Inge Meijer

  • Sylvia Plath en de ‘Big Freeze’

    Het was februari 1963 dat Sylvia Plath in Londen het leven liet. Het was de koudste winter ooit in Engeland, de ‘Big Freeze’. Op 11 februari stak zij haar hoofd in de oven. Kort daarvoor bracht ze haar twee kinderen een beker warme melk op bed, iets te eten. Ze trok ze een warme trui aan,…

    Lees verder

  • Ode aan de allenigheid

    Er zijn boeken waarnaar je kunt verlangen ze opnieuw te lezen. Zoals anderen jaarlijks De avonden van Reve herlezen, las ik jaren achtereen Een braaf meisje van Philip Roth tijdens de kerstvakantie. Ook naar de Faxen aan Ger van Mizee of In koelen bloede van Capote kan ik verlangen, of dat ene boek Wat behouden blijft van…

    Lees verder

  • Een kano maken

    Vorige week werd me tijdens een boekenfeestje een boek toegestopt met de woorden, ‘Jij kunt wel wat poëzie hebben’. Ja, ja, haastte ik me te zeggen, als kreeg ik een borrel aangereikt waar ik hard aan toe was. Het was een boek van gewicht, Omeros van Derek Walcott. Ik keek ernaar alsof ik nog nooit zoiets gelezen of…

    Lees verder

  • Gestolen momenten

    Dan is er opeens het besef van ‘a lady of a certain age’, uit dat nummer van Divine Comedy. Al weken speel ik het af op Spotify. Alsof ik er een verborgen betekenis in moet vinden. Ik had het niet door, maar het gaat over dingen die voorbij gaan, nooit meer terugkomen. De waarheid is…

    Lees verder

  • Onbeschreven blad

    Ik las een wonderlijk mooi boek. Helderwit, de titel, Tosca, verticaal in wit reliëf op de voorkant. Drie zwarte bogen, twee opgenomen in de O, vormen gesloten haakjes. Een derde, liggende boog in de C van de titel. Op de achterflap vijf regels van twee tot drie woorden in reliëf, wit als het omslag zelf. Maar kom, nu…

    Lees verder

  • Verslavend

    In de nacht klonk door het open raam de roep van een uil, twee uilen. Of was er een mens in nood. Je dacht aan de buurvrouw twee huizen verderop. Aan hoe je haar moest redden, of je degene die naast je sliep daarbij moest betrekken. Toen verdween het menselijke uit het roepen in de…

    Lees verder

  • Zulke verhalen

    G.A. van Oorschot vroeg aan J.J. Voskuil wat deze vond van zijn verhaal ‘Een tragisch geval’, gepubliceerd in Tirade. Het nieuwe Dagboeken deel van Voskuil opent op ‘vrijdag 1 october,’ 1965 met onder andere een brief aan Van Oorschot waarin hij schrijft het een verhaal van niks te vinden. En: ‘Ik vind dat zulke verhalen…

    Lees verder

  • Plaatsbepaling van verdriet

    Sinds de avond van de verkiezingsuitslagen gonst het in mijn hoofd. Hoe het kan dat een man die in de twintig jaar dat hij zijn extreem rechtse politieke ideeën te pas en te onpas uitkraamde, premier van Nederland wordt. De man die er altijd op uit was de poten onder andermans/-vrouws stoel uit te zagen,…

    Lees verder

  • Niet klagen, niet jammeren

    Om niet te verzinken in het gevoel dat de Nederlandse aarde in tweeën is gespleten. Om niet klagend en jammerend ten onder te gaan, is het goed Annie Ernaux te lezen. De soberheid van haar schrijven, waar zij vandaan komt, stelt mij op achterstand. Troost vinden in het armoedige bestaan van anderen. Niets is ongewoon.…

    Lees verder

  • Laatste bladzijden

    Soms wil je de laatste bladzijden van en boek overslaan. Ik had dat bij Moedermelk van de Letse schrijfster Nora Ikstena. Het lag beslist niet aan het boek, een prachtig boek. Het was omdat ik voorvoelde dat  de moeder het einde van het boek niet zou halen. Een afloop waarvan de eerste tekenen al op de derde…

    Lees verder

  • Alles wat ik lees

    Ik kon niet slapen. Ik dacht aan A.S. Byatt, waarover Marja Pruis schreef in Oplossingen. Hoe zij ontroerd raakte door iets wat Byatt gezegd had, later weer twijfelde ze of ze het wel goed gehoord had. Ik verwar A.S. Byatt vaak (zo werkt mijn hoofd), met A.N. Ryst, de gelijkende initialen, de ‘y’ in de achternaam.…

    Lees verder

  • Klont in de tijd

    Het was zo’n ochtend waarop ik dacht dat alles zomaar ineens afgelopen kon zijn. Dat heb ik wel vaker, dat de wereld zich als een grote open ruimte aan me voordoet. ‘Apocalypse now’. Ik zat in de trein en keek naar de goudkleurige sneakers van een oudere vrouw aan de andere kant van het gangpad. De…

    Lees verder