Frank Westerman is journalist en schrijver. Hij studeerde Tropische Cultuurtechniek aan de Landbouwuniversiteit in Wageningen. Hij publiceerde vele boeken, waaronder De graanrepubliek, El Negro en ik, en Stikvallei. Zijn boeken zijn veelvuldig bekroond, onder meer met de Gouden Uil en shortlistnominaties voor de AKO Literatuurprijs
Die boeken van Westerman, zijn het romans, zijn het reportages, is het fictie of non-fictie, een combinatie? Kijkend naar zijn studie in Wageningen zien we daar het begin van zijn journalistieke ontwikkeling. Zijn afstudeerstage bracht hij door in Peru en daar schreef hij zijn eerste reportages. Zijn wetenschappelijke belangstelling triggert hem om zich te verdiepen in de omgeving waar hij zich bevindt en allerlei soorten informatie te verzamelen, waar hij vervolgens mee aan de haal gaat.
Zo heeft hij boeken geschreven over zijn zoektocht naar de vindplaats van de ark van Noach (Ararat), over Srebenica waar hij zich bevond tijdens de oorlog (De slag om Srebrenica), over een opgezette Afrikaan in een Spaans museum (El Negro en ik). En ook over de moord op een boekhandelaar in Wageningen (De moord op de boekverkoopster). Kortom: geef hem informatie en hij gaat aan het werk. Dat resulteert in boeken die rijk zijn aan veel wetenschappelijke achtergronden en ook heel veel fantastische uitwerkingen daarvan. De originaliteit van zijn onderwerpen en zijn rijke fantasie zijn een gouden koppel.
In Zeven dieren bijten terug gebruikt hij de reizen van Willem Barentsz c.s. om de noordelijke route naar de West te ontdekken en zijn overwintering op Nova Zembla als uitgangspunt om zich te richten op dieren: ‘Wie de bewoonde wereld verlaat, krijgt oog voor dieren.’ Ondanks de titel van het boek, lijkt het er vooral op dat de genoemde dieren het slachtoffer zijn van de mens en van de klimaatverandering.
Zeven dieren
Zeven (pool)dieren spelen in dit boek de hoofdrol: de lemming, de narwal, de paling, de ijsbeer, de rotgans, het rendier en de koningskrab. Westerman wil iets opsteken van de dieren die hij onderweg tegenkomt. Hij lardeert zijn verhaal met veel feiten, associeert er lustig op los met allerhande andere informatie. Dat begint al met de narwal, een tandwalvis met een slagtand, vaak vergeleken met de eenhoorn. Westerman vertelt de geschiedenis van een gevangene in Engeland die met zo’n slagtand iemand vermoordde.
Als hij vertelt over de lemmingen, is hij vooral bezig een antwoord te vinden op de vraag hoe het komt dat deze beesten zichzelf in groten getale de dood injagen. Wie kent niet de verhalen over de lemmingen die zich in zee storten? Als hij verslag doet over de paling (de aal), houdt hij een pleidooi voor de openstelling van de Afsluitdijk om zo de aal weer de kans te geven om te paaien. Vooral in dit deel is hij kritisch over het ingrijpen van de mens in de natuur. Westerman haalt hier ook de rechtszaken aan die de zee, het bos et cetera voorbereiden: de natuur moet een stem hebben.
In het hoofdstuk over de rotgans komt zelfs de Goelag Archipel voorbij. In de werkkampen in Siberië hielden de bewakers en de gevangenen zich in leven door dit dier op grote schaal te vangen en te eten. Dat kan de grote afname van deze gans verklaren. En ook als Westerman vertelt over het rendier, krijg je onverwachte informatie over de problemen tussen Noorwegen en Rusland: een IJzeren gordijn voor dieren.
Bij het berichten over de ijsbeer komt hij met de reis die hij met zijn dochter Vera naar de Noordkaap maakte op de proppen, gekoppeld aan het bezoek van Eva Braun aan de Noordkaap, en allerhande daarvan afgeleide verhalen zoals over suïcide, de dood van zijn vader, over zijn jeugd.
Het laatste dier dat hij behandelt is de koningskrab. Hij meldt de explosieve groei van dit dier als gevolg van het uitzetten ervan in diverse zeeën en over de daaropvolgende jacht die heeft geleid tot het feit dat het nu een bedreigde diersoort is geworden.
Overdaad
Westerman weet veel en dat laat hij merken in dit boek. Zie ook het uitgebreide overzicht van bronnen achterin. Dat overzicht is wel verhelderend, want het verklaart veel over alle zijpaden die hij bewandelt. Je zou kunnen stellen dat hij is overwoekerd door al die informatie. Een opvallende bron is het middeleeuwse bestiarium Der naturen bloeme van Jacob van Maerlant: een heel duidelijke inspiratiebron voor Westerman. Het verklaart voor een groot deel de opzet van Zeven dieren bijten terug, afgezien van het feit dat Westerman proza schrijft en Van Maerlant zijn boek in verzen heeft geschreven.
Over de tochten van Barentsz naar het noorden, over dwaalgasten en over alle zeven dieren krijgt de lezer veel informatie, achtergronden, en leuke weetjes voorgeschoteld en er wordt van alles bij gesleept. De auteur is een begenadigd verteller. Hij associeert erop los: van Eva Braun en zelfdoding, het sterfbed van zijn vader en de reis met zijn dochter, tot bevolkingstheorieën en milieuproblematiek. Je wilt doorlezen omdat het allemaal zo boeiend en meeslepend is geschreven, zonder te weten waar het allemaal toe dient en naartoe leidt.
Westerman heeft een erg intrigerend boek geschreven, waarin de lezer veel leert. Toch blijft na lezing wat onbestemd en licht onbevredigd achter: wat is nu eigenlijk de boodschap? En waarom heet dit boek Zeven dieren bijten terug. Ze krijgen de kans helemaal niet. Is dit boek een waarschuwing tegen het vergaande ingrijpen van de mens in de natuur of een pleidooi om de natuur (de zee, het bos, de dieren) een stem te geven. Niettemin, een aanrader.









