• In levenden lijve

    In levenden lijve

    Zelfs wie tijdens de middelbare schoolopleiding geen klassieke talen heeft gehad, kent de meeste van de traditioneel genoemde eerste twaalf Romeinse keizers wel. Bijvoorbeeld uit de geschiedenis (Augustus), de literatuur (Julius Caesar en Caligula) of een tentoonstelling (Domitianus, zoals momenteel in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden). Enkelen zijn bij het grote publiek minder bekend, met name die uit de tijd van de burgeroorlog (Galba, Otho, Vitellius), maar, schrijft de bekende classicus, historicus en docent Mary Beard in het voorwoord van haar boek Twaalf keizers: ‘Hun invloed reikt veel verder’ dan hun naamsbekendheid.

    Wat zij zich in dit lijvige en rijk geïllustreerde boek afvraagt, is hoe die beeldvorming is ontstaan. Ze is daarbij ook geïnteresseerd in hoe wij ernaar kijken. Een originele invalshoek, die de basis vond in een serie lezingen die zij in 2011 in Washington gaf. De rode draad in de beeldvorming wordt telkens gevormd door ‘ontdekkingen, foutieve identificatie, hoop, teleurstellingen, controverses, interpretaties en herinterpretaties’ als het gaat om afbeeldingen van de keizers in allerlei kunstuitingen vanaf de renaissance tot nu toe.

    Keizer x of y?

    Het is Beards bedoeling om de keizers ‘hun rol in het verhaal terug te geven’, zoals ze wat onscherp formuleert. Dat wil zeggen: duidelijk maken waarvoor al die afbeeldingen op munten en beeltenissen eigenlijk dienden. Enige scepsis is haar daarbij niet vreemd: is dit nu wérkelijk keizer x of y? Enige zelfgenoegzaamheid ook niet: schrijvers x, y en z zaten er hélemaal naast, maar eureka, ik heb het gevonden! Dan bleek er sprake te zijn geweest van onder meer verdraaiingen, toe-eigening van het klassieke verleden of perspectiefwisselingen. Bovendien werden de keizers zonder een attribuut afgebeeld en werden eventuele gebreken weggepoetst, wat toeschrijven er natuurlijk ook niet makkelijker op maakt.
    Uitzonderingen vormden karakteristieken als een geplooide hals en een prominente adamsappel bij Julius Caesar, en beschrijvingen van tijdgenoten als bron. Wat overigens ook weer lang niet altijd alles zegt, want veel keizerbeelden werden na identificatie alsnog ontmaskerd. Of liever misschien: pasten niet meer in de onderhavige tijd.

    Politiek en continuïteit

    Het was misschien niet eens de bedoeling ze als individu te beschouwen, omdat ze geacht werden een politieke identiteit en continuïteit weer te geven. Zoals Beard het beschrijft, doet het een beetje denken aan het televisieprogramma In levenden lijve, waarin Derek de Lint probeert te achterhalen hoe een historisch persoon er nu werkelijk uitgezien zou kunnen hebben. Al gaat het daar misschien niet primair om, ook in de Romeinse tijd niet. Volgens Petrarca bijvoorbeeld moeten de keizerlijke koppen worden gezien als de belichaming van een morele les. Welke, blijft in duister gehuld, al heeft Beard het elders over de klassieke deugden en Caesars ‘genade’ (clementia).

    Illustraties bij de geschiedenis

    Waren al die keizerskoppen niet eerder gewoon illustraties bij de geschiedenis van het Romeinse Rijk of een levensbeschrijving van een bepaalde keizer? Niet meer en niet minder. Ook Beard zwalkt daar een beetje. Dit heeft misschien te maken met het feit dat haar boek niet zo strak is opgebouwd, wat na tien jaar werken daaraan ook een beetje valt te begrijpen.

    In ieder geval valt het verschijnen ervan min of meer samen met de grote tentoonstelling over keizer Domitianus in Leiden, ‘Een vergeten keizer’ genaamd. Dat kan wel kloppen want ook bij Beard vind je opvallend weinig over deze laatste van de twaalf keizers. Morele vragen roept dit boek ook op, gezien de levens en handelingen van de keizers, maar de antwoorden zullen we zelf op het spoor moeten zien te komen. Daarvoor is Beards stellingname te neutraal en te veel beperkt tot museale objecten. Maar een mooi boek blijft het, voor iedereen die in de klassieken is geïnteresseerd.

