• Oogst week 27 – 2023

    Ideeën – Het boek Le Grand

    Welke passage over de liefde zou beroemder zijn: Korintiërs 1 vers 13 of ‘Es ist was es ist, sagt die Liebe’? De laatste zin komt van dichter Heinrich Heine, de geestelijk vader van onder andere Die Lorelei. Als vertegenwoordiger van de Romantiek vermengt hij in zijn oeuvre bittere ernst met zwartgallige humor, mislukking met triomf, liefde voor kunst met maatschappijkritiek. Hij waarschuwt zelfs voor regimes die boeken verbranden, want zulke regimes zullen hetzelfde met mensen doen. Dat hij tijdens het Derde Rijk logischerwijs zélf onder ‘entartete Kunst’ viel, heeft zijn status allerminst bezoedeld. Eén van zijn vroegste prozawerken uit 1827, Ideen – das Buch Le Grand, kent eindelijk een Nederlandse vertaling van Ria van Hengel. In dit boek toont Heine zich de humorist én criticus van wie Duitsland zo veel houdt.

    In Ideeën – het boek Le Grand vertelt Heine over zijn jeugd en eerste liefdes, zijn bewondering voor revolutionair Napoleon én een bijzondere trommelaar. Even beroemd als Oskar uit Die Blechtrommel van Günter Grass is deze monsieur Le Grand weliswaar niet, maar de drummende tamboer-majoor dicteert wel de cadans waarin Heine schrijft. Zo blijft de dichter Heine altijd aanwezig in de bij vlagen polemische, journalistieke teksten. Het verbaast overigens niet dat talloze schrijfsels van Heine postuum tot lied zijn omgetoverd. Uiteindelijk kiest de romanticus voor een leven (en levenseinde) in Parijs. De opmaat naar deze zelfgekozen emigratie klinkt al door in Ideeën – het boek Le Grand. Weggaan doet zeer, maar hoe zit dat met weten dat je ooit weg zult gaan?

    Ideeën - Het boek Le Grand
    Auteur: Heinrich Heine
    Uitgeverij: Uitgeverij G.A. van Oorschot

    Het volle leven

    De ultieme inspiratiebron van Charles Bukowski heet John Fante (1909 – 1983). Dat belooft wat. Deze zoon van een Italiaanse immigrant maakt in de jaren ’30 furore met de boeken Wait until spring, Bandini en Ask the Dust. Aangezien Fante uitwijkt van Colorado naar Los Angeles, wordt één aantrekkelijk scenario bewaarheid: hij mag filmscripts gaan schrijven. Maar waar zijn eerste twee romans zeer geschikt zijn voor het witte doek, zit dat anders met de biografische roman Het volle leven, origineel Full of Life (1952). Het blijkt een romcom, zonder dat er echt iets te lachen valt. Niettemin wordt het boek een gigantisch commercieel succes. Zonder gêne kiest Fante voor de Amerikaanse droom van financiële onafhankelijkheid: “My business in life is to save myself. (…) I shall not dirty my hands trying to save the masses.” Scoren dus.

    Deze lelijke waarheid, waarover Fante altijd eerlijk is geweest, verweeft hij in al zijn boeken. In het voorwoord van Het volle leven noemt Jaap Scholten John Fante de grootmeester van het verlangen. Inderdaad is verlangen de drijvende kracht achter de American Dream, waar Full of Life aan appelleert: nooit is het genoeg, altijd lonkt de belofte naar meer. Tegelijk laat Fantes carrière zien hoe gewoontjes en toevallig het leven van een schrijver in een stroomversnelling raakt. Pas als filmscenarist begint hij de successen te boeken die hem uit de armoede van zijn jeugd sleuren. Het volle leven is zo Amerikaans als wat: ene John krijgt vrouw en kind, maakt ruzie met zijn bemoeizuchtige Italiaanse ouders én worstelt zich omhoog in de arena van Los Angeles. Want net als nu, was het toen flink sappelen voor de broodschrijvers in Hollywood…

