H.C. ten Berge

  • Oogst week 11 – 2026

    In de jongste bundel van H. C. ten Berge (1938), Hier & Ginder, is niet alleen oud en nieuw werk van eigen hand opgenomen, maar ook door Ten Berge zelf vertaald werk van Pablo Neruda en drie bewerkingen van Noorse volksverhalen. Het zijn geen losstaande elementen in deze bundel, want het overkoepelende thema is steeds hetzelfde:…

    Lees verder

  • Feit of fictie? Nee: stijl!

    Feit of fictie? Nee: stijl!

    Begint H.C. ten Berge (1938) aan een tweede jeugd nu hij sinds kort onderdak heeft gevonden bij Koppernik? De uitgeverij heeft in korte tijd een eigenzinnig fonds opgebouwd met auteurs als Cynan Jones, Giorgio Bassani, Huub Beurskens en Wessel te Gussinklo. Niet vreemd dat Ten Berge met zijn eveneens eigenzinnige werk hier een welkome plek…

    Lees verder

  • Een reisverhaal in vloeiende dichtregels vol klankrijm

    Een reisverhaal in vloeiende dichtregels vol klankrijm

    H.C. ten Berge (1938) is altijd geïnteresseerd geweest in andere culturen. Hij vertaalde onder andere Japanse noh-spelen, Azteekse poëzie en volksverhalen uit de Eskimo-cultuur. In zijn dichtwerk is het ‘onderweg zijn’ een belangrijk thema. In De beproevingen van…

    Lees verder

  • Persoonlijke essays en de moderne letteren

    Persoonlijke essays en de moderne letteren

    Wie een studie wil maken van de poëticale opvattingen van H.C. ten Berge (1938) treft een ware ‘Fundgrube’  aan in zijn bundels met essays en dagboeknotities. Ruim twintig jaar na De honkvaste reiziger en Vrouwen, jaloezie en andere ongemakken heeft Ten Berge wederom stukken verzameld en van een even mysterieuze titel voorzien: Een spreeuw voor…

    Lees verder

  • Oogst week 16 – 2018

    Antjie Krog krijgt dit jaar de Gouden Ganzeveer. De in Nederland vooral als dichter bekende Krog maakte voor die gelegenheid een persoonlijke keuze uit drie van haar  non-fictie titels, waarin ze verslag doet van de ontwikkelingen in Zuid-Afrika en die relateert aan haar eigen gevoel van erbij horen. In De kleur van je hart (2000) volgde…

    Lees verder

  • Poëzie als vette klei en onomwonden vruchtbaar

    Op ongeveer tweederde van de bundel Splendor staat een strofe die zo’n beetje allesomvattend voor het werk van H.C. ten Berge genoemd kan worden. Een vorm van persoonlijke kwalificatie, een helder inzicht in eigen materie: Ik ben de nominalist die alles met woorden bekleedt en benoemt. Ik zeg de naam en eigen mij de dingen…

    Lees verder

  • Neomodernisme, grimmige sprookjes en humoristische sermoenen

    H.C. ten Berge heeft een selectie uit de canto’s van Ezra Pound vertaald, overigens al in 1970. Uw recensent heeft een hele tijd gedacht dat Ten Berge ook wel heel moeilijke poëzie zou schrijven, à la Pound. Dat valt hard mee, blijkt na lezing van Cantus Firmus, waarin weliswaar afstandelijke, maar zeer leesbare poëzie staat.…

    Lees verder

  • H.C. ten Berge in toptien 2008 Hollandse sermoenen van H.C. ten Berge werd  door De Groene Amsterdammer verkozen als een van de beste bundels van 2008. Piet Gerbrandy schrijft: ‘Ten Berge kruipt in de huid van Occitaanse troubadours, bezingt Amerikaanse landschappen, gaat in discussie met mystici en Engelse dichters, identificeert zich met een verkrachte vrouw…

    Lees verder