• Een verzameling briljante omschrijvingen

    Een verzameling briljante omschrijvingen

    De Zuid-Afrikaanse Ronelda S. Kamfer schreef eerder vier dichtbundels voordat haar eerste roman, Compoun, dit jaar verscheen. De thematiek is dezelfde als in haar poëzie: het leven in Zuid-Afrika na de afschaffing van de Apartheid. De titel in de Kaaps-Afrikaanse taal is afgeleid van ‘compound’, ‘een Engels begrip voor een omheinde leefgemeenschap, waarbinnen mensen gemeenschappelijk leven (bijvoorbeeld een grootfamilie) of verwante activiteiten bedrijven’, is te lezen op Wikipedia. Het woord komt van het Maleisische begrip ‘kampong’ dat vrijwel hetzelfde betekent. De leefgemeenschap in deze roman is die van de familie McKinney, een grote, kleurrijke familie waarin vooral de vrouwen een belangrijke rol spelen. Zij zijn degenen die in een voortdurende staat van onveiligheid en geweld zichzelf staande moeten zien te houden. Kamfer gaf haar roman als motto mee: ‘Opgedragen aan alle vrouwen die ‘het spijt me’ moesten zeggen, al hadden ze geen spijt, en voor mijn moeder, altijd’.

    Degene die ‘verwante activiteiten bedrijven’ zijn Nadia en Xavie, tieners van de derde generatie McKinney in dit boek, neef en nicht, die het verhaal van de familie vertellen. Vooral Nadia’s verhaal is heftig, schokkend en luidruchtig. Xavie weet dezelfde gebeurtenissen wat rustiger te vertellen en toe te lichten vanuit hun achtergrond en voorgeschiedenis. Maar het is Nadia die het meest te lijden heeft: haar vader mishandelt haar zo erg, dat ze haar haren afknipt om hem niet meer de kans te geven haar daaraan mee te sleuren (maar dan doet hij het wel aan de mouwen van haar hoodie). Met haar oma heeft ze een haat/liefde verhouding en haar moeder heeft het te druk met zichzelf en het wel en wee van haar broers en zusters om zich met haar dochter bezig te houden.

    De verschrikkelijke oma

    De neefjes en nichtjes van Nadia en Xavie groeien op als getuigen van dood, geweld, alcohol, drugs, prostitutie en mishandeling binnen een familie die hen niet kan of wil beschermen. De dood is prominent aanwezig. Vele begrafenissen worden bijgewoond en beschreven, een tante die door haar ‘boyfriend’ is toegetakeld en sterft aan de verwondingen. Een oom die zich dood gezopen heeft en uiteindelijk ook oma Sylvia, de ‘stomme oude bitch’.

    Nadia is opgevoed door die verschrikkelijke oma, de sadistische matriarch wier moeder wit was, en die daarom neerkijkt op gekleurde mensen als ‘vuil volk’. Ze wilde de tweeling van haar dochter Diana verkopen omdat het ‘hoerenkinderen’ waren, geboren uit een verhouding met een zwarte man, waarvoor Diana een pak slaag van haar moeder krijgt. Ook na de periode van de Apartheid blijkt huidkleur nog steeds van belang te zijn. Hoewel Kamfer de nadruk niet op politiek legt, weet ze wel binnen de familie McKinney, die alle schakeringen van wit tot diepzwart vertoont, te suggereren dat hoe blanker, hoe beter, nog steeds geldt binnen de Zuid-Afrikaanse samenleving. 

    Accepteren van de status quo

    In korte hoofdstukken vertellen Xavie en Nadia, niet perse om de beurt, hun verhaal, waarbij heen en weer gesprongen wordt van heden naar verleden en terug, van herinneringen naar dromen, waardoor de tijd een factor lijkt te zijn die niet van belang is. Het is alsof hun leven altijd al zo geweest is en ook nooit zal veranderen. De mannen in de familie vervullen een negatieve rol: ze zijn dronken, belazeren de boel, of vergokken alles, maar vooral slaan ze hun vrouwen en kinderen. De vrouwen sussen, proberen geheimen te verhullen, alles toe te dekken, maar zijn vooral bezig te overleven, ieder op haar eigen manier, waarbij het weer de kinderen zijn die aan hun lot worden overgelaten. Die hebben op harde wijze geleerd om iemand uitsluitend op zijn gedrag te beoordelen, niet op aanzien of status binnen de familie.