    Het volle leven
    Auteur: John Fante
    Uitgeverij: Uitgeverij Oevers

    De amuletten van de liefde en van de wapenen – een trilogie

    Kort na de Tweede Wereldoorlog verschijnen drie liefdesverhalen van Andreas Embirikos. Hij is Griekenlands beroemdste psychoanalyticus en surrealist. Argo of de Ballonvaart, Zemfyra of het Geheim van Pasiphaë en Beatrice of de Liefde van Buffalo Bill komen pas in 2012 als drieluik samen tot De amuletten van de liefde en van de wapenen. In deze trilogie verkent Embirikos de grens tussen lust en liefde en kiest hij voor een vrijzinnige ondertoon. Dit deed hij overigens al eerder in het erotische O Megas Anatolikos. Anders gezegd: niet voor niets kent het fenomeen ‘porneia’ zijn oorsprong in het oude Griekenland. Argo speelt zich af in Zuid-Amerika, Zemfyra in Parijs en Beatrice in de VS. De liefde komt voorbij in respectievelijk goede vs. slechte lust, relatietherapie en ware liefde.

    Vertaler Hero Hokwerda merkt op dat moderne Griekse literatuur allang niet meer hoofdzakelijk doordrenkt is met de mythologie uit de Klassieke Oudheid. Deze ontwikkeling dankt zij mede aan modernisten als Andreas Embirikos. Toch dringt de associatie met een zwaarwegende, eeuwenoude traditie zich op in De amuletten van de liefde en van de wapenen. Argo is de boot waarop Iason en de Argonauten koers zetten naar Het Gulden Vlies. Pasiphaë bevalt van de beroemde Minotaurus na gemeenschap met een witte stier. En Beatrice is de muze van niemand minder dan Dante Alighieri, de schrijver van De Goddelijke Komedie. Je zou haast denken dat er alleen over erotiek geschreven mag worden, zolang de grote namen een eervolle vermelding krijgen. Rode oortjes vallen niet op onder het schijnsel van een aureool.

     

    De amuletten van de liefde en van de wapenen - een trilogie
    Auteur: Andreas Embirikos
    Uitgeverij: Ta Grammata
  • Oogst week 15 – 2023

    Onze voorouders ('I nostri antenati')

    Italo Calvino (Cuba, 1923) is één van die schrijvers die de oorlog niet slechts beschrijft vanaf de veilige zijlijn: tijdens de Tweede Wereldoorlog zit hij daadwerkelijk in het Italiaanse verzet. Na de val van Mussolini studeert Calvino literatuurwetenschappen in Turijn en sluit hij zich aan bij de Italiaanse communistische partij, die hij in 1957 weer verlaat. Ondertussen blijkt hij een productief schrijver. Nagenoeg alle romans die uit zijn pen vloeien, vallen op door magisch-realisme enerzijds en door een grote maatschappelijke betrokkenheid anderzijds. In 1960 verschijnt Calvino’s trilogie ‘I nostri antenati’, Onze voorouders.

    Pas in 1986, een jaar na Calvino’s heengaan, publiceert Bert Bakker eindelijk de Nederlandse vertaling. Heinrich Heine merkte niet voor niets ooit op: ‘In Holland passiert alles erst dreissig Jahren später.’ Het is een drieluik van Calvino’s vroegere novellen De gespleten burggraaf, De baron in de bomen en De ridder die niet bestond. Uitgeverij LJ Veen Klassiek geeft het nu opnieuw uit, na Calvino’s werken De onzichtbare steden, Als op een winternacht een reiziger en Waarom zou je de klassieken lezen? LJ Veen Klassiek wil Nederland laten ontdekken waarom het Calvino zou moeten lezen!

    Onze voorouders ('I nostri antenati')
    Auteur: Italo Calvino
    Uitgeverij: LJ Veen Klassiek

    Uitzicht van dichtbij

    In een artikel voor Vice schrijft Megan van Kessel (1989): ‘Ik ging na waarom het schrijven van mijn boek inmiddels al net zo lang duurt als het leven van een gezonde cavia.’ Deze plompverloren nuchterheid had zo uit de koker van Paulien Cornellisse kunnen komen. Het alledaagse dat tegelijk het bijzondere daarvan benadrukt, valt onder Nieuwrealisme. Van Kessels debuut, Uitzicht van dichtbij, maakt het leven op het platteland, moederschap en tuinieren tot iets uitzonderlijk gewoons. De wat paradoxale titel is behalve een uitzicht van dichtbij, eveneens een zeer lezenswaardige focus van veraf. Maar waarop?

