We vroegen de recensenten van Literair Nederland drie titels te noemen die ze deze zomer willen gaan lezen. De keuze was niet eenvoudig, het ene boek riep de titel van een ander boek op, wat soms zorgde voor een dilemma. Want noem je De Baptisten, van Nyk de Vries, of toch Berghonger van Fleur Jongepier? Soms is het noemen van een titel genoeg om de lezer nieuwsgierig te maken. Enkelen lezen literatuur uit het land waar ze deze zomer verblijven, de ander herleest de boeken van Simone De Beauvoir, of haalt klassiekers uit de kast die toch eens gelezen moeten worden. Waarom dan niet in twee weken op het Ierse platteland nu eindelijk eens Ulysses uitlezen. Soms betreft de keuze een onvertaald boek, zoals Oekraïense gedichten van Serhiy Zhadan. Of boeken uit het nalatenschap van een moeder, waarin ook De Beauvoir zich ophield. En soms lees je gewoon waar je zin in hebt, pak je wat je voorbij ziet komen, of boeken die je bezighouden. Daar is deze rubriek dan weer goed voor, waarin een keur aan vertaalde en Nederlandstalige literatuur voorbij komt. En laat ons in een reactie gerust weten welke boeken u deze zomer leest! Dan zullen we die erbij plaatsten.
Momenteel lees ik Het land van Hrabal van Rik Zaal, een roman over de werking van ons geheugen en schrijven onder een totalitair regime. Het roept literatuur uit dergelijke landen bij me op die diepe indruk op me maakte. Allereerst van de Tsjechische Bohumil Hrabal zelf. Zijn Al te luide eenzaamheid (ook door de ik-figuur, Hendrik Terpstra, in de roman van Zaal genoemd) begint zo: ‘Vijfendertig jaar lang zit ik in het oud papier en dat is mijn love story. Vijfendertig jaar lang plet ik oud papier en boeken, vijfendertig jaar lang maak ik mijn handen aan de letteren vuil (…) tegen mijn wil ben ik ontwikkeld geraakt en eigenlijk weet ik ook niet welke gedachten van mij zijn, en welke ik me door het lezen eigen heb gemaakt’.
Als tweede Schuilplaats voor andere tijden uit 2022 van de Bulgaar Georgi Gospodinov gaat ook over herinneringen waaraan we willen vasthouden. Over Oost-Europa: ‘Natuurlijk waren de burgers ervan allang uitgewaaierd, als familieleden die gedwongen waren samen te wonen onder één dak totdat de kinderen oud genoeg waren en iedereen zijn eigen weg ging (…) Ze wilden allemaal naar die (westerse) minnares, van wie ze droomden toen ze het gezamenlijke socialistische bed deelden’.
Onvolprezen blijft tenslotte De lotgevallen van de brave soldaat Svejk van Hrabals landgenoot Jaroslav Hasek. Het is al uit 1923 maar de satire over een man die de boel saboteert door alle bevelen zo precies mogelijk uit te voeren en daardoor het gezag ondermijnt blijft aanspreken. De soldaat doet me, terwijl ik dit typ, ineens denken aan De klerk Bartleby van Herman Melville. Is die laatste met zijn fameuze ‘I prefer not to’ Svejks westerse tegenpool? En met die vraag ben ik terug bij Hendrik Terpstra. Hij maakt een onderscheid tussen Echte en Onechte Landen. Hij legt op pagina 37 van Het land van Hrabal uit wat hij daarmee bedoelt.
Adri Altink
Omdat ik tijdens mijn verblijf in Bretagne graag een klassieker lees die zich in dit deel van Frankrijk afspeelt, lees ik De Chouans (1829) van Honoré de Balzac. Een militaire historie en liefdesgeschiedenis ineen tijdens een opstand in Fougères. Een man en vrouw worden verliefd maar staan elk aan de andere kant van het conflict. Het is de Balzac-versie van Romeo & Juliet, Tony & Maria, en Danny & Sandy. De Nederlandse vertaling is niet meer verkrijgbaar, dus lees ik – digitaal – de Engelse vertaling. Met een extraatje, want als het bevalt kan ik de volledige ‘Comédie humaine’ gaan lezen want Balzac’s complete oeuvre staat nu in mijn digitale boekenkast.
Nadat ik De Nacht beeftvan Nadja Terranova had gelezen, over de gevolgen van een aardbeving op Sicilië dat je bij de lurven grijpt, wilde ik onmiddellijk meer van haar lezen. Afscheid van de geesten (2020) stond op de shortlist voor de Premio Strega en won de Premio Alassia Centolibri. Wederom is Sicilië het toneel, waarnaar Ida vanuit Rome terugkeert om het huis van jaar jeugd leeg te ruimen. Een literaire versie van mijn favoriete film, Nuovo Cinema Paradiso (Oscar voor de beste niet-Engelstalige film in 1989). Niet meer leverbaar in Nederland, maar online vond ik een Nederlandse vertaling in Frankrijk. Inmiddels ligt het boek bij mij thuis op tafel te wachten tot ik tijd heb voor de Siciliaanse zomerhitte.
Als ik over enkele weken naar Ierland vertrek wil ik James Joyce ter hand nemen. Vooralsnog staat Ulysses op het menu, een boek waar ik al vaak mee in mijn handen stond, maar steeds voor terugdeinsde. Ditmaal ga ik me eraan wagen. Het zal geen probleem zijn om dit boek te verkrijgen, al is het nog wel oppassen met de versies. Vanaf zijn publicatie is de roman controversieel, wat in meerdere landen tot een verbod leidde. En er zijn verschillende versies in omloop met elk een eigen interpretatie. Het schijnt geen makkelijk boek te zijn en eindigde in 2007 bij de Guardian-verkiezing van het minst uitgelezen boek op de derde plaats. Vandaar mijn eerdere huiver. Maar ik ben optimistisch. Twee weken op het platteland van Ierland, met voldoende tijd om te verpozen bij het haardvuur in deze of gene pub, moet voldoende zijn om het te lezen. Of om het weg te leggen.
Martin Lok
Van de internationaal bekende Oekraïense schrijver, dichter en rockster Serhiy Zhadan (1974) zijn twee van zijn twaalf romans in Nederlandse vertaling verschenen, maar zijn gedichten zijn, op een paar uitzonderingen na, nog niet vertaald. Deze zomertip betreft een Engelse vertaling en is tegelijkertijd een pleidooi voor een uitgave in het Nederlands. How Fire Decends is een bundel met nieuwe en oude gedichten die in 2023 (Yale University Press) verscheen. Een keuze uit de bundels Psalms to Aviation (2021), List of Ships (2020), Antenna (2018), Templars (2016) en de laatste New Poems (2021-2022) zijn afkomstig van zijn Facebook-website, waaronder ook gedichten van na de Russische inval.