    Het is het accepteren van de status quo die dit boek zo schrijnend maakt: iedereen berust in zijn of haar lot, behalve Nadia. Alle hoofdpersonen dromen van een beter leven, maar weten heel goed dat deze droom geen werkelijkheid zal worden. Toch is dit boek met veel humor geschreven, in een tempo dat even razendsnel is als dat waarin de schokkende gebeurtenissen elkaar opvolgen. Het is niet de humor die je doet lachen, maar eerder een ongemakkelijk grijnzen is. Zo gebruiken de protagonisten Xavie en vooral Nadia galgenhumor om het leven draaglijker te maken en te relativeren: ‘Toen mijn vader me zo hard sloeg dat ik van de koelkast tot de wasbak tolde, zong ik: ‘Brightly Beams Our Father’s Mercy.’’ 

    Rauwe nietsontziende taal

    Nadia heeft moeite met het bepalen van haar plaats binnen de familie: ze wijst de houding van haar vrouwelijke familieleden af. Ze verzet zich tegen de gelatenheid en acceptatie van hun levensomstandigheden. Tegelijkertijd wil ze erbij horen, zoekt ze liefde en genegenheid, zelfs bij de mensen die het gemeenst tegen haar zijn. Als haar oma overlijdt, voelt Nadia zich woedend en verloren, zelfs zeven jaar later in haar dromen: ‘Ik kan niet besluiten of ik geld moet sturen voor bloemen, een deel van mij wil en het andere deel wil niet. Een dozijn witte rozen, nee, lelies, nee, niks. Ze krijgt niks als ze dood is, ze heeft alles gepakt toen ze leefde.’

    Wat het meeste opvalt in dit overweldigende boek, is de felle schoonheid die schuilgaat in de rauwe, nietsontziende taal die het lezen van alle ellende te verdragen maakt. Steeds word je eraan herinnerd dat Kamfer in de eerste plaats vooral dichter is, zoals blijkt uit de titels die ze aan de hoofdstukken meegaf. ‘Breek het boompje als het jong is’ en ‘Stoïcijns als een motherfucker’, ‘De Heer schept een mens, de duivel kleurt hem in’, en het eerste hoofdstuk luidt: ‘Hallo-daar-tieten en tot-ziens-tranen’. Het is een bonte verzameling van briljante omschrijvingen, origineel en tot de verbeelding sprekend in een halsbrekend tempo. 

    Daarom mag de aandacht ook uitgaan naar het werk van de vertaler, Alfred Schaffer, die ook Kamfers dichtbundels vertaalde. De vertaling moet een enorme klus geweest zijn, niet in het minst omdat Kamfer woorden uit diverse talen gebruikt, Kaaps, Afrikaans, Engels, slang en straattaal door elkaar. Mede dankzij Schaffers vertaling is dit een goed boek en een verschrikkelijk boek. Een verschrikkelijk goed boek. 



  • Oogst week 50 -2019

    Zon

    ‘Als ik in het donker wacht
    houd ik een zakdoek aan mijn mond
    om mij ervan te vergewissen dat ik bloed
    want enkel wie kan bloeden kan ook dromen.’

    Het zijn de eerste regels van het openingsgedicht van Peter Verhelst in zijn nieuwe bundel Zon. Verhelst heeft een indrukwekkend oeuvre op zijn naam staan aan poëzie, proza en theaterteksten en kijkt thuis uit op een indrukwekkende prijzenkast. Zon gaat over begeerte, eenzaamheid en verlies in apocalyptische tijden: ‘De zon is prachtig en mededogenloos’, zei hij in een interview op de Belgische radio, waaraan hij zijn kwaadheid toevoegde over de klimaatconferentie in Madrid: ‘ik probeer boven mijn kotsgeluid uit te komen (…) Mijn woede wordt te groot’. Een woede die in Zon meeklinkt als Verhelst bijvoorbeeld teksten van Bart de Wever verwerkt.