    Bij het eerder aangehaalde stuk in Vice schampert Van Kessel over haar eigen werk: ‘… wat ik op papier zette [was] niet veel spannender dan een gemiddelde gebruiksaanwijzing van aspirine.’ Op deze zelfkritiek valt een hoop af te dingen. Talloze auteurs gingen haar voor in het schrijven over banaliteiten. Het kan haast niet anders of Van Kessel is een begenadigde stilist. Het medium Papieren helden omschrijft haar werkethiek als volgt: ‘Toen ze moeder werd en nooit meer tijd had, ging het beter met schrijven.’ Dit heeft dus geleid tot Uitzicht van dichtbij. Het wordt hoog tijd de schrijfkunsten van de Waalse van dichtbij te bewonderen.

    Uitzicht van dichtbij
    Auteur: Megan van Kessel
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar

    Schrikkeljaar

    Als de titel van Anka Hashins literaire debuut, Schrikkeljaar, een voorbode is voor haar productiviteit, zitten we voorlopig geramd. In dit boek geeft Hashin (1980) volgens de Oost-Europese traditie en tóch in geheel eigen stijl een kleurrijk beeld van haar inmiddels niet meer bestaande vaderland: de Sovjet-Unie. De nostalgie voor haar geboortegrond gaat wel wat dieper dan de ‘industrieel-dus-gaaf-lampje’-fabriekshallenromantiek. Hashin is naast auteur beeldend kunstenares. Ze interesseert zich bovenmatig voor het spanningsveld tussen het vergane en het moderne, conservering en verwaarlozing.

    Volgens Uitgeverij Vrijdag is Schrikkeljaar een verhalenbundel die de grens tussen mens, dier en andere schepsels vervaagt. Het motto bij één van Hashins verhalen komt van Günter Grass: ‘De vogelverschrikker is gemaakt om op de mens te lijken.’ Weliswaar niet als een vogelverschrikker, maar als een piloot in alwetend perspectief beziet Hashin de teloorgang van de Sovjetrepubliek. Het literaire maandblad waarvoor Hashin schrijft, Znamya, betekent bovendien ‘spandoek’. Daarom zou Schrikkeljaar weleens de perfecte luchtreclame kunnen zijn voor de eersteling van Anka Hashin.

    Schrikkeljaar
    Auteur: Anka Hashin
    Uitgeverij: Uitgeverij Vrijdag
  • Zomerlezen – Drie mooie klassiekers

    De bot

    Voor de zoveelste keer herlees ik Der Butt (De bot) van Günter Grass uit 1977. Dit boek bergt zoveel in zich dat het lijkt alsof je meerdere boeken tegelijk leest: een kookboek, een sprookjesboek, een feministisch manifest, een schelmenroman, een geschiedenisboek. Hierdoor wisselt ook de leeservaring: nu eens is het hilarisch, dan weer ontroerend, af en toe wrevel verwekkend, maar altijd om van te genieten. Het is zo bont en veelomvattend, dat je bij herlezing steeds weer iets tegenkomt dat je eerder niet was opgevallen.

    De bot wordt in de Steentijd gevangen in de Oostzee op de plek waar later Grass’ geliefde Danzig zal staan. In ruil voor de vrijheid belooft hij de visser, Grass’ alter ego, onsterfelijk te maken en hem met raad en daad bij te staan in zijn pogingen in verschillende tijdperken om onder de heerschappij van de vrouwen uit te komen. Zij hebben de macht in de keuken en in het bed. In de 20e eeuw is het de schrijver die het verhaal van de bot vertelt aan zijn zwangere vrouw: in negen maanden doet hij verslag van zijn negen levens, terwijl de bot opnieuw gevangen wordt en voor een feministisch tribunaal gebracht wordt, waar hij wordt aangeklaagd als voorvechter van de onderdrukking van de vrouw.

    In 2007 werd de eerste zin van Der Butt uitgeroepen tot mooiste openingszin uit de Duitstalige literatuur: ‘Ilsebil salzte nach’ (Ilsebil voegde zout toe). Volgens de jury zou hieruit blijken dat het toch weer de vrouw is die betekenis toevoegt.