     

  • Oogst week 50 – 2021

    Twaalf keizers – De verbeelding van de macht van de antieke wereld tot nu

    De Britse classica en hoogleraar Mary Beard schrijft over de oudheid, geldt als de bekendste classicus ter wereld en heeft al vele boeken gepubliceerd. Ze treedt regelmatig op in de media en maakt daarmee de oudheid bekend bij een breed publiek. Nu is er haar boek Twaalf keizers – De verbeelding van de macht van de antieke wereld tot nu. Het is een verrassend verhaal over tweeduizend jaar kunst- en cultuurgeschiedenis dat laat zien hoe macht eruitziet, wie er in de kunst worden herdacht en waarom.

    Volgens Beard hebben Romeinse heersers als de meedogenloze Julius Ceasar en de driftige Domitianus tweeduizend jaar model gestaan voor de beeldvorming van de machtigen en de rijken.

    In hoofdstuk 2 vertelt Beard dat in 2007 een ploeg Franse archeologen uit de Rhônebedding een marmeren buste opdregde waarvan ze aannamen dat het Caesar was. ‘Sindsdien is de kop onderwerp geweest van tientallen krantenartikelen en minstens twee tv-documentaires,’ schrijft Beard. ‘Over het belang van de vondst en over de vraag of het beeld inderdaad is wat wordt beweerd zijn archeologen en historici het nog steeds niet eens. De sceptici wijzen erop dat de kop uit de Rhône er toch echt heel anders uitziet dan de Caesar op de munten uit zijn tijd […] De voorstanders van de theorie leggen juist de nadruk op bepaalde overeenkomsten tussen de kop en kenmerkende trekken op de muntportretten…’.

    Twaalf keizers - De verbeelding van de macht van de antieke wereld tot nu
    Auteur: Mary Beard
    Uitgeverij: Atheneum

    De lunchroom

    In De lunchroom van Hans Muiderman probeert een man aan een tafeltje in een lunchroom een memorie te schrijven over zijn grootvader. Nadat hij jeugdherinneringen heeft laten passeren dwaalt hij in gedachten rond in zijn grootvaders lege huis en constateert dat de herinneringen onvolledig en vervormd zijn. Wat hij niet meer weet verzint hij erbij.

    Hans Muiderman is sinds 2010 full time schrijver. Begonnen als docent film aan de Theaterschool in Utrecht met lessen scenarioschrijven en filmanalyse schreef en redigeerde hij publicaties over media, kunst en cultuuronderwijs. Eerder publiceerde hij gedichten, schreef liedteksten, regisseerde cabaret en stond zelf op het podium. Hij is medeoprichter van Elders Literair, een platform voor literatuur, beeldende kunst, fotografie, film en architectuur. En hij is columnist bij Literair Nederland.

    Muiderman schrijft romans, korte verhalen en reisverhalen waarin herinneringen het steeds terugkerende thema vormen. Zijn hoofdpersonen hebben vaak een leegte in zich die zij proberen op te vullen met herinneringen, niet zelden aangevuld met fantasie. Want volgens Muiderman zijn herinneringen vals en vervormd en altijd een constructie van de verbeelding.

    De lunchroom
    Auteur: Hans Muiderman
    Uitgeverij: In de Knipscheer

    Verzamelde verhalen

    De Oostenrijkse schrijfster Ingeborg Bachmann (1926-1973) was een van de belangrijkste Duitstalige schrijvers van na de Tweede Wereldoorlog. Ze studeerde filosofie, debuteerde met gedichten en schreef ook verhalen. Van de romantrilogie Doodsoorzaken voltooide ze alleen het eerste deel, Malina. Voor ze de andere delen kon afmaken overleed ze ten gevolge van een brand in haar appartement. Er zijn alleen fragmenten van deel III gepubliceerd.

    Uitgeverij Koppernik brengt de Verzamelde verhalen uit, met daarin dag- en weekbladpublicaties en ongepubliceerde verhalen die voor het eerst in het Nederlands zijn vertaald. Het boek bevat eveneens Bachmanns eerste verhalenbundel Het dertigste jaar waarin de nadruk op het intellect ligt. Ook de bundel Simultaan is opgenomen, waarin een aantal personages uit de romancyclus Doodsoorzaken voorkomt. In deze verhalen is er een grotere rol weggelegd voor liefde en gevoel.

    In Bachmanns werk gaat het vaak over destructieve krachten, en vrouwen komen er bij haar doorgaans slecht af. Niet zelden gaan ze ten onder in fysiek of emotioneel geweld. Bachmanns literatuur is droefgeestig. De dood ziet zij als ‘het enige toevluchtsoord voor de ontzettende krenking die het leven is.’ Deze scherpzinnige schrijfster paart diepe psychologische inzichten aan onverschrokken taalgebruik dat haar een eigenzinnige stem geeft.