    Zon
    Auteur: Peter Verhelst
    Uitgeverij: Bezige Bij b.v., Uitgeverij De

    Het gewicht van de woorden

    De Zwitserse filosoof Peter Bieri schrijft romans onder het pseudoniem Pascal Mercier. Zijn Nachttrein naar Lissabon uit 2004 was zijn definitieve doorbraak in Nederland. Het werd in 2013 verfilmd en een jaar later liep in Nederland een theaterproductie naar de roman. Geeft de 57-jarige Gregorius in Nachttrein plotseling zijn oude leven in Bern op om in Portugal het leven van de arts Prado te onderzoeken, in zijn nieuwste roman Het gewicht van de woorden lijkt de inzet vergelijkbaar. Nu gaat het om de zestiger Simon Leyland die nog maar kort te leven heeft en besluit zijn uitgeverij in Triëst achter te laten om terug te gaan naar Londen waar hij in de vroegere brieven aan zijn vrouw duikt. De roman begint met een motto van de Portugese schrijver Pedro Vasco de Almeida Prado (een ander dan de fictieve Prado uit Nachttrein): ‘…als je de juiste woorden vindt, is het alsof je wakker wordt bij jezelf, er ontstaat een nieuwe tijd: het heden van de poëzie’.

    Het gewicht van de woorden
    Auteur: Pascal Mercier
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek

    De Warnow

    Een man, een schip, een droom is de veelzeggende ondertitel van De Warnow. NRC-journalist Hans Steketee deed in 2013 in zijn krant verslag van de zoektocht naar een gammele loodsboot waarop schipper Arnoud Brinkman met onder andere zijn vriendin Tirza via Schotland naar Noorwegen was vertrokken om daar het Noorderlicht te zien. Ze werden in een storm nog maar net gered. Er ontstonden felle discussies die er toe leidden dat een aantal opvarenden aan wal ging. Maar Brinkman besloot door te gaan. Zijn schip raakte vermist.
    Steketee besloot dieper in het leven van de schipper te duiken in een mengeling van verbazing over diens roekeloosheid en bewondering voor de overgave aan avontuur en kameraadschap. De Warnow is een spannend verslag geworden van een onderzoek naar wie Brinkman was en naar wat er gebeurd kan zijn met zijn boot.

    De Warnow
    Auteur: Hans Steketee
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim
  • Oogst week 12 – 2019

    Ware aard gedichten

    In de oogst van deze week twee dichtbundels en twee vertaalde romans.

    Jan-Willem Anker (1978) debuteerde in 2005 met de bundel Inzinkingen. In de daaropvolgende vier jaar verschenen er nog twee dichtbundels. En daarna was het stil. Tot in 2012 Anker kwam met zijn romandebuut Een beschaafde man. Die zeer goed ontvangen werd. In 2017 verscheen de roman Vichy en nu zijn nieuwste dichtbundel Ware aard.

    In Ware aard maakt de dichter de balans op. Er lijkt een bepaalde leeftijdsgrens te zijn bereikt waardoor mogelijkheden beperkt blijken. In deze bundel vraagt Anker zich af wat hij nog kan worden en vooral hoe hij (voorwaarts) zou moeten leven. In zijn poëzie probeert hij antwoorden te formuleren. Hij doet dat langs de weg van kleine autoriteiten als de Vader, de Europeaan, de Weesper, de Dichter. Maar ook door zijn verontrusting uit te spreken over het klimaat en de verrechtsing in de politiek. Een bundel die na deze laatste verkiezingen wel eens de vinger op de zere plek zou kunnen leggen.

     

    Ware aard gedichten
    Auteur: Jan-Willem Anker
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    De Jacobsboeken

    De Poolse schrijfster Olga Tokarczuk (1962), won vorig jaar de Man Booker International voor de Engelstalige uitgave van haar roman Flights. De Man Booker International is een prijs voor Engelstalige literatuur waar Tommie Wieringa met zijn vertaalde De heilige Rita dit jaar ook voor genomineerd staat.
    Tokarczuk schreef twaalf romans, en wordt sinds 2011 bij De Geus uitgeven. Niet alles van haar werd nog vertaald maar De rustelozen (2007) wel. Een boek over vluchten, thuisloos zijn en de op zoek zijnde mens en voor de goede lezer lijkt het een voorbode te zijn van  het omvangrijke De Jacobsboeken dat deze maand verschenen is. Het gaat over een historische sekteleider, Jakob Frank (1726-1791) die  duizenden joden bekeerde tot het ‘frankisme’. Het is een allesomvattend boek geworden over het leven, religie en de mens.