     

    De bot
    Auteur: Günter Grass
    Uitgeverij: Meulenhoff

    Kim

    Zojuist heb ik Kim van Rudyard Kipling weer gelezen: een boek om van te houden. Dit verhaal, dat in 1901 verscheen,  verbeeldt Kiplings eigen jeugd in India. Het is een avonturenroman, maar het belangrijkste is het inzicht dat het boek biedt in de verschillen tussen oost en west, tussen de culturen van Indië en die van het Verenigde Koninkrijk. Kim is een twaalfjarige weesjongen, zoon van een Ierse soldaat, die aan het einde van de 19e eeuw onder de Britse overheersing leeft in Lahore als een vis in het water. Kim beheerst alle dialecten en is van alle markten thuis. Daarom wordt hij ingezet als spion in ‘The Great Game’ van de Engelsen om de controle over India te bewaken. Maar Kim is bevriend geraakt met een oude Tibetaanse lama, die op zoek is naar een heilige rivier. Kim vertegenwoordigt zowel Oost als West: hij gaat met de lama mee op diens queeste, maar alleen in de periode wanneer hij niet naar school hoeft. Uiteindelijk moet Kim een keuze maken: Kipling schreef in een van zijn gedichten ‘East is east and west is west and never the twain shall meet’.

    Kipling wordt steun aan het imperialisme verweten (The White Man’s Burden) en een paternalistische houding ten opzichte van de bevolking. Hij zag de overheersing van de Engelsen echter als economische en morele ontwikkeling voor India. Wat vooral uit de roman blijkt, is Kiplings grote liefde en respect voor het land. Het is dan ook geen verrassing dat Kim zijn geliefde lama trouw blijft.

     

    Kim
    Auteur: Rudyard Kipling
    Uitgeverij: Athenaeum – Polak & Van Gennep

    Obsessie

    In 1990 verscheen Obsessie van Byatt, ik kocht het vanwege de intrigerende afbeelding op de voorkant en omdat het een lekker dik boek was. Ook hier zit een boek in een boek in een boek, als een Droste-effect: zeer complex en aantrekkelijk. Het is het verhaal van twee literatuuronderzoekers, Roland en Maud, en de twee dichters die het onderwerp van hun research zijn: R. H. Ash en Christabel LaMotte. De levens van Roland en Maud worden met elkaar verweven, net als de levens van de dichters, zoals ze bij toeval ontdekken: Roland vindt brieven van de dichter Ash, die zijn gericht aan LaMotte. In het hart van de roman wordt het liefdesverhaal van de twee dichters verteld. Byatt heeft er ook nog een literaire detective van gemaakt: de onderzoekers proberen het geheim van de dichters te achterhalen en worden daarbij lastig gevallen door andere academici die ook belang hebben bij het onderzoek.

    En daar tussendoor word je getrakteerd op poëzie, sprookjes, spiritualisme, beschrijvingen van landschappen en humor. Bovendien voert Byatt een aantal personen op die in totaal twee eeuwen bestrijken; ze laat de ingewikkelde verhaallijnen samenkomen zoals een jongleur zijn ballen in de lucht houdt: virtuoos.

    De roman laat de verschillende vormen zien waaruit obsessie kan bestaan: de kwellende drang om iets te bezitten, die mensen tot het uiterste kan drijven, waarbij het er niet toe doet wat het onderwerp van de hartstocht is: de geliefde, de zucht naar academische roem of het einde van een zoektocht.

    Obsessie
    Auteur: A. S. Byatt
    Uitgeverij: Uitgeverij Rainbow
  • Lustwandeln in het Tiergartenpark

    Lustwandeln in het Tiergartenpark

    Het staat er bijna zakelijk tussen de citaten die in het Deutsches Wörterbuch (DWB) de betekenissen van het woord Frucht illustreren: ‘Met dit woord zou Jacob Grimm zijn pen helaas voor altijd neerleggen. de rest, tot het einde van de hier uitgewerkte letter, is mijn werk. Weigand’ (Weigand is een van de taalkundigen die het werk aan het DWB hebben voortgezet). Die zakelijke vermelding krijgt een ontroerend kader in Grimms Wörter van Günter Grass. Zijn boek is een biografie van Wilhelm en Jacob Grimm, een verslag van het ontstaan van het DWB, van de ontwikkeling van de Duitse taal én een terugblik op Grass’ eigen leven in één. De roman is er nu in het Nederlands als De woorden van Grimm. En dat is een bijzondere prestatie. Maar daarover later.