Zhadan is geboren in Staroblisk, een stad in Luhansk (Oost-Oekraïne) en hij woonde het grootste deel van zijn leven in Charkiv. Hij is activist vanaf de Oranje Revolutie (2004) en daarna de Maidan Revolutie (2013 – 2014). In het voorwoord schrijft Ilya Kaminsky dat Zhadan en zijn landgenoten werden bestormd door een pro-Russische menigte en hij gedwongen werd de Russische vlag te kussen. Hij weigerde, werd geslagen en liep een hersenschudding op. Deze dramatische gebeurtenis had invloed op zijn poëzie die een documentaire wending onderging.
De landschappen in het oosten van Oekraïne zijn aanwezig in al zijn werk, ook in de gedichten. Een fragment uit een langer gedicht: ‘The mutilated landscape clenches its teeth / framed by the light / slashed by moonlight / Pain and hope unite us / in the openings of the dark sky.’
In zijn laatste in het Duits vertaalde bundel schrijft Zhadan: ‘Voor het eerst had ik de behoefte mijn gedichten te dateren. Omdat de context meer betekenis had dan de tekst zelf. De gedichten van de laatste jaren verliezen hun autonomie, hun onafhankelijkheid, ze lijken steeds meer op een dagboek. Dat helpt het gevoel voor de tijd (…) niet te verliezen. De tijd betekent tegenwoordig veel, ze getuigt van je vaardigheid te spreken, je onvermogen te zwijgen.’
Ronald Bos
Een nieuw geluid, de geboorte van de moderne poëzie in Nederlanddoor Gilles Dorleijn en Wiljan van de Akker beschrijft in meer dan 1000 pagina’s de vermeende ‘revolutie van Tachtig’. Het prachtig uitgegeven kloeke boek is ja en nee een literatuurgeschiedenis zeggen de schrijvers. ‘Nee’ want het beperkt zich tot de poëzie van Kloos en de zijnen en haren, ‘ja’ want de werkelijke invloed van de nieuwe dichters en hun nieuwe werk is in een breed literair kader onderzocht. In 41 hoofdstukken geven de beide emeritus hoogleraren een empirische basis aan, en een frisse kijk op de bestaande literatuurgeschiedenis, de canon en gevestigde namen. Ze laten zien dat de nieuwe poëzie niet meer in dienst staat van kerk, kapitaal of politiek, maar een eigen scheppingsplan heeft. Dorleijn en Van den Akker spreken van een ‘autonomie +’. Met zijn twee kilo is het boek niet geschikt om mee te nemen op fietsvakantie maar het is wel een fijn boek om zo nu en dan wat hoofdstukken in te lezen. Of noem ik als eerste tip toch Tom Lanoys veelgeprezen ReinAard-bewerking?
De baptisten moet een heerlijke roman zijn over hoofdpersoon Marten en muziekmaten, jongens uit gelovige dorpen in het noordoosten van Friesland. Een opgroeiroman tegen het decor van de opkomst en ondergang van hun band en van een kerkleven dat als vanzelfsprekend geaccepteerd en door iedereen gerespecteerd wordt. Het vraagstuk van het verdampende geloof in de wellicht wat pedant-atheïstisch westerse cultuur met minachting voor religie wordt kritisch benaderd door hoofdpersoon Marten, geboetseerd naar de schrijver zelf. Nyk de Vries (1971) is al meer dan twintig jaar actief als schrijver, muzikant en literair performer. Van 2019 tot 2021 was hij Dichter fan Fryslân. Hij is geboren en getogen in het Friese Noordbergum, heeft in Groningen gestudeerd en woont nu al jaren met zijn gezin in het zoals hij zelf zegt ‘gegentrificeerde’ Amsterdam-Oost. Hij weet dus waarover hij praat. ‘Ik voel me een intermediair tussen stad en platteland, geloof en ongeloof’, zegt hij zelf. Of noem ik Berghonger van de bergminnende filosofe Fleur Jongepier als eerste tip? Jongepier beschrijft berghonger, een bergzelf en bergmelancholie in dit zelfonderzoek dat mag leiden tot het opnieuw afstellen van het kompas van het leven.
Dilemma vanErna Barth is een recent verschenen young adultboek. Hoofdpersoon Mick doet mee aan de eindronde van de filosofie-olympiade. Als hij wint, kan hij met het prijzengeld zijn vervolgstudie betalen; hij wil namelijkgraag naar de landbouwhogeschool in Wageningen en later de boerderij van zijn ouders overnemen. Zijn vader ziet dat niet zitten. Hij heeft namelijk lang geleden tegen zijn zin zijn carrière als financieel directeur op moeten geven, is in plaats van tijdelijk, structureel ‘boer’ geworden en ziet liever dat zijn zoon een studie kiest ‘met meer perspectief’. Mick is stiekem naar de olympiade afgereisd. Hij komt daar in een rare situatie terecht waar in plaats van een serieuze filosofiewedstrijd vooral intriges en dubbele agenda’s een rol lijken te spelen. Spanning gegarandeerd dus! Daarnaast komen de beroemdste filosofen en filosofische begrippen langs in dit boek, dat opent met Aristoteles’ wijsheid ‘Twijfel is het begin van alle wijsheid’.
Joke Aartsen
In mijn boekenkast staat de boeken van Simone de Beauvoir, favorieten uit mijn twennertijd. De tweede sekse,Alle mensen zijn sterfelijk, De mandarijnen, Bloed van anderen,Met kramp in de ziel, Een wereld van mooie plaatjes en Uitgenodigd. Boeken die kort na WO II geschreven en gepubliceerd zijn en heruitgegeven werden in de jaren ’80 door Agathon in een vertaling van Ernst van Altena. De maatschappelijke onderwerpen zoals existentialisme, feminisme en het patriarchaat zijn de hoofdthema’s van Simone De Beauvoir, hoewel zestig, zeventig jaar geleden geschreven zijn ze nog steeds verrassend actueel.
Uitgenodigd nam ik uit de boekenkast van mijn moeder. Ik bewaar sterke herinneringen aan die eerste lezing, er ging een wereld voor me open. Wanneer ik de eerste zinnen herlees, beleef ik hetzelfde als toen.Uitgenodigd is een sleutelroman, die gaat over een driehoeksverhouding tussen Pierre (Sartre), Francoise (De Beauvoir) en Xavière Pagès, (de Russische Olga) een jong meisje dat het echtpaar uitnodigt bij hen te komen wonen. De spanning tussen Francoise en Pierre wordt sterk opgebouwd. Want hoe feministisch en vrij van geest de echtelieden ook zijn, zodra jaloezie om de hoek komt kijken, is geen enkele relatie meer veilig. Tijd voor een herlezing, want alles is weggezakt.