    Verzamelde verhalen
    Auteur: Ingeborg Bachmann
    Uitgeverij: Koppernik
  • Op de vlucht naar moed

    Op de vlucht naar moed

    Voor een nieuwe Dave Eggers maakt elke boekhandel onmiddellijk ruimte vrij. De schrijver, die in 2000 met zijn romandebuut Een hartverscheurend verhaal van duizelingwekkende genialiteit de literaire wereld binnen stormde, bleef successen oogsten met onder andere Wat is de Wat (2006), Zeitoun (2009) en De Cirkel (2013). En nu is er Helden van de grens.
    Eggers staat met twee benen in de maatschappelijke vraagstukken en beschrijft invoelend hoe mensen die ondergaan. Zo komt de lezer in Wat is de Wat dichtbij de Soedanese vluchteling Valentino Achak Deng en kan hij in De Cirkel griezelen bij de gedachte hoever de technologische mogelijkheden ons kunnen drijven tot handelen dat we eigenlijk niet willen.
    In het zojuist verschenen Helden van de grens slaagt Eggers er opnieuw in om een deuk te slaan in een leefwijze, vooral de Amerikaanse, die voldoet aan normen die de schijn van een hoge ethiek moeten ophouden, met als knots achter de deur de claimcultuur als het fout gaat. Onder die leefwijze ligt echter de vervreemding van de mens van zichzelf.

    We volgen in de Helden van de grens Josie, een jonge vrouw uit Ohio, op een trektocht door Alaska. Ze is weg bij de vader van haar kinderen, Carl, die zich druk maakt om milieu en maatschappij (hij steunt de Occupybeweging), maar geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn gezin. Hun kinderen Paul van 8 en Ana van 5 zijn door Josie meegenomen zonder dat ze dat Carl heeft verteld. De kinderen kennen haar reisdoel evenmin; ze weten zelfs niet dat Carl en Josie uit elkaar zijn. De pientere Paul voelt zich ondertussen verantwoordelijk voor zijn jongere, ondernemende en impulsieve zusje.

    Camper
    Maar er ligt meer ten grondslag aan het vertrek van Josie. De reis is niet alleen een vlucht voor Carl maar ook voor spoken uit het verleden die, naarmate de rit door Alaska vordert, voor de lezer langzaam opdoemen: een jongen, Jeremy, die is omgekomen in Afghanistan, nadat Josie hem had aangeraden zich als militair aan te melden voor uitzending; en een patiënte, Evelyn, die een schadeclaim tegen Josie heeft ingediend omdat ze als tandarts niet heeft gezien dat zij (Evelyn) een dodelijke tumor ontwikkelde. Om van een slepende rechtsgang af te zijn heeft Josie haar praktijk verkocht. Met de kinderen en een beetje geld in een fluwelen zakje dat ze angstvallig verbergt, vliegt ze naar Anchorage in Alaska. Daar huurt ze  een aftandse camper waarmee ze naar haar halfzus Sam wil.

    Het wordt een bizarre tocht door de wilde natuur als een soort spirituele groei naar zelfinzicht. De rit voert haar langs verlaten plekken, brengt haar oog in oog met gevaren en levert bijzondere ontmoetingen met mensen en groepjes die een beetje buiten de maatschappelijke orde lijken te staan – in elk geval buiten de orde die Josie gewend is. Daarbij komt ze voortdurend zichzelf tegen.

    Moedig
    Haar argwaan en achterdocht spelen op als mensen juist heel vriendelijk voor haar zijn, ze neemt voortdurend verkeerde beslissingen en voelt zich de hele reis achtervolgd door Carl of een deurwaarder, hoewel ze er eigenlijk zeker van is dat niemand behalve Sam weet dat ze in Alaska rondtoert. Dat gedrag breekt haar ook bij Sam op – de halfzus die haar weer confronteert met hun vreemde voogdijgeschiedenis – want ook bij haar slaat ze weer op de vlucht.
    Bovenop die bekommernissen is er ook nog eens de grote bosbrand die juist tijdens haar verblijf Alaska teistert en haar uiteindelijk van de laatste hechting aan materie geneest.

    Daartussendoor confronteren de kinderen Josie door hun gedrag met haar falen als moeder. Tot aan het slot van deze roadnovel het inzicht doorbreekt, eerst tijdens een verblijf bij een muziekgroep en daarna in een soort parabel vol donder en bliksem. In een onstuimige klimpartij door de woestenij valt alles voor Josie, Paul en Ana tenslotte op zijn plek: ‘ze wilden moedig zijn, wisten dat er geen andere keuze was dan moedig te zijn, dat er niets groters was dan moedig zijn. Op dat ogenblik begreep Josie dat in plaats van een moedig mens te zoeken – en daar was ze al jaren naar op zoek, besefte ze – het veel beter was om mensen moedig te maken. Ze moest geen integere, moedige mensen zoeken. Ze moest ze maken.’