    Een liefdesverklaring is de ondertitel van Grass’(mogelijk laatste) boek: ‘Mijn land doet me pijn, ik walg ervan, maar ik ben verknocht aan zijn taal’, schrijft hij. En dat blijkt uit alles. Hij schrijft bijna vertederd over de samenwerking van de twee broers, die op hem als kind al indruk maakten met hun sprookjes (het idee voor Oskar in De blikken trom komt voort uit Klein Duimpje) en over de manier waarop zij de lemma’s voor hun woordenboek samenstelden. Tegelijk trapt Grass nog eens tegen veel kopstukken uit de recente Duitse geschiedenis, die hij ook al niet spaarde in De rokken van de ui en De box, de twee autobiografische voorgangers van De woorden van Grimm.

    DWB
    Voor alle duidelijkheid: het DWB is het Deutsches Wörterbuch, het meest uitgebreide lexicon van de Duitse taal. Het werd in 1838 door de gebroeders Grimm begonnen en was in 1960 klaar. Het is wat de wordingsgeschiedenis betreft dan ook vergelijkbaar met het WNT, het Woordenboek der Nederlandsche Taal, bij ons. Dat werd in 1851 begonnen en pas in 1998 voltooid.

    De woorden van Grimm telt negen hoofdstukken. De titels ervan verwijzen naar de letters A, B, C, D, E, F, K, U en Z van het DWB. De eerste zes (tot en met F) beschrijven het leven van Jacob en Wilhelm en hun werk aan het woordenboek tot het moment dat Jacob in 1863, werkend aan Frucht, ‘zijn pen helaas voor altijd’ neerlegt, een paar jaar na de dood van zijn jongere broer in 1859, die toen op het punt stond aan Durst te beginnen.

    Grass springt vervolgens naar de letters K, U en Z. Daar heeft hij verschillende redenen voor. De K (geredigeerd door de vroegere corrector van de twee broers, Rudolf Hildebrand) verscheen eerder dan de delen over de G, H, I en J (allemaal) en biedt Grass de mogelijkheid uit te leggen hoe het werk van de broers meteen na hun dood werd overgenomen. Maar het lijkt ook een politieke keus: hij kan daardoor bij Krieg uitweiden over oorlogen waaraan hij zelf herinneringen heeft. Voor de hoofdstukken U en Z kiest hij om de afloop van het DWB-project te kunnen beschrijven.

    Calèches en chaises
    Grass laat het niet alleen bij een koppeling van hoofdstukken aan de letters als opstapjes naar fases in het ontstaan van het woordenboek; hij past ook zijn taalgebruik aan de behandelde letter aan. Zo beschrijft hij in het derde hoofdstuk (over de C) hoe de broers vaak wandelden in het Tiergartenpark in Berlijn om daar inspiratie op te doen. Daar was van alles te zien aan ‘voortrijdende calèches en chaises: in stadse cercles wordt commentaar geleverd op wisselingen in het cabinet, ook vermoedt men conspiratief een complot’ enzovoort.

    Grass brengt de broers Grimm levendig dichtbij. Hij probeert zich voor te stellen hoe ze, ieder in hun eigen werkkamer, in één huis (dat van Wilhelm, die getrouwd was) in de weer zijn met het verwerken van kaartjes waarop ze herkomst van woorden, betekenisveranderingen en gebruik in de loop van de geschiedenis hebben genoteerd. Af en toe roepen ze een vraag naar elkaar. Ze houden ook van de buitenlucht en als ze zich vertreden in het Tiergartenpark, mengt Grass (die zelf in de buurt ervan woont) zich in hun gesprek. Het wordt ons duidelijk dat Jacob en Wilhelm onafscheidelijk zijn, maar ook hun eigenzinnigheden hebben. Zo is de ongetrouwd gebleven Jacob ‘met zijn vrees voor vieze woorden en zijn levenslang volgehouden afstand tot het vrouwelijk geslacht’ soms te preuts naar Wilhelms zin. Dezelfde Jacob moet niks van Franse leenwoorden hebben en dat zorgt vooral bij de C voor de nodige leemtes, constateert Grass.

    Hoofdletterloos
    Jacob is het ook die de hoofdletters afschaft aan het begin van een nieuwe zin (zie het citaat van Weigand in de aanhef van deze bespreking) en bij zelfstandige naamwoorden. Ofwel in de woorden van Grass: ‘die alle substantieven tot de kruinhoogte van werkwoorden en adjectieven besnoeide’.