De mandarijen las ik negen jaar geleden, ik kwam mijn eigen recensie op Goodreads tegen. Het is een dikke pil met autobiografische aspecten. Een groep intellectuele Parijzenaren discussieert over de huidige wereld, koude oorlog, Algerijnse oorlog, waarin verzetsman Henri, (Albert Camus) een belangrijke rol speelt. Anne’s (De Beauvoir) innerlijke twijfel en haar uiterlijke beschaafdheid is sterk, ook de ongelijkwaardige strijd tussen man en vrouw wordt duidelijk. De mannen doen maar en de vrouwen zorgen. Dat intellectuele vrije klimaat, zonder enige bekrompenheid waarin toch ook niet alles pais en vree is, vind ik heel verfrissend. Erg genoten van dat boek. Tijd voor een nieuwe ontmoeting.
Met kramp in de ziel is eigenlijk de Beauvoirs debuut, hoewel het pas in 1979 werd gepubliceerd. Ze was nog geen dertig toen ze, gebaseerd op haar eigen leven, aan de hand van vijf portretten van jonge vrouwen beschreef hoe ze zich ontworstelde aan het katholieke milieu. Vijf korte verhalen met eenzelfde thema die een eenheid vormen.
Marjet Maks
Deze zomer heb ik besloten de boeken nog eens te lezen die ik meenam toen we mijn moeders huis uitruimden. Het betreft romans van Daphne du Maurier: Rachel,Janet, De kopermijn, Herberg Jamaica en van Pearl S. Buck: Oostenwind, westenwind en Het trotse hart. Boeken die verschenen tussen de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw in de Margriet-bibliotheek, gebonden exemplaren met een linnen kaft. Vaak was de vertaling geautoriseerd, wat betekende dat er flink in de tekst gesnoeid was.
Nobelprijswinnaar van 1938, Pearl Buck – door William Faulkner smalend ‘China hand Buck’ genoemd (hij kreeg de Nobelprijs pas elf jaar later) – schreef over China, het land waar ze opgroeide en waarnaar ze altijd heimwee bleef hebben. Bettine Vriesekoop schreef een biografie over haar, Het China-gevoel van Pearl S. Buck.
Daphne du Maurier was een schrijfster met een heel complex karakter. Ze hield niet van publiciteit en trok zich meestal terug in haar geliefde Cornwall. Rebecca is haar beroemdste roman, maar voor mij is Rachel (vertaling van: My cousin Rachel) net iets beter. Steeds als ik het boek gelezen heb – en dat is al heel vaak – vraag ik me af of de hoofdpersoon onschuldig was of een berekenende intrigante. Misschien kom ik er na deze keer lezen achter.
Als ik praat over het werk van Sylvia Plath, reageren de meeste mensen met: ‘Oh, die vrouw die haar hoofd in de oven heeft gestoken omdat haar man vreemdging’. Dat kan me erg kwaad maken: ze heeft verdorie wel meer betekenis verdiend dan alleen om haar zelfgekozen dood herinnerd te worden. Om mezelf en anderen ervan te overtuigen hoe groot zij was als dichteres, heb ik me voorgenomen mijn oude bundel Collected Poems van haar nog eens door te nemen. Haar gedichten zijn zo persoonlijk en oprecht, dat je het gevoel krijgt haar gekend te hebben, al zijn diezelfde gedichten verre van gemakkelijk. Haar eerste bundel The Colossus bevat nog niet het dramatische werk dat pas met Ariel naar voren komt. Ik weet dat veel literatuurliefhebbers zich in twee kampen verdeeld hebben: de Plathianen, die zich zo fel keren tegen haar echtgenoot en collega-dichter Ted Hughes dat ze zelfs geprobeerd hebben zijn naam van haar grafsteen af te krijgen, en een partij die Hughes verdedigt door dik en dun, maar ik hou van het werk van beiden. Connie Palmen schreef in haar roman Jij zegt het over het huwelijk van Plath en Hughes, gezien door de ogen van Hughes.
Al mijn boeken van Isaak Babel heb ik weggegeven (behalve de dagboeken en briefwisselingen) en ik heb daarvoor in de plaats Alle verhalen van Isaak Babel gekocht in de vertaling van Froukje Slofstra. Een paar jaar geleden heb ik me op de boekenmarkt in Dordrecht ervan laten overtuigen dat haar vertaling beter is dan die van Charles B. Timmer uit 1972. Bij de kraam van uitgeverij Van Oorschot – die al sinds 1953 de Russische Bibliotheek beheert – vertelden ze me dat waar Timmer twintig woorden nodig heeft om een zin van Babel te vertalen, Slofstra het met vijf woorden af kan. Dat is precies zoals Babel zelf te werk ging: schrappen en nog eens schrappen, totdat alleen het hoognodigste overbleef. Hij had dat geleerd van de door hem zo bewonderde Gustave Flaubert en Guy de Maupassant.
Ik was een beetje huiverig om eraan te beginnen uit angst dat het zou tegenvallen, maar deze zomer zal ik de verhalen van Babel opnieuw lezen, deze keer in de vertaling van Slofstra. Ik begin met De Rode Ruiterij, omdat dat een van de mooiste, gruwelijkste, indrukwekkendste verhalenbundels is die ik ken.
Hettie Marzak
De keuze of ik een roman, studieboek of dichtbundel pak, wordt vooral ingegeven door waar ik op een bepaald moment zin in of behoefte aan heb. Ze liggen altijd alle drie binnen handbereik. Ook tijdens mijn vakantie. Mijn romankeuze wordt ingegeven door het land waar ik dit jaar met vakantie naar toe ga, namelijk Engeland: Wij van de Ripettavan Tomas Lieske. Een roman waarin de schilder Caravaggio de schrijver Shakespeare ontmoet, waarin twee kunsten elkaar ontmoeten. Caravaggio en Shakespeare raken met elkaar bevriend. Een fictief verhaal. Volgens een recensie van Lieke van den Krommenacker wacht mij een ‘levendige, komische en kunstige historische roman die je onherroepelijk ook aan het denken zet over het heden’. De titel verwijst naar een steegje, de Via di Ripetta in Rome, waar ze niet zitten te wachten op een buitenlander zoals Shakespeare.
Ik voel me in de hele wereld thuis van Rosa Luxemburg ga ik lezen ter voorbereiding op een filosofie leesclub met als thema ‘Liefde en verzet’. Brieven van politica, filosofe en activiste Rosa Luxemburg (1871-1919) met een nawoord van Joke Hermsen. Hermsen schrijft dat toen ze Luxemburgs ‘brieven voor het eerst las, [ze] niet alleen werd getroffen door de poëtische zinnen en sprankelende stijl, maar ook door de menselijke betrokkenheid die eruit sprak’. Tijdens een vakantie in Berlijn ben ik eens naar de brug gelopen waar Luxemburg in 1919 door soldaten in het Landwehrkanal was gegooid. Ik heb altijd wat met Lieux de mémoires gehad, maar dit was wel een heel lugubere plek om tijdens je vakantie te bezoeken.