    Lafbekken
    Het is een directe terugverwijzing naar het begin van de roman als Josie net in Anchorage is geland: ‘Dus waar waren de helden? Ze wist alleen dat waar zij vandaan kwam de mensen lafbekken waren. Nee, er was één dappere man geweest en zij had aan zijn dood meegewerkt. Eén moedige man die nu dood was. Iedereen nam maar en nam maar en Jeremy was dood. Zoek iemand voor me die dapper is, vroeg ze de donkere bomen buiten. Iemand met inhoud, eiste ze van de bergen daarachter.’

    Het zijn ingrediënten voor een breed en diepmenselijk verhaal. Toch wil het Eggers maar niet lukken om de lezer in deze nieuwe roman blijvend mee te slepen. Om het maar eens simpel te zeggen: het boek had wel wat dunner gekund om er juist scherper in te hakken. Nu is de zoektocht naar zichzelf in de ongerepte natuur soms wat te zweverig en te soft en leidt de opeenstapeling van voorbeelden van Josie’s wantrouwen, onzekerheid en verkeerde keuzes eerder af dan dat ze lezer dichter bij haar brengt. Maar dat heeft er misschien mee te maken dat Helden van de grens ook wel erg Amerikaans is.

    Najaarszonnewende-meezingmiddag
    Dat zit hem primair in de keuze voor Alaska als gebied waar de reis zich afspeelt. Die staat heeft voor de Amerikaan de lokroep van het land waar nog wildernis te vinden is en de natuur nog zuiver is. Er is moed voor nodig om er te wonen omdat Alaska zo haaks staat op alle zekerheden en opgeblazenheid van de Amerikaanse burgermaatschappij. Waarover Eggers ook nu weer hilarisch schrijft, bijvoorbeeld als het gaat over de spagaat van moeders die willen werken en tegelijk 24 uur bij hun kinderen moeten zijn, zelfs bij activiteiten op school:

    Maar die andere ouders met hun oordelende blikken, wanneer werken die? Het is hun baan om al die activiteiten bij te wonen. Dat is hun werk, impliceren ze en ze laten ook doorschemeren dat jij en jouw reële werk oké zijn, maar ook treurig en nalatig. Maar dat zeggen ze niet. Ze zeggen: het geeft niet als je er niet bij kunt zijn, bij de najaarszonnewende-meezingmiddag en de eindewintersleeliederenbraderie-en-hapjesdag. Helemaal niet erg van dat ouder-en-kind-badmintondubbel-lentelichtjesavondfestijn (…) Hoeft niet, hoeft niet, hoeft niet, geeft niet, geen probleem, al ben je natuurlijk een egoïst en gaan je kinderen naar de verdommenis.’

    Nee, dan Alaska! Daar bestaat deze tweestrijd niet.

    IJspriester
    Er zit een mooie verwijzing naar de betekenis van Alaska in de ‘ijspriesterogen’ van Paul. Vermoedelijk zinspeelt Eggers daarmee op pater Bernard R. Hubbard (1888–1962), die in het begin van de 20ste eeuw veel aan het beeld van Alaska als ongerepte wildernis heeft bijgedragen en die door zijn ontdekkingstochten de bijnaam ‘The Glacier Priest’ kreeg.

    Een andere mooie vondst is dat Josie ook fysiek in haar uitgeleefde camper meedraagt wat ze juist dacht ontvlucht te zijn. Zo zijn er de problemen met de toiletafvoer, die de lezer doen denken aan Carl wiens darmen zo opspeelden dat hij voortdurend op de wc zat. En in de camper vindt Josie oude nummers van het tijdschrift Het Westen van Weleer, waarin ze steeds de rubriek ‘Vervaagde sporen’ leest. Daarin zijn mensen op zoek naar familie en hun verleden. Josie, die zelf geen familie heeft (haar vader en moeder zijn al vroeg uit de ouderlijke macht ontzet en broers of zussen heeft ze niet; Sam is alleen halfzus vanwege dezelfde voogdijvoorziening) leest in het blad juist steeds die rubriek.

    Eggers betoont zich in Helden van de grens opnieuw een scherpe en humoristische analyticus van de verhouding tussen de mens en de maatschappelijke ontwikkelingen. Maar mag het ietsje minder breedvoerig?