    Grass grijpt de besproken lemma’s aan om er zijn 20ste-eeuwse beleving op los te laten en fantaseert over woorden die de Grimms zouden hebben moeten opnemen als ze in zijn tijd hadden geleefd. Dat biedt hem de gelegenheid zijn bekende politieke standpunten nog eens te debiteren. Over democratie en corruptie bijvoorbeeld. Maar ook over betekenisveranderingen, zoals die van het woord entartet, of haperingen in de voortgang van het project ten tijde van het nazisme en later de splitsing van het land in een DDR en een Bondsrepubliek.

    De woorden van Grimm is voor lezers die van woordenboeken en woorden houden een heerlijke speeltuin. Het plezier kan nog eens worden vergroot door af en toe zelf trefwoorden in het digitaal beschikbare DWB (http://woerterbuchnetz.de/DWB/) op te zoeken. Speelsheid kenden ook de broers zelf,  die het prachtige lustwandeln opnamen, dat in de vertaling al even mooi ‘spelemeien’ is geworden.

    Onvertaalbaar
    Alle lof tenslotte ook voor vertaler Jan Gielkens. Hij is de eerste die het is gelukt om deze roman van Grass – die hem zelf unübersetzbar noemde – in een andere taal over te brengen. Hij ontving er onlangs terecht de Filter Vertaalprijs 2016 voor.

    Dat vertalen ging waarlijk niet vanzelf. Neem de F. Fabel is ‘fabel’, maar de meeste Duitse F-woorden hebben een Nederlands equivalent met een V: Frucht wordt ‘vrucht’, frei wordt ‘vrij’. Gielkens vond de oplossing door veel Duitse woorden te handhaven, ook in citaten, zonder daar spastisch mee om te gaan. In het zesde hoofdstuk beginnen veel woorden dan ook met een V, tenzij er geen Nederlands V-woord voor bestaat. Faden wordt dan ook geen draad, maar blijft onvertaald.

    Daardoor is veel dartelheid in het origineel van Grass behouden. Eén voorbeeld, waarin Gielkens soms voor treffende vertalingen kiest en soms het origineel laat staan, is de volgende passage uit hoofdstuk 4 (D), waarin Grass vertelt hoe de broers zich soms afsloten voor de dagelijkse werkelijkheid van een woord – in dit geval Demokratie – dat ze beschreven:

    Daher, oder dahero, wie es im barocken siebzehnten Jarhundert hieβ, rürht das wankelmütige Dasein der Demokratie. Dadurch ist der Dauerstreit gesichert. Das war schon so, als Demokratie noch als umstrittenes Wunschwort galt. Weshalb die Brüder Grimm, um sich als dauerhafte Stubengelehrte ein möglichts windstilles Daheim zu sichern, sorgsam Distanz zum Dafür und Dagegen ihrer Zeit warten.

    In zijn versie handhaaft Gielkens dahero, Dafür en Dagegen en vertaalt hij tegelijk Wunschwort door het fraai bedachte ‘droomwoord’:

    Daaro – dahero in het Barok-Duits van de zeventiende eeuw – komt het wankelmoedige bestaan van de democratie vandaan. Daardoor is zij verzekerd van doorlopend geruzie. Dat was al zo toen democratie nog een omstreden droomwoord was. En daarom bewaarden de gebroeders Grimm, om als doorgewinterde kamergeleerden een zo windstil mogelijk domicilie te hebben, zorgvuldig afstand van het dafür en dagegen van hun tijd.

    Prachtig!

     