De dunne dichtbundel die ik meeneem (het moet allemaal maar in de koffer passen) is Vergeten liedjes van P.C. Boutens. Op een dag kwam ik een gedicht hieruit, – het bleek het laatste te zijn – tegen in de mailing ‘Laurens Jz. Coster – iedere werkdag een gedicht’ (redactie Raymond Noë). Toen ik het doorstuurde aan een van mijn vrienden, zei hij dat hij het helemaal bij mij vond passen. Is het ‘t zoeken naar een ‘hogere werkelijkheid’ die mij bij Boutens aanspreekt, zijn filosofische insteek, het verlangen naar eenheid, of het wat intellectualistische dat P.N. van Eyck hem verweet? Ik ga het ontdekken. Elke dag een gedicht op papier. Als een bonbon die je langzaam moet proeven. Alleen geen Engelse ben ik bang. Dat dan weer niet.
Drie filosofisch getinte boeken die aan het denken zetten, geschreven in een poëtische taal, levendig en sprankelend schijnt. Het moet raar lopen willen ze niet met elkaar in gesprek gaan. En met mij, als lezer, waarin ze een eenheid hopen te vinden.
Els van Swol
De terugkeer van de charlatan van Jo Komkommer gaat over vervlogen dagen en mensen die er niet meer zijn. Vanuit zijn herinnering en gesprekken met anderen schrijft hij over zijn vader, of over een collega uit de hotelbranche waarin Komkommer dertig jaar werkte. Het zijn prachtige kleine biografieën. Ook over die jaren in dat boetiekhotel in Antwerpen schrijft hij. Wie hij daar ontmoette, acteurs, schrijvers, hoe er gewerkt werd, de collegialiteit. Daartussendoor het verlangen naar een zweempje roem. Hoe hij Isabella Rosselline steeds opnieuw in zijn herinnering het hotel ziet verlaten. Met een citaat van Karel van het Reve, over een een Duitse man die hij voor de oorlog kende, (… Hij sprak altijd heel zachtjes, en rookte Egyptische sigaretten. Hij is tijdens de oorlog in Duitsland gegearresteerd en onthoofd. Af en toe denk ik aan hem. Wie zal als ik dood ben aan hem denken?) opent het boek. Denken aan dingen en mensen tegen het vergeten. Jo Kommer toont zich een liefdevol schrijver met een zweem van weemoed. Prachtig boek!
De wereld in 48 stukken van Menno Hartman laat me verwonderen over dingen waar ik niets van weet. Bijzondere dingen, die aan het licht komen als je de wereldkaart in stukken opdeelt, je focust op een deel daarvan. Wat Hartman deed, hij knipte de wereldkaart in 48 stukken. Hoe de wereld zich dan aan je voordoet. Waar de dingen begonnen, connecties in landslijnen, culturen. Een stuk over Mexico begin over vleermuizen, dan over Rebecca Solnit die schrijft over Tina Modotti die een rol speelde in de Mexicaans communistische beweging waar ook Diego Rivera en Frida Kahlo bij betrokken waren, en eindigt met een gedicht van Octavio Paz. In twee en een halve bladzijde ontstaat een hele wereld. Ook Hartman schrijft vanuit herinneringen, vele delen op de wereldkaart bezocht hij zelf. Dat maakt het boek zo aantrekkelijk, het persoonlijke ontdekken, zijn kennis van de wereldliteratuur, het zoeken naar het verhaal achter de dingen. Dit alles verweven in 48 fijn geschreven stukken. Een boek als een schatkist.
Pooltochten dromen van Erik Harteveld is een klein brievenboek. De blinde Anselm Bijvoet zoekt via de mail contact met de schrijver. De briefwisseling houdt drie maanden stand (10 april – 18 juli 2024). De blinde maakt de schrijver deelgenoot van de reizen die hij d.m.v. een brailleglobe met reliëf maakt. ‘Vanmiddag ga ik eens de tocht van Nansen naar de Noordpool herbeleven.’ Maar is ook nogal kriegelig over het gemak waarmee Harteveld zijn brieven beantwoord. En dan het mysterie van de ouders van Anselm die tijdens een oudejaarsnacht bij een brand in het tuinschuurtje zijn omgekomen. Of hij daar de hand in had? De vraag van de schrijver of zijn ouders oliebollen in het schuurtje bakten waardoor brand ontstond, wordt genegeerd. Na een tiental brieven schrijft Harteveld, ‘Ik ben er nog niet uit of je een grapjas bent of gewoon een vervelend mannetje.’ Na wederzijdse irritaties komt er een kentering, een toegeven aan elkaar, maar ook elkaar door hebben. Over de kracht van het woord en alles wat verzonnen is. Een pareltje, mysterieus ook (waarom schrijven mensen elkaar?).
Ingrid van der Graaf
Ingezonden lezersreactie:
Deze vakantie neem ik het Verzamelde werk van Kafka mee, het ligt al een week achter de voorruit in de helle zon te versmoren, het is te heet om te lezen in Zuid-Frankrijk maar morgen gaan we naar koelere oorden, Kafka vind ik geweldig, zijn korte en langere verhalen. ‘Een plattelandsdokter’ bijvoorbeeld is meeslepend, geestig, hij komt handen te kort:’De moeder staat bij het bed en lokt mij erheen; ik volg haar en leg, terwijl een der paarden luidkeels naar de zoldering hinnikt, mijn hoofd op de borst van de jongen, die rilt onder mijn natte baard.’
Mijn zoon (21) leest bij gebrek aan digitalia Madame Bovary van Gustave Flaubert. Hij weet nu wat ‘drie morgens land’ betekent, maar hij vindt het traag, weinig spanning tot nu toe. maar toch mooie beschrijvingen van kunstvoorwerpen en chateaus…Voor een bijna niet van zijn telefoon los te weken jongere is hij toch zeer belezen: Hertmans, Gospodinov, The prophet song. Tom Sawyer vond hij het mooist, vanwege de spanning en de beschrijvingen van het oude Amerika.
Boeken leiden je naar andere boeken, als stapstenen in een rivier. Ik las een boek van Guido van Heulendonk, Vrienden van de poëzie. Dit bevat vier verhalen over een kettingbrief van gedichten die in coronatijd aan diverse mensen verstuurd worden en hun levens beïnvloeden. In het eerste verhaal, Trisha, krijgt een man van een vroegere collega een gedicht toegestuurd van de Australische dichter Gwen Harwood, Barn Owl getiteld. Zonder het te citeren vertelt Van Heulendonk waar het over gaat: een meisje is boos op haar vader. Omdat ze zich met haar wrok geen raad weet, schiet ze een kerkuil neer. Maar de uil leeft nog. Ontzet van zijn bloedige verminking, zeer plastisch en rauw beschreven, beseft ze wat ze gedaan heeft. De vader staat plotseling achter haar en draagt haar op de uil te doden: ‘End what you have begun’.