     

     

  • Oogst van de week 13

    door Menno Hartman

    De oogst van deze week staat in het teken van vertalingen en bij uitbreiding in het teken van de nominaties voor de Filter Vertaalprijs. Want wat zou de Nederlandse lezer zijn zonder de bemiddeling van al die goede vertalers? Elk van deze boeken is door decennia lezers gewaardeerd, je kunt ze dus rustig kopen, want ze zijn uitermate goed en volgens de jury bovendien goed vertaald…

    De Filter Vertaalprijs is door een aantal uitgevers – zo werd zojuist bekendgemaakt – vertienvoudigd omdat ze vonden dat er meer geld moest komen voor uitzonderlijke vertaalprestaties. Hierdoor ontvangt de laureaat een beduidend hoger prijzengeld: geen € 1.000,- maar € 10.000,- .

    Om welke boeken gaat het eigenlijk?

     

    9789028424371

    Mari Alföldy, vermoedelijk de eminentste vertaalster uit het Hongaars, vertaalde Satanstango van László Krasznahorkai (Wereldbibliotheek).In een vervallen gehucht ergens inHongarije wacht een handjevol achtergebleven mensen op de komst van de man die hen moet verlossen: Irimiás, een duister figuur met het charisma van een profeet. De bewoners kunnen zich niet onttrekken aan de suggestieve kracht van zijn belofte, al vermoeden ze wel dat ze, zoals altijd, met hem hun ongeluk tegemoet gaan. Er zijn aanbevelingen die niet gering zijn: ‘Satanstango stijgt ver uit boven het gekeuvel in veel hedendaagse literatuur.’ schrijft  W.G. Sebald bijvoorbeeld en ‘Krasznahorkai is te vergelijken met Gogol en Melville.’ – meende  Susan Sontag. Hier lees je wat fragmenten. 

    De cirkel

    Gerda Baardman, Lidwien Biekmann, Brenda Mudde en Elles Tukker vertaalden De cirkel van Dave Eggers (Lebowski). Egger behoeft nauwelijks nog betoog. Na A Heartbreaking Work of Staggering Genius is de schrijver niet meer weggeweest. De cirkel gaat over de toenemende privacyloosheid door het internet.

     

    Don JuanIke Cialona, bekend van onder veel meer de vertaling van Dantes De goddelijke komedie samen met Peter Verstegen en de zeer opmerkelijke Hypnerotomachia Poliphili, vertaalde Don Juan van Lord Byron (Athenaeum – Polak & Van Gennep) het meesterwerk van Byron waarin de verleider verleid wordt. De inhoud van het boek werd als immoreel beschouwd, en misschien juist daarom werd het gedicht ongekend populair.

     

    De nieuwkomers lll

    Roel Schuyt (Russisch, Zuid-Slavische talen en Albanees meldt zijn website) vertaalde De nieuwkomers III van Lojze Kovačič (Van Gennep). Hier een fraai fragment en een inleiding op het tweede deel van het autobiografische drieluik dat een echte Sloveense klassieker is.

     

    De rode ruiterij

    Froukje Slofstra is genomineerd voor haar mooie vertaling van Verhalen van Isaak Babel (Van Oorschot) hier schreef Literair Nederland al een  juichende recensie over.

     

     

    Het verhaal van Genji

    En tenslotte de magistrale vertaling van Jos Vos van Het verhaal van Genji van Murasaki Shikibu (Athenaeum – Polak & Van Gennep) waarmee deze uitgeverij ook zijn nek uitsteekt. Het is in drie prachtuitgaven voor verschillende portemonnees gemaakt. De oudste tekst van deze zes genoemde boeken, stammend uit de elfde eeuw fris nieuw in fonkelend Nederlands.

     

    De Filter Vertaalprijs wordt dit jaar opgebracht door 11 vooraanstaande uitgevers, inclusief Vantilt, die de prijs tot nu toe alleen droeg, zijn dat: De Arbeiderspers, Athenaeum – Polak & Van Gennep, De Bezige Bij, Cossee, De Geus, Lebowski, Meulenhoff Boekerij, Van Oorschot, Podium en Wereldbibliotheek. Gehoopt wordt dat fondsen, particuliere begunstigers en andere uitgevers zich bij dit initiatief aansluiten.

    Welk van deze zes vertalingen kan rekenen op de vertienvoudigde Filter Vertaalprijs? Op 8 april 2014 wordt tijdens City2Cities: Internationale Literatuurdagen Utrecht de winnaar live bekendgemaakt.

    Voor die tijd kan je er minstens een lezen, daarna de andere vijf.