    In Polen werd het enerzijds ontvangen als het literaire meesterwerk dat het is (Tokarczuk won er de belangrijkste Poolse literaire prijs mee en werd een bestseller). Maar het ontketende ook een ware hetze jegens Tokarczuk, vooral nadat zij op tv sprak over de zwarte bladzijden in de Poolse geschiedenis en dat het land deze onder ogen moest zien. Het werk haar niet in dank afgenomen, ze werd met haat overladen en moest een tijdlang beveiligd worden.

    De Jacobsboeken
    Auteur: Olga Tokarczuk
    Uitgeverij: De Geus

    Vallende tijd

    Het tiende deel van de Berberbibliotheek is een poëziebundel. De Berberbibliotheek werd in 2007 geïnitieerd door schrijver Asis Aynan en vertaalster Hester Tollenaar. Hoewel het een proza reeks was, werd het nodig geacht – om een volledig beeld van de Marokkaanse literatuur maar ook een politiek beeld van Marokko te vangen – poëzie toe te voegen. Vallende tijd is een bloemlezing van gedichten die in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw geschreven zijn. Voor wie de gedichten leest en weet heeft van de situatie in Marokko moet wel vaststellen dat er in het land weinig veranderd is in de afgelopen decennia.

    Vallende tijd bevat een selectie uit het werk van de vier grootste dichters uit de Rif, in het noorden van Marokko. De dichters Mohammed Chacha (1955-2016), Ahmed Ziani (1954-2016) , Fadma el Ouariachi (1957) en Mimoun el Walid (1959) hebben hun leven gewijd aan de poëzie, op het gevaar af gevangen genomen te worden of verbannen. In de gedichten wordt de liefde bezongen, de migratie verfoeid en om emancipatie geschreeuwd. Stemmen uit de vorige eeuw die nu nog steeds weerklinken; luid en duidelijk.
    In een verklarend nawoord beschrijft Asis Aynan het ontstaan en het afsluiten van het Berberbibliotheek project.

    Vallende tijd
    Auteur: Mohammed Chacha ; Ahmed Ziani ; Fadma el Ouariachi ; Mimoun el Walid
    Uitgeverij: Uitgeverij Jurgen Maas

    De Poolse bokser

    Van de Spaanstalige schrijver uit Guatemala Eduardo Halfon (1971) de roman De Poolse bokser.
    Halfon schreef zo’n twaalf romans waarvan De Poolse bokser een eerst kennismaking is met zijn werk voor de Nederlandstalige lezers.

    Op het eerste gezicht lijkt De Poolse bokser net een verhalenbundel maar het is in werkelijkheid een web van vertellingen die op allerlei manieren met elkaar verbonden zijn. De vertellingen vloeien uit elkaar voort en beïnvloeden elkaar – voor wie na het laatste verhaal opnieuw begint, leest de eerste bladzijden alsof het een ander boek betreft.
    Al vertellend brengt Eduardo Halfon de lezers steeds dicht bij een antwoord, om ze er vervolgens weer van weg te voeren. Een boek om niet meer weg te leggen.

    In de buitenlandse pers werd Halfon geprezen als ‘Een ongelooflijk goede schrijver, (…) zijn woorden zijn droog als kiezelstenen.’

    De Poolse bokser
    Auteur: Eduardo Halfon
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek
  • Flöthmann vertelt het verhaal zonder woorden

    Flöthmann vertelt het verhaal zonder woorden

    Duimpjes (omhoog of naar beneden), smiley’s, verkeersborden, aanduidingen bij toiletten: overal om ons heen zijn pictogrammen die ons zonder woorden informatie geven. We staan er niet meer bij stil en dat is ook de bedoeling. Wie bijvoorbeeld op de afbeelding van een diskette klikt om een bestand op te slaan, realiseert zich niet meer wat er letterlijk afgebeeld wordt. De striptekenaar Frank Flöthmann gebruikt bekende en nieuwe pictogramman in zijn strips.