Het is het eerste deel van het tweedelige gedicht Father and child. De pendant heet Nightfall, waarin de autoritaire vader oud is geworden en door de inmiddels volwassen dochter met liefde en mededogen beschreven wordt. Van Heulendonk vermeldt ook dat het gedicht een rol speelt in Julian Barnes’ The Sense of an Ending. Daar probeert een schooljongen het gedicht via Eros en Thanatos te verklaren, wat later de rode draad in het boek van Barnes blijkt te zijn. Titel en dichter van het gedicht over de ‘barn owl’ worden niet genoemd; Barnes nam blijkbaar aan dat iedereen wel wist welk gedicht hij bedoelde, maar ik had er geen idee van toen ik zijn boek las. Ik had – net als de verteller in Trisha – nog nooit van Gwen Harwood gehoord. Ik kende zelfs helemaal geen Australische auteurs, of anders wist ik niet dat ze Australisch waren. Alleen Nick Cave, die zijn poëzie op muziek gezet heeft, neemt een prominente plaats in op mijn lijstje van mensen wier werk ik niet kan missen. Maar van Harwood wilde ik meer lezen.
Er bleek van haar niets vertaald te zijn in het Nederlands. Het was al een hele klus om überhaupt een bundel van haar te vinden, laat staan een verzamelbundel met haar complete werk. Uiteindelijk heb ik na lang zoeken een afgeschreven, beduimeld en gestempeld bibliotheekboek met de verzamelde gedichten gevonden in de bibliotheek van Diamond Valley in Brisbane, Australië: Collected Poems. De verzendkosten overtroffen vele malen de aanschafprijs. Maar ik was er dolgelukkig mee. Net zo blij als toen ik uit Amerika een eerste druk liet bezorgen van T.H. White, The sword in the stone, met daarin de hoofdstukken die in alle latere edities ontbreken.
Gwen Harwood (1920-1995) mag dan hier onbekend zijn, in Australië is zij een literaire beroemdheid wier gedichten op middelbare scholen en universiteiten op de verplichte leeslijst staan. Er is zelfs in 1996 een literaire prijs naar haar vernoemd: The Gwen Harwood Poetry Prize. Het beste gedicht wint 2000 Australische dollar. Naast dichter was zij ook librettist; muziek speelde een grote rol in haar leven, wat ook in haar gedichten merkbaar is. Haar eerste gedicht verscheen onder een van haar vele pseudoniemen. Ze schreef onder meer namens Walter Lehmann, Francis Geyer, die als Hongaarse vluchteling schreef over ballingschap, en Timothy Kline. Dit was een jonge anti-oorlogsveteraan van de Vietnamoorlog. Ze hield ervan om een masker te dragen, zei ze in een interview uit 1970: “I like disguises, I like wigs and beards.” Haar bekendste vrouwelijke pseudoniem was Miriam Stone, een verongelijkte
huisvrouw die klaagde over haar bestaan als echtgenote, huisvrouw en moeder. Hiermee brak zij al vroeg een lans voor alle vrouwen die nooit hadden durven toegeven dat niet elke vrouw gelukkig is met keuken en kinderen. Bovendien liet ze zien dat zij als ‘dichter-huisvrouw’, zoals ze in de media genoemd werd, zelf meer dichter dan huisvrouw kon zijn.
In the park
She sits in the park. Her clothes are out of date.
Two children whine and bicker, tug her skirt.
A third draws aimless patterns in the dirt
Someone she loved once passed by – too late
to feign indifference to that casual nod.
“How nice” et cetera. “Time holds great surprises.”
From his neat head unquestionably rises
a small balloon…”but for the grace of God…”
They stand a while in flickering light, rehearsing
the children’s names and birthdays. “It’s so sweet
to hear their chatter, watch them grow and thrive, ”
she says to his departing smile. Then, nursing
the youngest child, sits staring at her feet.
To the wind she says, “They have eaten me alive.”
Haar meestal lange gedichten zijn buitengewoon melodieus en lenen zich voor voordracht. Haar onderwerpen zijn gekozen uit de filosofie, de Europese poëzie – waarbij soms een echo van W.H. Auden is te horen – en de muziek. Bovenal put zij echter uit de verrukkingen en de frustraties van het dagelijkse leven met haar huwelijk en haar vier kinderen: intimiteit, verlangen, plezier, melancholie, grimmigheid, felheid met scheutjes boosaardigheid. Haar poëzie is zeer aards en kan onverwacht humoristisch zijn te midden van de ernst, zoals ze ook een algemene beschrijving plotseling een zeer persoonlijke draai kan geven. Haar liefde voor muziek maakt haar gedichten vormvast en metrisch, het eindrijm is zo subtiel dat het pas bij herlezen wordt opgemerkt. De interpunctie is zeer zorgvuldig en overdacht aangebracht. De traditionele vormen doorbreekt ze vaak door een andere spreker te introduceren in het gedicht. Haar poëzie is intelligent, romantisch en sarcastisch tegelijk, met scherpe hoekjes en weerhaakjes.
Being in the World
Alone behind the wheel
half-stupid with fatigue
I fell briefly asleep
on the Midland Highway. God
or someone slapped my life
back in my empty hands
before metal shaped my ends.
Now there’s iron in my soul.
Iron in my tongue, too,
clapping against the skull.
Somebody, something loves me
enough to keep me here.
Let my enemies take care.
Een dierbaar boek onder de aandacht brengen is zoiets als busladingen vol toeristen naar een tot dan toe onbekend eiland brengen, in de hoop dat de ongerepte staat niet zal worden bezoedeld door achtergelaten afval, luide popmuziek of op elke straathoek een McDonalds. Of zoals een kind, dat zijn grootste schat laat zien op een bedje van watten in een mooi versierd doosje, hoopt dat de volwassenen niet schouderophalend zullen zeggen: o, een knikker. Toch riskeer ik graag deze onderschatting. Van harte hoop ik dat Harwood meer in de belangstelling komt te staan in Nederland. Haar volledige werk omvat 368 gedichten en 13 libretto’s; een goede vertaler zou van de gedichten een tweetalige uitgave kunnen maken. Gwen Harwood verdient het om herinnerd en geliefd te worden.
Anniversary
So the light falls, and so it fell
on branches leaved with flocking birds.
Light stole a city’s weight to swell
the coloured life of stone. Your words
hung weightless in my ear: Remember me.
All words except those words were drowned
in the fresh babbling rush of spring.
In summer’s dream-filled light one sound
echoed through all the whispering
galleries of green: Remember me.
