornamelijk in bed, verzorgd door Deken, die evenmin vrij van kwalen is: ze lijdt aan jicht. In 1802 brengt Van Cleef een nieuwe uitgave van hen op de markt: Geschrift eener bejaarde vrouw, in twee delen (achthonderd pagina’s). Het is bedoeld als handleiding voor het opvoeden. Een derde deel zal nog volgen. De reacties in de pers zijn vernietigend: het is ‘oude wyven praat’ en gebabbel. Het boek verkoopt dan ook slecht en het in het vooruitzicht gestelde derde deel wordt niet uitgegeven (het is wel in handschrift aanwezig in de Universiteitsbibliotheek Leiden).

Op 5 november 1804 brengt Wolff nog uit dat ze kramp heeft; daarna is ze rustig, maar met een pijnlijke trek op haar gelaat, gestorven. Aagje regelt de begrafenis op het Scheveningse kerkhof Ter Navolging, het eerste Haagse kerkhof dat buiten de stad ligt. Om hygiënische redenen is er een beweging opgekomen tegen het begraven in of om de kerk en daar hebben Wolff en Deken zich bij aangesloten. De volgende dag is Deken ziek: ze heeft hoge koorts en brengt geen verstaanbaar woord meer uit. Op 11 november weigert ze nog te drinken of medicijnen te nemen en ze overlijdt drie dagen later. Aan een gebroken hart, meent Mathijsen. Het graf ligt nog open wanneer Deken naar het kerkhof gebracht wordt. Daar worden de twee vrouwen in hun kist met elkaar herenigd.

Na hun overlijden bloeit de belangstelling voor het werk van Wolff en Deken weer op, in de negentiende eeuw verschijnt de ene na de andere herdruk van Sara Burgerhart. Ze staan nu in de Nederlandse canon en de brievenroman is nog steeds, ondanks de teloorgang van kennis over het literaire verleden, een bekend boek. Mathijsen vindt dat ook hun andere boeken zich lenen voor herdrukken, bewerkingen, hertalingen of inkortingen, en zelfs als basis voor tv- of streaming-series. Haar prettig leesbare biografie van een bewogen leven zal daar zeker aan bijdragen.

Omslag Een vrije geest. Het uitzonderlijke leven van Betje Wolff  - Marita Mathijsen
Een vrije geest. Het uitzonderlijke leven van Betje Wolff
Marita Mathijsen
Verschenen bij: Uitgeverij Balans (2024)
ISBN: 9789463823814
448  pagina's
Prijs: € 29,99

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Rudy Schreijnders:

Recent

De complexe zoektocht van een adoptiekind
28 oktober 2025

De complexe zoektocht van een adoptiekind

Over 'Adoptica' van Emily Kocken
Wezenlijk contact via de telefoon
26 oktober 2025

Wezenlijk contact via de telefoon

Over 'Iets meer zoals een zon' van Sarah Jäger
Natte armen wijd open
23 oktober 2025

Natte armen wijd open

Over 'Neem ruim zei de zee' van Sholez Regazadeh
Postmodern meesterwerk uit Schotland
21 oktober 2025

Postmodern meesterwerk uit Schotland

Over 'Arm ding' van Alasdair Gray
Een smakelijk en met vaart geschreven biografie
20 oktober 2025

Een smakelijk en met vaart geschreven biografie

Over 'Een gat in het hoofd. Leven en werk van Heere Heeresma' van Anton de Goede

Verwant

Score: 1
Score: 1
Score: 1