    In strips wordt er altijd al veel informatie overgebracht door tekeningen, maar meestal hebben we ook nog tekst, in tekstblokken of tekstballonnetjes. In Sprookjes van Grimm zonder woorden (2017) liet Flöthmann zien dat de tekst vervangen kan worden door pictogrammen. Hetzelfde procedé herhaalt hij in Stille nacht. Ook nu is het een klassiek verhaal dat Flöthmann als uitgangspunt gebruikt. Dat is handig, want dat betekent dat de grote lijn bij veel lezers bekend zal zijn. Ook als dat niet zo zou zijn, is het verhaal overigens goed te lezen.

    De tekeningen zijn eenvoudig en strak: eigenlijk zoals figuren in pictogrammen zijn. Ook het kleurgebruik is sober gehouden: naast zwart en wit worden alleen rood en blauw gebruikt, zonder kleurnuance. In grote lijnen vertelt Flöthmann het verhaal zoals dat in de Bijbel staat. Hier en daar vult hij iets aan of wijkt licht af. Dat heeft vaak een humoristisch effect. Zo laat hij Jozef zoeken naar zijn potlood, dat achter zijn oor blijkt te zitten.

    Het verhaal begint in Nazareth, in het huis van Jozef en Maria. Jozef timmert er lustig op los en Maria is bezig met de boekhouding, waarbij ze zich goed moet concentreren. Als Jozef haar roept, zegt ze dan ook dat hij even stil moet zijn. Flöthmann kan volstaan met het tekentje voor ‘mute’, een speaker met een streep erdoorheen.
    Zo’n teken is duidelijk en toch moet je er even over nadenken, omdat het buiten zijn gewone context wordt gebruikt. Als het tekentje op een afstandsbediening had gestaan, had niemand er aandacht aan geschonken. Dat veranderen van context gebruikt Flöthmann verschillende keren. Bijvoorbeeld als Jozef Maria stilletjes wil verlaten. Dan zien we in een gedachtewolkje het tekentje voor ‘nooduitgang’.

    Steeds lukt het Flöthmann om helder het verhaal te vertellen, ook als het vrij ingewikkelde gesprekken betreft.  Zo spelen twee herders het spelletje steen, papier, schaar om te bepalen wie er op wacht moet staan bij de schapen. Ze krijgen onenigheid: wint papier van steen of andersom? De discussie is prima te volgen.
    De humor zit niet alleen in de gebeurtenissen, maar ook in hoe ze gepresenteerd worden. Je kunt je voorstellen dat Maria aan Jozef uit moet leggen dat hij niet de vader is van het kind dat ze draagt. Dat gesprek wordt in bed gevoerd. Pas als je de bladzijde omslaat, zie je dat Jozef en Maria gescheiden slapen, waardoor nog duidelijker wordt dat Jozef zijn vraagtekens zet bij de zwangerschap.

    Aan het eind van het boek, als Jezus al geboren is, zal Jozef, als een kleine wraakneming dat dan ook inbrengen als Maria hem het bed uit wil sturen omdat de kleine Jezus huilt: ik ben de vader niet. Maar Maria is een pittige dame en Jozef zal er toch aan moeten geloven.

    Verder zit de humor in de anachronismen. Niet alleen het stilteteken (de speaker met de streep erdoor), maar ook het vliegtuig (dat een van de wijzen suggereert bij het zien van de ster) of het model tent dat de wijzen meenemen op hun tocht passen niet in de tijd. Ze houden het verhaal luchtig.
    Voor een deel is Stille nacht een soort kinderbijbelverhaal, maar de luchtigheden relativeren het verhaal en ontnemen elke zwaarte eraan, zodat het een amusante hervertelling wordt, die je vlotjes leest. Bij herlezing realiseer je pas hoe knap Flöthmann de vertelling naar zijn hand heeft gezet.