Rods of light point home the flocking
starlings to wintry trees, and turn
stone into golden ochre, locking
the orbit of my pain. I learn
the weight of light and stone. Remember me.
Dit is een speciale bijdrage in het kader van de zomerrubriek Hoop op vertaling. Gedurende de zomer van 2022 zullen onze recensenten bijdragen leveren over boeken die zij opnieuw onder de aandacht willen brengen, omdat ze het waard zijn om heruitgegeven of vertaald te worden.
Als ik drie boeken als tip voor de vakantie moet noemen denk ik het eerst aan Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer. Maar dat las iedereen natuurlijk al. Naast de hoofdthema’s migratie (van toeristen en vluchtelingen) en de identiteit van Europa zitten er ook aardige grapjes in. Toch even één voorbeeld: Ilja heeft in de auto van de vrouw van de Nederlandse ambassadeur in Noord-Macedonië een gesprek over het belang van je geworteld kunnen voelen: ‘Met bloedstollende nonchalance haalde ze via de buitenbocht een tractor in die een kar met bieten trok. “Wortels zijn belangrijk”, zei ze’.
Wie deze roman niet las heeft wat in te halen.
Nee. Laat ik enkele oudere boeken noemen waarnaar ik regelmatig nog eens grijp.
Allereerst twee tegenvoeters: Oorlogsenthousiasme van Ewoud Kieft en De duizelingwekkende jaren van Phillip Blom. Ze beschrijven beide de tijd vanaf ongeveer 1900 tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, maar vanuit gezichtspunten die soms diametraal op elkaar lijken te staan. Kieft verhaalt bijzonder boeiend hoe allerlei bewegingen van kunstenaars en schrijvers oorlog verwelkomden als een revolutie waarin een vastgeroeste en verouderde wereld een wedergeboorte zou doormaken vol energie en levenslust. Daarnaast ontstond er een verheerlijking van het patriottisme. Een toenemend aantal mensen was bereid zich te offeren voor het vaderland.
Auteur: Ewoud Kieft
Uitgeverij: De Bezige Bij
De duizelingwekkende jaren
Dat zijn aspecten die in De duizelingwekkende jaren bijna niet voorkomen. Blom probeerde zich in te leven in de mensen in die vooroorlogse jaren, die nog geen enkele vermoeden hadden van wat wij weten over 1914 en daarna. Bij hem lezen we over optimisme in de vooruitgang in een wereld die steeds sneller werd (denk aan de opkomst van de auto en de consumptiemaatschappij). Een opwinding die echter gepaard ging met angst. Er was dan ook tevens een tendens om juist oude waarden te benadrukken.
Met die paar zinnen doe ik de boeken geen recht, ook niet in relatie tot elkaar, maar het is erg boeiend om ze allebei te (her)lezen en te toetsen aan ons eigen beeld van het lange decennium vóór WO I.
Auteur: Philipp Blom
Uitgeverij: De Bezige Bij
Het leven een gebruiksaanwijzing
Als er één schrijver is met wie ik een dag zou willen optrekken is het Georges Perec (1936-1982). Deze Franse schrijver gaf een bijzondere invulling aan het gezegde ‘In de beperking toont zich de meester’. Het bekendste voorbeeld is zijn roman’t Manco, geschreven zonder de letter E te gebruiken. Perecs Het leven een gebruiksaanwijzing is en grandioos boek gebouwd op vooraf bepaalde patronen. Plaats van handeling een appartementengebouw aan de rue Simon-Crabellier 11, van honderd ruimtes. Perec doorloopt die via de paardensprong uit het schaakspel, waarbij elk appartement één keer mag worden aangedaan. Zo spint hij een web van meer dan honderd verhalen die elkaar kruisen (de genre-aanduiding van het boek is ‘romans’). Hij stelde zich als taak dat in elk hoofdstuk een aantal zelfde elementen terugkeren (eten, drinken, een boek, muziek). De grote lijn wordt gevormd door een legpuzzel, annex schilderij. Het boek ontpopt zich net zo: als een legpuzzel vol woordspelletjes, intertekstuele grappen en raadselachtige gebeurtenissen. Bij tweede lezing zag ik dat er iets raars was met ‘de partituur van een beroemde Amerikaanse hit, Gertrude of Wyoming, van Arthur Stanley Jefferson’. Je leest er overheen, maar in alles zit een grap: het ‘lied’ is een gedicht van de Schot Thomas Campbell; het is nooit op muziek gezet, was nooit een hit en de genoemde componist was de echte naam van Stan Laurel. Op internet wemelt het van de sites waarop de structuur van het boek wordt beschreven en bediscussieerd en dit soort grappen worden ontrafeld. Het leven een gebruiksaanwijzing lezen gaat dan ook gepaard met veel gesnuffel op internet, resulterend in marges vol aantekeningen.
Voor kunstliefhebbers en geïnteresseerden in de geschiedenis van de Sovjet-Unie is een nieuw boek van Sjeng Scheijen een absoluut feest, zeker na het succes van zijn biografie uit 2009 over Sergej Diaghilev, de oprichter van het vermaarde Ballets Russes. Kunstenaars als Diaghilev, zijn compaan Alexander Benois en de schilder Kandinsky waren verfijnde lieden, zelfbewust en goed opgeleid en, in de tsarentijd, bekend met hofkringen, terwijl Malevitsj en Tatlin, de twee iconen van de Russische avant-garde waaromheen het nieuwe boek van Sjeng Scheijen, De avant-gardisten 1917-1935, is opgebouwd, van veel eenvoudiger komaf zijn.
Malevitsj was een autodidact, een begenadigd vertolker van zijn eigen ideeën, hoewel niet altijd door iedereen goed begrepen. Malevitsj is een charismatische man die echt school maakt. Vrijwel alle avant-gardekunstenaars van zijn tijd zijn beïnvloed door Malevitsj. Tatlin is de meer ingetogen eenling, die zich tracht te onttrekken aan de al te aanwezige Malevitsj. Tatlin houdt er ook andere artistieke opvattingen op na. Hij houdt zich vooral bezig met conceptuele kunst, met het maken van mechanische constructies, maar ook gebruikskunst als ontwerpen van bedrijfskleding en stoelen.
Sjeng Scheijen slaagt erin de artistieke wereld van de avant-garde op weergaloze wijze tot leven te brengen dankzij gedegen onderzoek op basis van uniek bronmateriaal.