  • Autobio: J.M. Coetzee – Zomertijd en Günter Grass – De box

    Fictieve levens

    Is een modern schrijver tegenwoordig nog wel in staat om een autobiografie te schrijven? Of moet je, als auteur in een postmodern tijdperk, je zorgen maken over waarheid en fantasie, de onkenbare werkelijkheid en meer van die dingen. In ieder geval hebben de Nobelprijswinnaars J.M. Coetzee en Günter Grass beiden voor een fictionele autobiografie gekozen.
    Bij Coetzee ligt dat een beetje voor de hand omdat hij ook al in Jongensjaren en Portret van een jongeman met een zekere distantie naar zichzelf keek. In het derde deel in de reeks, Zomertijd, schetst Coetzee een beeld van zichzelf aan de hand van een biograaf die na zijn dood enkele vrouwen interviewt, waaronder minnaressen, een familielid en een vrouw die hij graag tot minnares had willen maken en één man, een bevriende collega aan de universiteit.
    Het is een slimme zet van Coetzee om zijn leven zo te beschrijven. Het raamwerk geeft hem weer de mogelijkheid tot distantie en tegelijkertijd kan hij met dat gegeven spelen, want de hele wereld kent Coetzee als een gereserveerde man, op zijn hoede om uitspraken te doen, bang zijn gevoelens te tonen. En juist door dat zelf te beschrijven toon je juist ook het tegendeel aan. Zoals de eerste geïnterviewde, Julia, zegt over een nacht die ze met John doorbracht nadat ze haar man met slaande deuren verlaten had. ‘John zag of raadde wat er in me omging en opende voor één keer zijn hart, het hart dat hij gewoonlijk pantserde.’ Maar dat duurt niet lang. ‘Hij zag me ? zag me zoals ik op dat moment was ? werd bang, gordde haastig het pantser weer om zijn hart, ditmaal met kettingen en een dubbel hangslot, en sloop de duisternis in.’ Harteloze man zou je zo denken, tot je beseft dat hij dit zelf geschreven heeft. Coetzee speelt rechter in zijn boek over zijn eigen leven, de aanklagers lijken de mensen te zijn die hem gekend hebben. Het oordeel over hem is erg hard en juist daardoor krijg je wel mededogen met die rigide schrijver die zo moeilijk in contacten is. Ik vermoed dat het doel van Coetzee niet was om zichzelf in een gunstig daglicht te stellen, integendeel zelfs, maar het continu hameren op zijn mindere eigenschappen zoals die aangedragen worden door de mensen die de biograaf interviewt plaatsen de schrijver in de rol van de ‘underdog’. En de underdog wekt toch altijd sympathie.

    Günter Grass doet het in De box iets anders. Hij laat in verschillende sessies zijn kinderen (die allemaal een andere naam krijgen) praten over het verleden. Centrale figuur is de oude fotografe Marie die tijdens haar leven met haar Agfabox vele momenten van de familieleden heeft vastgelegd. En in de donkere kamer kon zij ook het verleden en de toekomst en de wensdromen van de kinderen in de foto’s toveren. De kinderen komen uit de verschillende verhoudingen die Grass tijdens zijn leven heeft onderhouden en het is vooral dat onstuimige familiale leven, dat zich afspeelde in de buurt van de beroemde vader die de hele tijd met zijn werk bezig was, dat we leren kennen. Al die gesprekken zijn natuurlijk fictie en dat wordt af en toe ook expliciet gemaakt: ‘Misschien zijn ook wij, zoals we hier zitten en praten, alleen maar verzonnen ? toch?’
    De gesprekken leveren een amusante, maar geen grootse Grass op. Vaak is onduidelijk wie precies aan het woord is. Ergerlijk is de vertaling, omdat je je constant bewust bent dat je een vertaling aan het lezen bent, met vreemde zinsconstructies en hinderlijke germanismen. Wat te denken van ‘omdat ik me zo puberteitsmatig gedroeg’, ‘en zich vaak extreem harmoniebehoeftig gedragen schijnt te hebben’ en ‘de zweetdrijvende details’. De fout ‘iets dat’ komt een paar keer terug (maar die fout komt tegenwoordig veelvuldig voor in romans). Bij de zin ‘(…) maar alleen maar omdat Lena en Paulchen moesten huilen en ik toch al heel gauw ga soppen…’ is het woord soppen niet zo goed gekozen, omdat de eerste betekenis van dat woord nu totaal anders is. Nog één rare zin dan: ‘Buiten miezert het en bekrachtigt een zomer die iedereen als tamelijk tot totaal verregend beklaagt.’ Wat?
    In vergelijking met Coetzee is Grass, via de verhalen van zijn kinderen, uiterst mild over zichzelf. Je hebt het idee dat zijn kinderen in werkelijkheid een harder oordeel zullen hebben over hun vader, terwijl je bij Coetzee verwacht dat zijn minnaressen en vrienden een heel wat positiever oordeel over hem zullen hebben. Dat krijg je er nou van als je van je leven fictie maakt.

    Coen Peppelenbos

    J.M. Coetzee: Zomertijd. Vertaald door Peter Bergsma. Cossee, Amsterdam, 300 blz. €22,90.
    Günter Grass: De box. Vertaald door Jan Gielkens, Meulenhoff, Amsterdam, 200 blz. €21,50.
    verschijnt ook op Literair Nederland.