Poëzie

  • Over kleine dingen die tot bezinning leiden

    Door: Hettie Marzak
    Over kleine dingen die tot bezinning leiden

    Willem Wilmink schreef voor Kees Stip een spitsvondig gedicht dat begint met de regel: ‘Hoe kan een naam zijn dichter sturen!’, waarin hij het aloude ‘nomen est omen’ nieuw leven inblies door een aantal dichters te noemen wier naam een kenmerk van hun poëzie zou aanduiden (‘en geen ooit puntiger dan Stip!’). De dichter T.…

    Lees verder

  • Magere oogst van vier decennia poëzie

    Door: Maarten Buser
    Magere oogst van vier decennia poëzie

    Met flinke tussenpozen heeft R.A. Basart poëzie gepubliceerd. Hij debuteerde met een gedichtenbundel in 1975; twee jaar later verscheen zijn tweede, en twwer wintig jaar later publiceerde hij zijn eerste roman. Vorig jaar kwam er een tweede roman bij, De verzoening, die erg goed ontvangen werd. Het lijkt erop dat Lebowski het tijd vond om…

    Lees verder

  • De lezer blijft peinzend en knikkend achter

    Door: Casper van der Veen
    De lezer blijft peinzend en knikkend achter

    Ilse Starkenburg is geen dichteres van de complexe, moeilijk te ontwaren metaforen – zoals veel, met name jonge puzzelpoeëten dat tegenwoordig vaak wel zijn. Toch kan Starkenburg met haar relatief eenvoudige en vaak spaarzame taalgebruik in een schijnbaar simpele vergelijking hele universa oproepen. Maar waar dat in eerdere werken met verve werd uitgevoerd, blijft de…

    Lees verder

  • Een rasechte lyricus aan het woord

    Door: Reinder Storm
    Een rasechte lyricus aan het woord

    ‘geen ander antwoord’ zijn drie woorden uit de verantwoording van deze bundel gedichten van Frans Kuipers (Vught, 1942). Gewoonlijk staat in zo’n verantwoording dat sommige gedichten in iets andere vorm elders al eens gepubliceerd zijn of wordt de aanleiding van een bepaald gedicht nader toegelicht. In dit geval is dat anders. Frans Kuipers schrijft in…

    Lees verder

  • Herrijzende ster van Vaandrager en de tijd dat poëzie op straat lag

    Door: Rob Molin
    Herrijzende ster van Vaandrager en de tijd dat poëzie op straat lag

    De naam Cornelis Bastiaan Vaandrager (1935-1992) wordt vaak in één adem genoemd met die van Hans Sleutelaar, Hans Verhagen en Jules Deelder. Zij zijn bekende performers of, specifieker, ‘aucteurs’ waarvan er anno 2017 zovelen rondgaan. Ze schrijven en treden op, begeven zich tussen lezers of tussen toehoorders die hun werk misschien niet eens meer hoeven…

    Lees verder

  • Poëzie gefascineerd door het zijn, het aanwezig zijn.

    Door: Albert Hogeweij
    Poëzie gefascineerd door het zijn, het aanwezig zijn.

    Een bundel van een levende dichter op de verplichte leeslijst voor middelbare scholieren? Als je dat leest weet je één ding zeker: dit gaat niet over Nederland. Inderdaad, het betreft Frankrijk en de dichter is inmiddels overleden. Maar in 2005 viel Yves Bonnefoy (1923 – 2016) als eerste levende dichter die eer te beurt met…

    Lees verder

  • Meester in doorwrochte metaforiek en schitterende beeldtaal

    Door: Casper van der Veen
    Meester in doorwrochte metaforiek en schitterende beeldtaal

    Poëzie is vaak een veeleer wenken en suggereren dan ronduit zeggen. Wie als lezer resoneert met de gebezigde metaforen kan zeggen dat hij een gedicht ‘begrepen’ heeft. Thomas Möhlmann (1975) toonde in eerder werk, met name het in 2009 verschenen Kranen open, de lezer te kunnen treffen met de schoonheid van zijn taalspel en vergelijkingen…

    Lees verder

  • Poëzie als vette klei en onomwonden vruchtbaar

    Door: André van Dijk
    Poëzie als vette klei en onomwonden vruchtbaar

    Op ongeveer tweederde van de bundel Splendor staat een strofe die zo’n beetje allesomvattend voor het werk van H.C. ten Berge genoemd kan worden. Een vorm van persoonlijke kwalificatie, een helder inzicht in eigen materie: Ik ben de nominalist die alles met woorden bekleedt en benoemt. Ik zeg de naam en eigen mij de dingen…

    Lees verder

  • Zijn gedichten tonen een vijandig en onherbergzaam wereldbeeld

    Door: Reinder Storm
    Zijn gedichten tonen een vijandig en onherbergzaam wereldbeeld

    Armando is bijna negentig jaar oud. De veelzijdigheid  van zijn kunstenaarschap benadrukken, is een gemeenplaats geworden. Maar toch: hij schildert, schrijft, musiceert en acteert. Echter, Armano’s weerbarstige afzijdigheid staat zijn statuur in de weg. Anders zou hij met gemak ‘The grand old man’ van de Nederlandse kunsten kunnen worden genoemd – op meerdere van zijn…

    Lees verder

  • Een bundel die afstand schept

    Door: Maarten Buser
    Een bundel die afstand schept

    In een zeldzaam interview in De Groene Amsterdammer noemt dichter Jacques Hamelink (1939) zichzelf ‘[o]precht onthecht’. Hoewel de waardering voor zijn werk er zeker is – hij won belangrijke (oeuvre)prijzen en krijgt goede recensies – lijkt hij een soort randfiguur te zijn die op niet op brede, maar ‘smalle’ aandacht kan rekenen. Het verschijnen van…

    Lees verder

  • Zoon springt uit de schaduw van de vader

    Door: Rob Molin
    Zoon springt uit de schaduw van de vader

    De bundel Campert & Campert is geschreven door twee auteurs. Werk van Jan Campert (1902-1943) vult de eerste en tweede afdeling, werk van zijn zoon Remco (1929) de derde. Ondanks het forse aandeel van de vader is deze meer afwezig dan aanwezig. Hij verheft zijn stem uit een voorbije tijd en treedt voor het voetlicht…

    Lees verder

  • Oeuvre van dertig jaar in een bloemlezing

    Door: Casper van der Veen
    Oeuvre van dertig jaar in een bloemlezing

    Peter Verhelst (1962) is sinds zijn debuut Obsidiaan  (1987) een ongrijpbare dichter gebleven. Mogelijk heeft dit te maken met de onvatbare thema’s die de Vlaming tot zijn voornaamste ammunitie heeft gemaakt: verlangen, herinnering, een drang tot behouden dan wel vernietigen – en dat alles uitgedrukt in een non-duaal spectrum, waarin de scheidslijnen tussen het lichamelijke…

    Lees verder