Auteur: Sjeng Scheijen
Uitgeverij: Prometheus
De toekomst die nooit kwam
Hoe een communistische droom van een nieuwe wereld en de nieuwe mens in duigen valt en ontaardt in terreur wordt beschreven door Marc Jansen in De toekomst die nooit kwam, Een geschiedenis van Oekraïne. De vraag die hem bezighoudt is: ‘Welke toekomst heeft Rusland onder Poetin?’ Tot nog toe zijn de Russen niet in staat gebleken hun eigen revolutionaire verleden onder ogen te zien en rekenschap te vragen aan de verantwoordelijke mensen. Hoewel het duidelijk is onder wat voor schrikbewind de Russen ten tijde van Lenin en Stalin geleefd hebben staan Lenin en Stalin nog steeds in hoog aanzien. Er is zelfs sprake van een zekere Stalin-revival. Poetin laveert tussen de neo-stalinisten in zijn land en de aanhangers van de Russisch orthodoxe kerk, terwijl hij zelf steeds meer verwikkeld raakt in de netten van corrupte oligarchen. Kinderen krijgen op school les over de heldenrol van de Russische soldaten in de Grote Vaderlandse Oorlog tegen Nazi-Duitsland en de grote oorlogsleider Stalin, maar horen niets over het pact dat Stalin sloot met Hitler om Polen te verdelen en de Baltische staten in te lijfen, niets over de terreur van Stalin en de blunders in de voorbereiding op de oorlog, laat staan over de holodomor in de Oekraïne, de bewust door de communisten gecreëerde hongersnood in de jaren dertig waarover Marc Jansen eerder in zijn boek Grensland, een geschiedenis van Oekraïne heeft bericht. Er wordt een mythe in stand gehouden op basis van nepnieuws en geschiedvervalsing, maar voor hoe lang nog?
In dit verband is het aardig om het boek Kuifje in de Sovjet-Unie te herlezen. Het boek blijkt een groter waarheidsgehalte te bevatten dan menigeen in de tijd van verschijnen voor mogelijk hield.
Auteur: Marc Jansen
Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot
Een bijna volmaakte vriendschap
Dit prachtige kleinood verdient het om nogmaals onder de aandacht gebracht te worden. Zelden heb ik zo’n beklemmend boek gelezen, dat bepaald niet zonder humor is. Juist daarom wordt je er in meegezogen. De setting is vervreemdend, bijna een toneelstuk van Pinter. Jongeman zit op een bankje in een park tegenover kantoorklerk van middelbare leeftijd. Op vaste dagen zitten zij daar. Ze merken elkaar op. Ze maken contact. Er komt een gesprek. Ze gaan op dezelfde bank zitten. Het gesprek wordt intiemer. Er ontstaat een band. Wat is dat? Is dat vriendschap, liefde? Is dat wat je aan het leven bindt? Elke zin in dit boek is raak en betekenisvol. Het boek stijgt boven het verhaal uit. Het boek gaat uiteindelijk over jou, de lezer. Voor een recensie van dit boek verwijs ik graag naar Anky Mulders op Literair Nederland.
Voor de zoveelste keer herlees ik Der Butt (De bot) van Günter Grass uit 1977. Dit boek bergt zoveel in zich dat het lijkt alsof je meerdere boeken tegelijk leest: een kookboek, een sprookjesboek, een feministisch manifest, een schelmenroman, een geschiedenisboek. Hierdoor wisselt ook de leeservaring: nu eens is het hilarisch, dan weer ontroerend, af en toe wrevel verwekkend, maar altijd om van te genieten. Het is zo bont en veelomvattend, dat je bij herlezing steeds weer iets tegenkomt dat je eerder niet was opgevallen.
De bot wordt in de Steentijd gevangen in de Oostzee op de plek waar later Grass’ geliefde Danzig zal staan. In ruil voor de vrijheid belooft hij de visser, Grass’ alter ego, onsterfelijk te maken en hem met raad en daad bij te staan in zijn pogingen in verschillende tijdperken om onder de heerschappij van de vrouwen uit te komen. Zij hebben de macht in de keuken en in het bed. In de 20e eeuw is het de schrijver die het verhaal van de bot vertelt aan zijn zwangere vrouw: in negen maanden doet hij verslag van zijn negen levens, terwijl de bot opnieuw gevangen wordt en voor een feministisch tribunaal gebracht wordt, waar hij wordt aangeklaagd als voorvechter van de onderdrukking van de vrouw.
In 2007 werd de eerste zin van Der Butt uitgeroepen tot mooiste openingszin uit de Duitstalige literatuur: ‘Ilsebil salzte nach’ (Ilsebil voegde zout toe). Volgens de jury zou hieruit blijken dat het toch weer de vrouw is die betekenis toevoegt.
Auteur: Günter Grass
Uitgeverij: Meulenhoff
Kim
Zojuist heb ik Kim van Rudyard Kipling weer gelezen: een boek om van te houden. Dit verhaal, dat in 1901 verscheen, verbeeldt Kiplings eigen jeugd in India. Het is een avonturenroman, maar het belangrijkste is het inzicht dat het boek biedt in de verschillen tussen oost en west, tussen de culturen van Indië en die van het Verenigde Koninkrijk. Kim is een twaalfjarige weesjongen, zoon van een Ierse soldaat, die aan het einde van de 19e eeuw onder de Britse overheersing leeft in Lahore als een vis in het water. Kim beheerst alle dialecten en is van alle markten thuis. Daarom wordt hij ingezet als spion in ‘The Great Game’ van de Engelsen om de controle over India te bewaken. Maar Kim is bevriend geraakt met een oude Tibetaanse lama, die op zoek is naar een heilige rivier. Kim vertegenwoordigt zowel Oost als West: hij gaat met de lama mee op diens queeste, maar alleen in de periode wanneer hij niet naar school hoeft. Uiteindelijk moet Kim een keuze maken: Kipling schreef in een van zijn gedichten ‘East is east and west is west and never the twain shall meet’.
Kipling wordt steun aan het imperialisme verweten (The White Man’s Burden) en een paternalistische houding ten opzichte van de bevolking. Hij zag de overheersing van de Engelsen echter als economische en morele ontwikkeling voor India. Wat vooral uit de roman blijkt, is Kiplings grote liefde en respect voor het land. Het is dan ook geen verrassing dat Kim zijn geliefde lama trouw blijft.
Auteur: Rudyard Kipling
Uitgeverij: Athenaeum – Polak & Van Gennep
Obsessie
In 1990 verscheen Obsessie van Byatt, ik kocht het vanwege de intrigerende afbeelding op de voorkant en omdat het een lekker dik boek was. Ook hier zit een boek in een boek in een boek, als een Droste-effect: zeer complex en aantrekkelijk. Het is het verhaal van twee literatuuronderzoekers, Roland en Maud, en de twee dichters die het onderwerp van hun research zijn: R. H. Ash en Christabel LaMotte. De levens van Roland en Maud worden met elkaar verweven, net als de levens van de dichters, zoals ze bij toeval ontdekken: Roland vindt brieven van de dichter Ash, die zijn gericht aan LaMotte. In het hart van de roman wordt het liefdesverhaal van de twee dichters verteld. Byatt heeft er ook nog een literaire detective van gemaakt: de onderzoekers proberen het geheim van de dichters te achterhalen en worden daarbij lastig gevallen door andere academici die ook belang hebben bij het onderzoek.
En daar tussendoor word je getrakteerd op poëzie, sprookjes, spiritualisme, beschrijvingen van landschappen en humor. Bovendien voert Byatt een aantal personen op die in totaal twee eeuwen bestrijken; ze laat de ingewikkelde verhaallijnen samenkomen zoals een jongleur zijn ballen in de lucht houdt: virtuoos.
De roman laat de verschillende vormen zien waaruit obsessie kan bestaan: de kwellende drang om iets te bezitten, die mensen tot het uiterste kan drijven, waarbij het er niet toe doet wat het onderwerp van de hartstocht is: de geliefde, de zucht naar academische roem of het einde van een zoektocht.
Hans Boland maakte een nieuwe vertaling van Schuld en boete, de roman die Fjodor Dostojevski (1821 – 1881) in 1866 schreef. Boland koos voor de titel Misdaad en straf die Jan Meijers in 1956 introduceerde voor de toenmalige Van Oorschotuitgave.
Student Raskolnikov vermoordt de gluiperige pandjesweduwe Aljona Ivanovna met een bijl. Hij wil met haar geld goede daden doen en vindt daarom zijn daad moreel verantwoord: de vrouw was oud en gierig en anderen kunnen haar geld goed gebruiken. Raskolnikov rechtvaardigt zijn gedrag op allerlei manieren, o.a. met zijn theorie over geniale en middelmatige mensen. Geniale mensen staan boven de wetten die zijn gemaakt door de middelmaat. Het boek gaat om vragen als: Mag je voor een nobel doel iemand doden? Komt Raskolnikov weg met zijn daad of wordt hij uiteindelijk toch gestraft? Het boek is deels een psychologische roman – waarom heeft Raskolnikov de oude Aljona Ivanovna vermoord en kan hij verder leven met zijn schuld? – en deels een detective – zal hoofdrechercheur Porfiri Petrovitsj erin slagen Raskolnikov te ontmaskeren als moordenaar?
Het verhaal uit 1866 komt niet gedateerd over, qua thematiek is het boek nog steeds actueel: mag men zich boven de wet stellen op basis van een ideologie? In onze tijd zou het gaan om de vraag: Is Raskolnikov een terrorist of een verwarde man?
Echt een aanrader dit boek. Het is schitterend uitgegeven in de Russische Bibliotheek van uitgeverij Van Oorschot. Het boek leest door de nieuwe vertaling als een trein, alsof het niet ruim 150 jaar geleden maar vorige maand is uitgebracht. Een schitterend boek voor de vakantie.
Auteur: Fjodor Dostojevski
Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot
I am
Fotograaf Erwin Olaf is in juli 2019 zestig jaar geworden. Op zijn verjaardag werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Om het jubileum te vieren zijn er meerdere tentoonstellingen en binnen- en buitenland. Tot juni was er in het Gemeentemuseum en in het Fotomuseum Den Haag een dubbeltentoonstelling over zijn werk. Tegelijkertijd verscheen I am, een vuistdik boek met een uitgebreid overzicht van zijn fotowerk.
I am is een overzichtsboek van het belangrijkste werk van deze vermaarde fotograaf. I am bevat bovendien beschouwingen over zijn fotowerk en een uitgebreid interview dat Laura Stamps (conservator Moderne Kunst bij het Gemeentemuseum Den Haag) met hem had. Hieruit blijkt dat Olaf met zijn werk reageerde op ingrijpende gebeurtenissen, zoals de moord op Theo van Gogh (2004) en de aanslagen op het WTC in New York in 2001, Charlie Hebdo (2011) en de Bataclan (2015). Olaf in dat interview: ‘Al mijn foto’s hebben te maken met de vrijheid, die sinds de jaren zeventig, en zeker sinds de millenniumwisseling, meer en meer op het spel staat. /…./ Wij die in de vrije wereld leven, moeten onze waarden en normen steviger gaan verdedigen, want voor je het weet is het fragiele vrijheidssprookje uit.’ Vandaar ook de titel van het boek: I am. Olaf: ‘Ik besta in vrijheid, dus ik ben.’ Met zijn foto’s laat Olaf zien hoe belangrijk de vrijheid van het individu is.
De dubbeltentoonstelling in Den Haag is afgelopen, maar het Rijksmuseum presenteert ter gelegenheid van de overdracht van Olafs kerncollectie – ca. 500 werken uit zijn 40-jarig oeuvre – 12x Erwin Olaf (t/m 22 september 2019).
Auteur: Erwin Olaf, Mattie Boom, Francis Hodgson, W.M. Hunt, Lesley A. Martin, Laura Stamps
Uitgeverij: Hannibal
Lust for Life
Fotograaf en filmer Ed van der Elsken (1925-1990) werd in de vorige eeuw bij het grote publiek vooral bekend door zijn programma’s op de VPRO-televisie. De kijker zag hem in de straten van Amsterdam aan het werk als fotograaf. Van der Elsken ging in gesprek met de mensen die hij op de foto zette. Op youtube zijn daar nog fragmenten van te vinden, zoals bijvoorbeeld Ed van der Elsken: straatfotograaf avant la lettre. Hij cirkelde om zijn onderwerpen heen, praatte met de mensen en hij maakte zijn foto’s. Ze hadden direct contact met de fotograaf en kijken recht in de lens. Als kijker zie je wat Van der Elsken door zijn lens zag.
Van der Elsken was niet bang om mensen ‘lastig te vallen’. Door die manier van fotograferen en de manier waarop hij zijn foto’s afdrukte in diepzwart met grove korrel kregen zijn foto’s een Ed van der Elskenstempel. Het zijn foto’s uit de tijd dat de lichtgevoeligheid van de filmrolletjes nog werd uitgedrukt in DIN en ASA.
Maar Van der Elsken maakte al die tijd ook kleurenfoto’s en dia’s. Hij had thuis een enorme verzameling van ruim 45.000 dia’s. In de vochtige kelder van zijn huis in Edam lagen die te verschimmelen. Het Nederlands Fotomuseum heeft de dia’s vanaf 2015 gerestaureerd en gedigitaliseerd. Het was het grootste fotorestauratieproject ooit. Nu, vier jaar later, is er een overzichtstentoonstelling met bijbehorend boek van het belangrijkste kleurenwerk van Van der Elsken. Geniet opnieuw van de prachtige foto’s van onder meer Amsterdam in de jaren zestig en zeventig.
Lust for Life, Ed van der Elsken t/m 6 oktober in Nederlands Fotomuseum Rotterdam.
Auteur: Frits Gierstberg, Loes van Harrevelt, Katrin Pietsch